Nog 1 dag in de stad

Uitzicht vanaf het kasteel

Het was een toeristisch dagje vandaag, dus dan ook maar een toeristisch verslag.

Vanochtend hebben we eerst een kleine klim naar het kasteel gemaakt, met dit uitzicht. We vermoeden dat we morgen rechts van de heuvel in de verte het land intrekken.

Daarna met een lange wandeling naar het Alcazaba, de resten van het Moorse paleis annex fort. (Het kasteel van hierboven was ook Moors maar hiervan zijn echt alleen de muren en -gelukkig- het uitzicht bewaard gebleven).

Hier loop ik door 1 van de poorten naar binnen.

In het Alcazaba is nog veel bewaard gebleven van de Moren die in 1487 ‘na een genadeloos beleg’ de stad moesten opgeven.

Er is ook veel gerestaureerd.

Malaga werd gesticht door de Feniciërs, hierna heersten de Romeinen en Byzantijnen er. De marmergroeve leverde het marmer voor de in die tijd grootste kerk in de wereld: de Haga Sofia in Istanbul. In 711 veroverde Tarik I de stad. (Malaga ligt zeer strategisch en was tevens haven voor Granada en Cordoba).

Marmeren zuil, Romeins?

En nu trekt dit fort/paleis dus veel bezoekers.

Zoals ik!

Hierna (eigenlijk na een terrasje) hebben we het Picasso museum bezocht. Ik was van dit prachtige werk erg onder de indruk.

Picasso had een rijk relationeel leven. Ik raakte de tel wbt zijn vrouwen en minnaressen kwijt. Hij schilderde hen veelvuldig. Maar Picasso leefde ook in een tijd met veel geweld. De Spaanse burgeroorlog, de 2e Wereldoorlog. Dit is in veel van zijn werk direct en vaker indirect te zien.

‘Dream and lie of Franco’
En die ogen, hoe die de wereld in kijken,

Na de oorlog komen zijn naakten weer tot leven, ’zij ontvouwen zich als de velden en heuvels van een landschap’, (volgens het bijschrift in het museum). Soms is het bijschrift net zo mooi als het schilderij.

Vrouw of landschap?

En voor mij is Picasso toch ook de schilder van de kinderen.

En tenslotte, morgen beginnen we met onze tocht en omdat de kerken dan rond 8 uur waarschijnlijk nog wel dicht zullen zijn, hebben we in de Santiago-kerk alvast het eerste stempel gehaald. In de kerk oefende een koor (waarschijnlijk) voor Pasen, ze zongen ‘O Haupt vol Blut und Wunden’. Voor mij is het beluisteren van de Mattheus Passie altijd weer een ervaren van de overgang naar de lente, naar groei, naar ruimte. Bij het horen van deze muziek hier, nu, ging er een golf van ontroering door me heen.

De Santiago-kerk in Malaga.

Een dagje kennismaken met Malaga

Ik moet het eerlijk zeggen, sorry voor jullie daar in Nederland waar het sneeuwt….en vriest…. Wij hier in Malaga hebben deze dag doorgebracht met afwisselend op een terrasje te zitten – te wandelen langs het strand – de kathedraal bezoeken – en een bezoek aan Carmen Thyssenmuseum.

En we zijn op zoek geweest naar soda. Mariet heeft een raar kloppend plekje onder haar duimnagel dat weg moet. Zodoende veel farmacia’s bezocht en de Dia (een soort supermarkt) waar Mariet weliswaar haar Spaans veelvuldig kon oefenen, maar waar we geen soda vonden. Ten einde raad iets gekocht wat er op leek (2 kg!) maar toen we een gedeelte hiervan in een glas water strooiden, bleek het toch iets anders te zijn: er gebeurde niets. Niets met de vermeende soda en niet met haar duim.

Maar dan de kathedraal, deze gebouwd op de fundamenten van een moskee. Waarom, o waarom moet de overwinning altijd ‘gevierd’ worden met het vernietigen van een gebedshuis en de bouw van een ander hierop, Ayodhya in India (ooit stond er een tempel, in de middeleeuwen werd hier een moskee opgebouwd en 600 jaar later werd deze weer afgebroken – met duizenden doden, vreedzaam kan dit niet), of Erdogan die de Aya Sofia weer in een moskee verandert, om maar iets te noemen.

Op weg naar de kathedraal.

De kathedraal is dus enorm, met veel kapellen en een prachtig koor. Je kunt hier via een qr code direct een gesproken toelichting (in het Nederlands!) via de telefoon horen (hiervoor waren de kapellen genummerd, daarmee werd het toch een beetje een ‘kijkshow’) maar konden we wel alles goed zien.

Het prachtige koor.

Ik heb tussen alle heiligen nog gezocht naar een afbeelding van Sint Jacob, meende hem ook gevonden te hebben, maar de foto was niet scherp en bij het uitvergroten werd Jacob helemaal onherkenbaar.

‘s Middags dus het Carmen Thyssenmuseum bezocht. Met een werk van: Joaquin Sorolla y Bastida :

Met zo’n prachtige weergave van het licht en de warmte van Spanje.

Verder hangen hier veel echt Spaanse schilderijen van stierengevechten, feesten, dansende mensen enz. Op het einde nog een werk van Zurbaran, een schilder die Cees Nooteboom in ‘Een omweg naar Santiago’ zo prachtig beschrijft. Sindsdien ben ik dus een fan van Zurbaran.

Een schilderij, (en die ogen!) dat veel zegt.

Er is ook nog een zaal met moderne werken, o.a. met werken van Juana Frances, een schilderes uit de vorige eeuw.

‘Man en de stad’. Wederom die ogen, hoe kijken zij mij aan?

Tenslotte zijn we weer op een terrasje (eigenlijk al ‘ons terrasje’) op de Plaza de Merced neergestreken.

Ps, uiteindelijk geen soda gevonden. Rest nog de vraag kennen ze hier wel soda? De overgebleven ‘soda’ die dus geen soda is, heeft Mariet naast de prullenbak gezet met de mededeling ‘misschien hebben de mensen van hier er nog iets aan’ (het bleken nml ontkalkingstabletten voor de vaatwasmachine te zijn).

Camino Mozarabe

Op het strand van Malaga

Caminante

Wandelaar, je sporen

Zijn de weg, en zij alleen;

Wandelaar, er is geen weg,

De weg ontstaat in het gaan.

Al wandelend ontstaat de weg,

En als je omkijkt

Zie je het pad dat nooit meer betreden zal worden.

Wandelaar, er is geen weg,

Slechts een kiezel in de zee.

Door: Antonio Machado

Vrijdag hadden we een afspraak (die door Mariet was geregeld) met twee leden van de Spaanse camino vereniging uit Malaga. We dronken een kopje koffie met hen en kregen veel tips over de route en een papieren versie van de site.

Er werden veel websites en facebookgroepen uitgewisseld.

En we bezochten natuurlijk de Santiago kerk.

St Jacob staat hier op het altaar.

En vandaag, zondag 3 april liepen we om half negen over de brug over deze droge rivier de oude stad van Malaga uit.

Er zouden vandaag nog meer droge beddingen volgen.

We moesten lang lopen voor we de stad verder uit waren. Het was zondag, dus stil op straat. Na 2 uur waren we in het gehucht Junta de Camino waar het terras vol zat met wielrenners en motorrijders die helemaal onder de modder zaten. Later bleek dat het motor crossen op de heuvels en rivierbeddingen hier populair is. Het geluid verstoorde de heerlijke stilte. Vlak na Junta de Camino ging het pad ‘de weg af’ en liepen we eerst een stuk door een rivierbedding. Daarna was het erg lang steil klimmen en dalen.

Heel in de verte is de zee nog te zien.

Rond half vijf kwam gelukkig Almogia in het zicht. We waren namelijk uitgeput. Het ging nog 1 keer naar beneden en toen moesten we nog omhoog door het plaatsje klimmen voordat we bij bar Coco (what’s in a name) de sleutel van de herberg konden halen. Er zijn geen andere slaapmogelijkheden in Almogia. We konden nog net op tijd wat eten in Coco: gemengde salade en aardappel croquetjes, (verder was er niets meer, de keuken ging bijna dicht en de vis was ook op) dit smaakte toch, of juist mede omdat we moe waren en honger hadden erg lekker. En ze hadden, ook heerlijk Spanje, weer zalige koffie.

Bar Coco.

En daarna ging het, gewapend met een enorme fles water, op naar de herberg. Hier lig ik nu met een thermosfles thee op bed. Het wordt een vroegertje vandaag. Morgen is er weer een dag. Dan is bar Coco om 7 uur weer open voor het ontbijt.

Het centrum van Almogia in zondagsrust. (Iedereen zat in de bar)

Camino Mozarabe

Van Malaga naar Merida

Herinneringen bij een kaartje

Voor de belangstellenden begin ik met een kaartje van Spanje met daarop de diverse Camino’s. Dit jaar ga ik dus lopen van Malaga naar Merida. De naam van die laatste plaats staat niet op de kaart, maar Merida ligt rechts van Badajoz. En als ik nu zo naar deze kaart kijk komen er allemaal herinneringen aan de vorige camino’s die ik liep omhoog.

Daar staat Toulouse, toen ik daar ‘s ochtends de telefoon aanzette stond de voicemail vol berichten: ‘hier is de meldkamer, de school staat in brand’. Ik ben die middag met het vliegtuig terug naar Nederland gegaan.

En daar staat Caceras, waar ik met Jenny via een lange tocht die dag naar toeliep. Jenny had borstkanker gehad en was een paar maanden geleden ‘schoon’ verklaard. Ze moest huilen van blijdschap (en ik van ontroering) toen we Caceras binnen liepen, gehaald! Haar man Ian wachtte ons op en trakteerde ons meteen in de bar. Het zijn verre vrienden in Australië geworden, die al eens op bezoek zijn geweest.

En daar zie ik Salamanca. Een week voor ik daar aankwam struikelde ik voor het pension, viel op mijn hoofd en werd ik met een ambulance naar een ziekenhuis postje gebracht. 5 Hechtingen kreeg ik onder mijn wenkbrauw en die moesten er in Salamanca uit. ik heb de halve dag lopen zoeken naar een ziekenhuis of dokter die ze eruit wilde halen..

En dan Pamplona…. op mijn eerste camino in Spanje was daar net ‘het stierenrennen’ aan de gang toen ik daar niets vermoedend de stad in liep. Een groot volksfeest en iedereen dronken.

En dan al die plaatsjes wier naam niet op de kaart staan, maar betekenis hebben voor allen die er doorheen liepen.

Zojuist zijn we aangekomen in Malaga.

Het straatje van het hotel.

We blijven nog 2 dagen hier en vertrekken a.s. zondag naar Almogia.

Voorbij de tijd – Op zoek naar een dier dat niet gevonden wil worden.

‘Voorbij de tijd’ het is zomaar een titel, ik vond hem toen ik op zoek was naar informatie over Peter Matthiessen. Matthiessen was een milieu activist, schrijver en zenboeddhist. Hij trok in 1973 met de bioloog George Schaller door het Dolpo gebied (de hoogvlakte in de Himalaya op het grensgebied van Nepal en Tibet). Schaller wilde op zoek naar de sneeuwluipaard ‘het bijna mythische dier in de sneeuwbergen’. Hij vroeg Matthiessen mee.

Over deze reis schreef Matthiessen het boek ‘De sneeuwluipaard’ een veel bekroonde reisklassieker waarin hij het leven als een geheel beschrijft, waarin alles met elkaar te maken heeft, afhankelijk van elkaar is, elkaar beïnvloedt. Het is ook in afzonderlijke delen te lezen als een persoonlijke tocht waarin Matthiessen het verlies van zijn gestorven vrouw verwerkt; als een zen-boeddhistische pelgrimstocht; als een beschrijving van de rijke natuur van de Himalaya, of als een beschrijving van de cultuur en religie van de bewoners.

Veel later ben ik 2 keer naar Dolpo getrokken, en de 2e keer ook naar Upper Dolpo, naar het Shey-klooster, aan de voet van de Kristalberg waar ook Schaller en Matthiessen bivakkeerden om de sneeuwluipaard te zien. We volgden daarbij vrij nauwkeurig hun tocht en het was heel bijzonder om op deze manier door die prachtige wereld te gaan en allerlei gedachten, ervaringen, punten te herkennen en te kunnen overdenken.

Matthiessen krijgt de sneeuwluipaard niet te zien. Na ruim 2 maanden Dolpo gaat hij op weg naar huis. Schaller stuurt hem later zijn dagboeknotities en daarin leest hij dat er bij het Phoksumdomeer een sneeuwluipaard vlak voor Schaller door de sneeuw sprong, de afdrukken van een tweede dier werden in de buurt gevonden.

Tijdens de tocht krijgt Matthiessen een speciale band met Tuktun, 1 van de sherpa’s. Tuktun heeft hem ‘voorgeleefd’: ‘een leven van moment naar moment, vrij van verplichtingen, in de eenvoud van zijn leven elke dag weer’. In Kathmandu realiseert hij zich dat Tuktun voor hem de leraar was die hij hoopte te vinden. Hij gaat naar Bodnath, de grote stupa in de Kathmandu vallei waar ze hebben afgesproken. In 1 van de huizen logeert Tuktun bij zijn tante. Als Matthiessen omstanders naar Tuktun vraagt, kent niemand hem en ze ontmoeten elkaar niet meer. ‘Onder het Bodhi Oog klim ik weer op mijn fiets en keer over de grijze decemberwegen terug naar Kathmandu’.

Op 1 van mijn eerste trektochten in de Himalaya (in Ladakh) stond op een deur in het klooster Lamayura: ‘In life the journey is more important then the goal’. Dat is altijd een tekst die me altijd is bij gebleven. En ook Matthiessen ervaart dat zijn reis belangrijker is dan het doel. Voor hem is dat doel eigenlijk helemaal niet belangrijk meer, hij is zichzelf weer geworden, levend in het nu, waarbij zijn leraar ook weer in het ‘niets’ verdwenen is. Hij kan en gaat alleen weer verder.

De Tibetanen noemen de sneeuwluipaard een ‘geestesverschijning’, de geest van de bergen.

En kun je een geest vangen?

Vorig jaar verscheen het boek ‘De sneeuwpanter’ geschreven door Silvain Tesson en ik las het natuurlijk direct. De recensenten waren verdeeld, volgens de ene een prachtige beschrijving van de zoektocht, volgens de andere een boek vol met open deuren over de natuur en met filosofische kreten die geen verband met elkaar houden. Nou ja, het viel mij tegen. Tesson beschrijft hoofdzakelijk de dieren, de aandacht het geduld, de zoektocht en het wachten op de sneeuwpanter, die ze uiteindelijk zien. Dit laatste beschrijft hij bijna als een religieuze ervaring.

Direct al bij het eerste lezen over dit boek dacht ik aan een eigentijdse kopie van de Sneeuwluipaard. Ook Tesson wordt meegevraagd (ditmaal door Vincent Munier die een film over het dier wil maken) en ook hij beschrijft de tocht naar de vallei waar ze de sneeuwpanter denken te kunnen gaan zien. Maar nu geen woord over de cultuur en de religie onderweg, de mensen, de hen begeleidende Tibetanen. De sneeuwpanter is het doel, dat wordt juichend begroet. En ook geen woord over Schaller en Matthiessen. Ik kan me niet voorstellen dat de schrijver hen en het boek niet kent. (heel Kathmandu ligt er vol mee) Ondanks de positieve recensies toch een beetje een ’is dit alles-gevoel’, maar misschien las ik het ook met dat andere boek ik mijn achterhoofd.

En toen kwam vorige week de over hen gemaakte film ‘the Velvet Queen’ in de bioscoop. De film is geregisseerd door Marie Amigeut. Twee mannen trekken door Tibet om te zien wat anderen ontgaat: zeldzame, prachtige dieren. En dus wachten ze, kijken en kijken ze, en verzuchten af en toe iets poëtisch over de mensheid of de gehaaste Westerse wereld. Het is een prachtige natuur documentaire. Het indrukwekkende landschap van de Tibetaanse hoogvlakte met beeldschone opnames van de dieren die er onder barre omstandigheden leven.

Maar wat een andere manier van ‘gaan door, van zijn in de wereld’. Ofschoon ze een pleidooi voor aandachtig kijken, geduld zeggen te geven (ze kijken inderdaad met aandacht en wachten geduldig op de sneeuwpanter) is dit volgens de NRC (en ik sluit me hier graag bij aan, mooier kan ik het niet zeggen) een ‘reflectie die grenst aan natuurporno. De mannen lopen met fallische telelenzen (ja enorme telelenzen waarmee ze dat beeldschone vogeltje zo helder in beeld krijgen), dikke lagen thermenkleren door de natuur’. Wie exploiteert hier de natuur? Vraagt de krant zich af. De mannen zijn voyeurs die opgewonden raken als ze wilde dieren zien. het filmen van de sneeuwpanter uiteindelijk is het ‘money shot’, de ontladende climax.

En praktisch….. ze willen de natuur niet verstoren, met die uitrusting? Even komen er Tibetaanse kinderen kijken, hier spelen ze het bekende toeristen-spelletje mee. En dan al die camera’s en elektronische apparaten. Dat kost me een stroom. Als ze ’s nachts in hun donzen slaapzakken liggen laten ze een camera lopen om de voorbij lopende dieren te filmen. Het is soms min 35 graden, maar bij min 35 graden stromen de batterijen leeg, en ga zo maar door.

Als een documentaire over het landschap en dieren is het een mooie, technisch knappe film. De dieren en het landschap zijn in volmaakte harmonie. Maar Tesson, die wollige volzinnen uit spreekt is eerder een stoorzender dan een aanvulling. En uiteindelijk gaat de film meer over de schrijver dan over de sneeuwpanter.

En wat me nou de hele tijd doet denken is het volgende: De sneeuwluipaard en de sneeuwpanter geven twee visies op de zoektocht naar een zeldzaam dier. Wat zeggen die twee boeken over de schrijvers? Over de tijd waarin ze leven? Over mij? De jaren 70 is de tijd waarin de oosterse levensbeschouwing opnieuw ontdekt werd. Een levensbeschouwing waarin de mens deel is van het grotere geheel, een organisch geheel waarin net als in het net van Indra, waarin alle sterren elkaar bestralen, alles van alles van elkaar afhankelijk is, en waarin alles continue verandert. Daar leef je in het moment van nu. En dan de huidige tijd, waarin we weliswaar weer moeten ervaren wat het is geduld te hebben, maar waar het behalen van het doel, scoren, punten halen, het belangrijkste is.

Kortom, genoeg om over na te denken, want waar sta ik? Dus tijd om weer op weg te gaan. Volgende week 31 maart reis ik samen met Mariet af naar Malaga. Vandaar willen we gaan lopen langs de Camino Mozarabe naar Merida.

Berichten volgen.

Tja Corona …..

Reizen in Corona tijd, het is me wat. Allereerst moet je de wens, de gedachte op reis te willen gaan accepteren, het beleid is tenslotte dat we zo veel mogelijk binnen zitten. Daarna zijn er de zorgen die je vervolgens krijgt: wat zijn de maatregelen bij het inreizen daar, het terugreizen naar hier? Veranderingen hierin bijhouden, plotselinge lock down daar? Corona bij mezelf vlak voor vertrek? Corona bij mezelf daar? Voor sommige hiervan moet je alert blijven, en van sommige dacht ik ‘laat maar’.

De berichtgeving over de Corona maatregelen was verwarrend. Volgens Italië had ik een test nodig om er binnen te komen, volgens de Nederlandse sites (ook de officiële ……) had ik alleen de 2g app nodig. De testuitslag werd al na 1 stap op Italiaanse bodem gecontroleerd.

Schiphol en de klm: zodra ik uit de trein op Schiphol was gestapt was de lock down voorbij. Een vrolijke drukte op het vliegveld. De winkels mochten niet meer open, je kon er nu je bestelling afhalen. (Ze zagen er erg open uit) De piloten en stewardessen liepen te showen en het was een drukte van vakantie vierende reizigers. Nog met het gesprek in wintergasten met Yuval Harari in mijn hoofd: in welk verhaal ben ik nu gestapt?

Heen was het vliegtuig druk, er zat een schoolreisje naar Rome in. Ook zij dus.

Direct na de landing werd de test gecontroleerd en traden de maatregelen in werking: altijd een chirurgisch mondkapje op, bij elke gelegenheid de Corona check, dikwijls de temperatuur. Maar verder was alles open, ging alles zijn gang. (Behalve dat je wel heel vaak de sirenes van de ambulance hoorde en er overal op straat vaccinatie tenten stonden).

vaccinatie tent voor station Termini.

Ik merkte dat ik heel snel, direct eigenlijk weer ‘gewoon’ met alles mee deed. Even een winkel in, kopje koffie aan de bar enz. Ik kreeg 1 keer een soort ‘handmates tale’ gevoel (natuurlijk niet te vergelijken) toen een mevrouw die naast me zat in de metro en een zelfgemaakt mondkapje op had, zenuwachtig een goedgekeurd/ verplicht mondkapje uit haar tas haalde en een heel verhaal over de politie tegen me begon. En er waren veel lokale boa’s, die voorzover ik het zag geen tegenspraak kregen noch zouden dulden.

De avond voor vertrek terug naar Nederland kreeg ik een mail van de klm met de dringende vraag een gezondheidsverklaring in te vullen en mijn ‘Corona documenten’ op te sturen. Anders gaf het veel problemen aan de grens, zo schemerde het in de mail door. Geen idee wat dat waren ‘corona documenten’. Ik heb maar een printje van de qr code gemaakt. Dit prompt werd afgekeurd. ‘Ik zie wel’, dacht ik toen. Terug op het Romeinse vliegveld werd ik 4x getemperatuurd en werd 5x de Corona check gecontroleerd.

In het vliegtuig zaten we dit keer keurig verdeeld, met veel tussenruimte. En op Schiphol? Niets, er werd niets gecontroleerd. Ik heb thuis toen maar een zelftest gedaan.

Dante gaf me de reis’ (vrij naar Kafavis)

‘Op het midden van mijn levensweg’

Daarmee begint canto 1 van ‘De Hel’ en het toegevoegde motto bij de laatste canto 33 van ‘Het Paradijs’ (als zijn reis ten einde is) – en waar ik dus nog lang niet ben- luidt:

‘At the still point of the turning world. Neither flesh nor fleshness; Neither from nor towards; at the still point, there the dance is.’ (uit The Four Quartets – T.S. Elliot)

Het is deze dans waar de grote thema’s uit de reis van Dante en daarmee deze cursus overgaan: vrijheid, identiteit, het mysterie van het bestaan en contemplatie: over deze thema’s denken, ermee in gesprek gaan. Dante kwam er tot op zekere hoogte op het einde van zijn reis uit. Het zijn ook de thema’s waar het nu in onze tijd en niet alleen ivm corona over gaat. En gaat het daar eigenlijk niet altijd om? Sartre zei ‘de hel, dat zijn de anderen’. Ook daar valt veel over te denken. (en te zeggen). In relatie tot die anderen, wat die anderen doen, met jou, met anderen, met zichzelf, wat ze maken (mooie literatuur, mooie schilderijen bv) zo wordt je identiteit gevormd. Vrijheid, nog zo’n corona thema. Berlin noemt hierbij de negatieve vrijheid: de externe invloeden, wetten enz. en de positieve vrijheid: de vrijheid die je over jezelf hebt, want uiteindelijk neem je zelf een besluit. En dat vind ik een erg positieve gedachte.

‘At the still point’ uit dat middelpunt komt altijd weer de energie, de inspiratie. Want dat is wat danst, kiest, reageert, zoekt en denkt over ‘wat is de mens’.

Dante eindigt zijn boek met: Maar intussen werd mijn drang naar inzicht en mijn vurige wil, als een rad dat met gelijkwaardige snelheid wordt rondgedraaid, reeds voortgestuwd door de Liefde, die de drijfkracht is van de zon en de andere sterren.

en dit is het slotwoord van de cursus:

https://youtu.be/K8qL-PRzP8g

Dante op een fresco van Rafaël in het Vaticaans museum

De kerken van Rome – lopend door de geschiedenis

Een van de mooiste dingen die ik kan doen is alleen maar lopen door Rome, waarbij je ook altijd weer door de geschiedenis loopt.

Behalve het Colusseum, het Forum Romanum zijn daar natuurlijk de kerken. Toen ik de vorige keer naar Rome liep, volgde ik het pad van Emo. Emo was een monnik die leefde in de Middeleeuwen en ivm een conflict met de bisschop zijn gelijk in Rome, bij de paus ging halen. Over die tocht (van Groningen naar Rome) is een prachtig boek verschenen en in Italië ben ik ‘samen met Emo’ naar Rome gelopen. En ja met zo’n monnik uit de middeleeuwen bezoek je in Rome de kerken uit middeleeuwen.

Thuis had ik als voorbereiding mijn favouriete kerken op een lijstje geschreven. Als ik tijd had, dan wilde ik ze weer bezoeken.

Op weg naar het centrum moest ik overstappen in de halte Giovanni (bij de basiliek S Giovanni Laterano ). Dit metrostation was recentelijk uitgebreid en de nieuwe lijn lag drie lange roltrappen diep.

Ook op weg naar de metro reis je door de tijd

Xxxx

Naar de pre historie

Ik heb deze kerk helaas gemist, en vooral die kruisgang met die prachtige zuilen.

De eerste kerk was die in Trastevere: Santa Maria in Trastevere

De kerk is als kerststal nagebouwd.

De koepels in de kerken, met de beeldverhalen vind ik het mooist.

12e eeuw, de kroning van de Maagd.

Sante Maria Maggiori

Wederom de kroning, en wederom mooi

En dit was een verrassing: Santa Prassede. Hier was ik nog nooit geweest, maar hij stond in mijn gids uit 1995 (!) en de mozaïeken werden dringen geadviseerd. En ze waren natuurlijk mooi. De kerk is in de 9e eeuw gesticht op de plaats van een 2de eeuws oratorium. Hij is door kunstenaars uit Byzantium met flonkerende, juweelkleurige mozaïeken gedecoreerd.

die prachtige uitdrukkingen op de gezichten.
Het plafond in de kapel van Zeno

Deze kapel is gebouwd als mausoleum. In deze kerk kregen de fresco’s die ik altijd zo mooi vind concurrentie van de mozaïeken. Ik ben naar de monnik van dienst gegaan (hij verkocht afgrijselijke ansichtkaarten, ooit een miskoop natuurlijk en nu zat hij ermee) en heb hem gezegd, ‘dat u mag werken in deze kerk, wat heerlijk!’ (zoiets, ik sprak in het Engels, weet niet of hij die taal beheerst). Hij begreep mijn intentie.

Is dat de maagd? de 3e van link? Ze heeft rode wangen.

Maar mijn absolute kerk is de Basiliek San Clemente omdat je daar door 3 verdiepingen door 3 tijden naar beneden kunt lopen.

En altijd weer zo’n rand met beeldige schaapjes.

Twee tijdzones (ik heb geen foto’s kunnen maken van de eerste verdieping naar beneden, want er mochten geen foto’s gemaakt worden) staat het altaar van Mithras met een reliëf waarop Mithras een stier dood. Dit was een zaal voor rituele maaltijden. ‘There is a strong suggestion that the building was associated with the mint of ancient Rome’. Aldus de folder die ik bij de ingang kreeg. Dat lijkt mij ook.

Het altaar van Mithras uit de 1e eeuw.

Dat altaar vind ik wel een mooi slot van deze dag. Nu ik zo met de gids en de kaart van Rome dit uitwerk, is mijn enige gedachte ‘wat heb ik weer een prachtige dingen gezien en wat is er zoveel dat ik nog zou moeten zien…..’

De tentoonstelling ‘Inferno’

Dansende spreeuwen deze ochtend, zo mooi.

Schreef ik er gisteren nog over……het staat vandaag in de krant.

Deze dag stond dus het bezoek aan de tentoonstelling ‘Inferno’ op het programma. Het was vorig jaar 700 jaar geleden dat Dante stierf en ter ere hiervan waren er door heel Italië tentoonstellingen, manifestaties, heruitgaven van boeken enz.

ik ben rustig in het zonnetje naar de Scuderie del Quirinale (de voormalige paardenstallen van de paus) gelopen. Het laatste stuk moest ik een beetje klimmen en kwam dus bezweet aan. Met een paal werd mijn temperatuur opgemeten, hij sloeg rood uit…….het zal toch niet…., geroutineerd richtte de controleur een thermometer op mijn voorhoofd: 36.5 – ik mocht naar binnen.

Als Dante ‘op het midden van zijn levensweg’ in een donker woud wakker wordt ontmoet hij Vergilius, die hem ‘uit de woestenij zal voeren, naar een gebied dat eeuwig is.’

Bij de toegang tot de hel staat de enorme poort van Rodin. Bijna bovenin een afbeelding van Dante, als de ‘Denker’.

‘Laat varen alle hoop gij die hier binnentreedt.’

In een schemerwereld is op de muur een film uit 1911 te zien, waar Vergilius Dante begeleidt langs spartelende ketters in brandende graven.

Een mondkapje?

In de eerste zaal hangen werken die allen de verschillende straffen tonen, sommige afgrijselijk.

Miquel Barcelo (2001)

Op de 1e verdieping hangen modernere werken, waaronder een versie van de hel uit Napels.

Helemaal onderin de hel bevindt zich ‘de vorst der duivels’: Lucifer, die met zijn drie monden Judas, Brutus en Cassius fijnmaalt. Verraad is de grootste zonde, dus beneden in de hel. Natuurlijk daar, verraad is het ergste wat een mens kan overkomen…. Ik heb het lang zo begrepen. Dante denk ik bedoelde er mee dat het verraad van Jezus (natuurlijk) de grootste zonde is. Maar wie weet, is dat niet juist een kenmerk van kunst, literatuur? Dat de inhoud door de eeuwen heen voor iedereen weer een eigen betekenis heeft? Dat het tegen je spreekt?

Lucifer

Op een verdieping hoger komt de waanzin van de hel dichterbij. Waren het eerst kunstwerken die ik bekijk, waar ik over nadenk, nu wordt ‘de hel’ een ervaring dat hij echt, ook nu bestaat. Waar ik (bijna) doorheen loop. Ik sta opeens voor een enorm schilderij van Kamp Buchenwald. En in een vitrine liggen hopen ledematen. Er zijn o.a. schilderijen van zwoegende arbeiders, litho’s van Goya en Otto Dix.

‘Nein! Eleven! – Jake en Dinos Chapman

Een speciale plek op de tentoonstelling heeft Primo Levi. Auschwitz was zijn hel en in een wereld zonder boeken overtuigde Dante hem ervan dat zijn geest niet gestopt was met werken. ‘Dante gaf me een weg mijzelf te vinden.’ Op school leerde Levi de Comedia uit zijn hoofd en nu haalde hij de woorden weer terug. Een medegevangene wilde Italiaans leren en met Dante leerde Levi hem het Italiaans.

‘Kijk naar uw oorsprong, gij zijt niet geschapen om als redeloze wezens te leven, maar om deugd en kennis na te streven.’

Dit zegt Ulysses tegen zijn bemanning als ze varen voorbij de zuilen van Hercules. En Levi zegt het tegen zichzelf, tegen zijn medegevangenen. (Waarom Ulysses bij Dante in de hel moet is weer een ander verhaal)

Tenslotte klimmen Dante en Vergilius uit de hel, ‘En zonder ook maar aan rusten te denken klommen wij naar boven, totdat we een punt bereikten waar ik door een ronde opening de schoonheid van het hemelgewelf weer kon aanschouwen. Daar gingen we naar buiten en zagen we opnieuw de sterren.

Sterren regen – Anselm Kiefer

Hier is de zaal geheel gevuld met opnames van de Nasa, samen met Dante zie ik de sterren groots en schitterend.

En tenslotte………. is daar het uitzicht op Rome. Bij Dante kan de poort van de hel niet open, nu, hier, deze wel.

Als je dat ziet…. dan ben je niet verloren.

Ik ga vanmiddag heerlijk door Rome lopen.

De eerste hele dag, ik ben bijna op de helft.

Ik was vroeg wakker en kon zo al vroeg ontbijten. Dit was op het ‘terras’ op de 4e piano. Zoals elke plaats, had ook dit hotel een ‘intrinsic motivation’ (iets onverwachts en altijd mooi of bijzonder, het is er echt, overal) en dat was hier het uitzicht. De volgende dag vlogen er duizenden, duizenden spreeuwen in prachtige patronen door de lucht. En toen had ik natuurlijk helaas mijn telefoon niet bij me.

ik had gisteravond in een warwinkel van kaartjes-aanbieders via het internet een kaartje voor het Vaticaans museum gekocht (via de site van het museum, ik moest mijn nationaliteit opgeven, maar Nederland stond er niet bij. Ik heb me toen maar als Belgische opgeven) en kwam er om 10 minuten voor 9 aan. Onderweg stonden langs de kant van de straat weer anderen met aanbiedingen (vaak op onmogelijke tijden tegen dito prijzen). Bij het museum stonden diverse rijen en werd me direct ‘the greenpass’ gevraagd en mijn temperatuur opgemeten. (ik zal dit vanaf nu niet meer vermelden…..). In 10 minuten was ik daarna binnen.

In het vliegtuig las ik een boek waar de hoofdpersoon tijdens zijn bezoek aan een museum slechts 1 voorwerp bekijkt. Dit vond ik wat weinig…….. en besloot als middenweg alleen de Middeleeuwse afdeling en de zalen met het werk van Rafaël en de Sixtijnse kapel te bezoeken. Ook dit werd bijna een overdosis aan mooie kunst, die me vooral na de weinige bezoeken aan musea van de afgelopen maanden bijna knock-out deden gaan.

Ik zal niet zo vaak Dante citeren, maar soms kan ik het niet laten, zoals hier, als hij Giotto noemt.

“Hoe ijdel is de roem van het menselijk kunnen! En hoe kortstondig is de bloei ervan…… Cimabue dacht dat hij heer en meester was, maar nu is het Giotto die naam maakt en de roem van zijn voorganger weer verduistert. ………………. Wat de wereld over iemand zegt is niet meer dan een windvlaag, die nu eens van deze en dan weer van die kant komt.” . Louteringsberg, canto XI vers 94-102

Ik ben een fan van Giotto en tot mijn vreugde ‘stond’ er een prachtig drieluik van hem. Dit werk is in opdracht van een kardinaal gemaakt voor de oude (? is er ook nog een oude?) Sint Peter basiliek. Het is op beide kanten beschilderd zodat zowel de gelovigen als de priester naar de afbeeldingen konden kijken.

Ook de kardinaal ‘wilde erop’. Ook toen al dus. Hier geeft hij het drieluik aan Christus.

Heel bijzonder vond ik dit werk: een geraamte van klei en stro, dat bedoeld is om het brons er overheen te gieten. Het stond tot 1980 in de opslag.

Van Bernini, ‘alleen’ maar de mal.

Er stond natuurlijk nog veel, veel meer maar om dit bericht niet al te lang te maken spring ik nu over naar de 4 zalen van Rafaël. Rafaël kreeg in 1508 opdracht de prive vertrekken van de toenmalige paus te decoreren. Hij heeft er (met zijn leerlingen) 16 jaar aan gewerkt. Ik wilde mn deze zaal: ‘Stanza della Segnatua en dit werk: De school van Athene zien.

De filosofen uit Athene, in het midden lopen Plato (die naar de hemel wijst) en Aristoteles (die naar de aarde wijst).

Zowat alle Griekse filosofen zijn hier afgebeeld. Vrienden en familieleden van Rafaël stonden er model voor. Wat ik zo bijzonder vind is dat in die tijd de Griekse filosofie naast het Middeleeuws katholicisme stond. De schilder drukt het geloof uit dat de klassieke cultuur en het christendom in harmonie met elkaar waren omdat zij allebei streven naar waarheid. Wat moeten daar een discussies zijn gevoerd.

Daar stonden wij, kinderen van de 20ste eeuw in stille verbazing en dat dan ook nog op die prachtige vloer.

Tenslotte laat ik een alweer ontroerend werk zien, van het plafond (hoe is het mogelijk) van de Sixtijnse kapel: De schepping van Adam. Hij krijgt hier ‘de geestelijke deugd en het intellectueel vermogen’. Daar is de mens! Naast hem (op de foto er boven): De schepping van Eva. God schept haar uit een rib van Adam. (En wat kreeg Eva? Daar zegt de tekst niets over……..)

Michelangelo deed er 14 jaar over om deze fresco’s op het plafond te schilderen. Dit is een detail, het hele plafond is bedekt.

Daarna heb ik een lange wandeling langs de Tiber gemaakt. En dwaalde daarna lang door de wijk Trastevere en bekeek die prachtige kerk daar. Trastevere is een mengeling van toerisme en armoede, pijnlijke armoede.

Winter in Rome.

Ik lees hier het boek ‘De Geschiedenis’ geschreven door Elsa Morante. Het beschrijft het leven van een moeder met 2 kinderen tijdens en vlak na de 2e Wereldoorlog. Het verhaal is een geschiedenis in de dubbele betekenis. Het is niet alleen het verhaal van Ida, de hoofdpersoon, maar is ook de geschiedenis van een handje vol simpele, onschuldige mensen die door de loop van de geschiedenis wordt vermorzeld.

Vilma, Ida’s vriendin verzorgt de zwerfkatten die wonen tussen de ruïnes van het Theater van Marcellus.

Ik heb een wandeling door de wijk San Lorenzo gemaakt, de wijk waar het boek speelt. En soms leek het of ik Ida en Vilma tegen kwam. Heel soms. Er is voor de mensen die daar wonen weinig veranderd.

Alle zaadjes zijn gestorven, behalve een, daarvan weet ik niet wat het is, maar waarschijnlijk is het een bloem en geen onkruid. (slot van het boek)

Om vijf uur is het donker in Rome en haalde ik nog net het metrostation. Ik kon de telefoon weer opladen (‘the greenpass….’) en na een zalige maaltijd viel ik als een blok in slaap.

………

Lock down: tijd – ruimte – veel tijd om te lezen – maar ook thuis blijven………… o ja?

Toen de corona pandemie alweer lang geleden echt doorbrak en er een lock down werd afgekondigd had ik het gevoel van tijd! ruimte! Wat kon ik opeens veel doen!

Op mijn ‘pensioenplank’ (de plank met boeken die ik na mijn pensionering wilde gaan lezen, – er zijn inmiddels meer boeken bij gekomen dan dat er vanaf zijn gegaan) stond ook ‘De Goddelijke Komedie’ van Dante. En ik besloot dat dit een mooi boek zou zijn om in deze periode met zoveel tijd, zoveel ruimte te gaan lezen.

ik had al enkele cursussen bij een soort open universiteit van de Harvard Universiteit gevolgd en wist dat ze ook een cursus over dit boek hadden.

Mijn uitgave bestaat uit ‘De hel’ (die het bekendst is), ‘De Louteringsberg’ en ‘De Hemel’. Elk deel bestaat uit 33 canto’s (een soort hoofdstukken), in het begin dacht ik nog 1 canto per week ‘te doen’. Met de cursus die erg uitgebreid is, duurde dit al snel langer. Zo ben ik nu, na bijna 2 jaar in canto 5 van de Louteringsberg gekomen. Er is tenslotte is nog meer te lezen, te bezoeken, te doen.

Vorig jaar was het 700 jaar geleden dat Dante werd geboren. Dit werd in zijn geboorteland Italië uitgebreid herdacht. Ondermeer met een tentoonstelling in Rome die zowel in de NRC als in Trouw lovende recensies had.

Een bezoek hieraan brandde in mijn gedachten.

2 Weken geleden hakte ik de knoop door en boekte een kort reisje naar Rome.

Hierbij mijn verslag. Omdat ik daar van ‘s ochtends 8 tot 5 liep en na de maaltijd (met twee glaasjes wijn) als een blok in slaap viel heb ik dit verslag later, thuis gemaakt.

Reizen in Coronatijd heeft een extra dimensie. Er waren tegenstrijdige berichten over het wel of niet van te voren testen, er waren zorgen over het zitten in een vliegtuig, en so wie so kon dat wel zomaar opeens op reis? We moesten toch allemaal zoveel mogelijk binnen zitten?

Minimaal 24 uur van te voren moet je de sneltest laten afnemen, je krijgt hierna via de mail een code (bij een negatieve uitslag) die in de qr code verwerkt kan worden. Toen ik dit allemaal gedaan had kwam er een bericht van de KLM dat ik naar een andere, latere vlucht was overgeboekt…….. net buiten die 24 uur….. dus moest me weer laten testen. Gelukkig kan dit bijna om de hoek hier. Ook op 1 januari.

Ook meldde de KLM dat ik ivm met de corona maatregelen 3 uur van te voren op het vliegveld aanwezig moest zijn. Daar aangekomen heb ik verder niets van deze maatregelen gemerkt.

Heen was het vliegtuig vol. Dit gaf zoveel zorgen dat mijn temperatuur dreigde te stijgen, dit bleek een risico te zijn want in Italië worden de corona maatregelen consequent uitgevoerd en wordt de temperatuur regelmatig opgenomen.

Maar de qr code, ‘the green pass’ werkte! Bij de steekproeven in het openbaar vervoer, in het hotel, in winkels, in restaurants, in de musea. Overal moet je de qr code laten zien, overal moet je een chirurgisch mondkapje op (in Iran is het een hoofddoek, in Italie een mondkapje, het is overal wat) en regelmatig wordt je temperatuur dus ook opgemeten. Maar alles is open, ik heb zelfs nog even gedacht er naar de kapper te gaan.

zondag 2 januari kwam ik aan, na alle controles (maar geen paspoortcontrole) en een cappuchino aan de bar, ‘o remember….’ was ik met de trein in een half uur in het centrum. Vanaf het station was het ruim een half uur lopen naar het hotel. Ik wil altijd lopen, liep met mevrouw of meneer Google natuurlijk verkeerd en er bleek ook een metrostation op 10 minuten lopen van het hotel te zijn. Maar goed, zo kon ik acclimatiseren. Ik wandelde door een arme buurt met veel vuilnis op straat, veel daklozen en alimentari’s waar immigranten in werkten.

En Pasolini onderweg. (Sorry, geen idee wat er staat)

De 3e wereld begint ten zuiden van Rome en in de stad zelf zijn de verschillen tussen arm en rijk erg groot. In het centrum niks geen vuilnishoop op straat.

Het hotel stond in een wijk met een mengeling van vervallen kleine Romeinse villa’s, flatgebouwen en rijtjeshuizen. Een gewone wijk, ik was de enige toerist. Rond het metrostation waren restaurantjes, afhaalpizzeria’s en een supermarkt.

En bij de buren stond een boom in bloei.

Ik ben ‘s middags naar het centrum gegaan, naar het Vaticaan (met de metro). Hoopte op een mooie kerststal, dit viel tegen. Ook moest je veel toegang betalen en stond er een enorme rij dus ik dacht laat maar. Ik was hier al eerder.

Met chirurgisch mondkapje
10 jaar geleden. Aankomst na een voettocht (in delen) van Utrecht naar Rome.