Onderweg vervolg (deel 6)

Zaterdag 23 november Terug op Shikoku moesten we weer terug naar het pad en volgens het boekje was er een korte route naar tempel 52, dus gingen wij vol goede moed op zoek naar dit pad. Na wat zoeken en 1 verkeerde keuze kwamen we op een pad, erg overwoekerd (weinig gebruikt?) dat we toch maar, (ondanks dat we hier geen tekens zagen) vervolgden. Na een uur kwam er een man ons tegemoet die ons kon geruststellen, het was het goede pad.

In de nieuwe wildernis.
In tempel 52.

Na enkele uren (en tempel 53) bereikten we weer de (nu) zee, de Seto binnenzee. Er staan nog wel borden waarop staat aangegeven hoeveel meter je boven de zeespiegel bent en er zijn ook nog borden die wijzen naar de ‘rescue places’, maar er zijn geen hoge tsunamitorens meer.

We sliepen deze nacht bij warm water bronnen (?) aan zee. Het water was weer 40 graden, er waren weer bubbel baden en je kon ook buiten in het warme water liggen. Bij de kamer hadden we ook nog een soort privé warm water bad. Het was allemaal zalig. Ik werd er doodmoe van en heb die nacht 11 uur geslapen.

Maar kon voordat ik knock-out ging op een terrasje genieten van de zonsondergang.
De zee, de zee.

Zondag 24 november Nu ik dit ‘s avonds om 9 uur typ lijkt het vertrek vanochtend uit het bronnenhotel alweer ‘jaren geleden‘. En het was maar 13 uur geleden. ‘Tijd’ is een raar iets. Op een dag maak je zoveel mee en zie je zoveel dat het ‘s avonds lijkt alsof je ‘vol’ zit en de notie van ‘een dag lopen’ geheel kwijt bent. Als ik de foto’s van 5 weken geleden zie denk ik ‘het lijkt wel een leven lang geleden’.

We liepen weer langs haventjes.

Bij het ontbijt krijg je heel vaak wat gedroogde kleine wormpjes? Visjes? Nou ja, hier liggen ze dus te drogen, het zijn wormpjes.

De daken zijn hier met allerlei beesten versierd. Aapjes, vogels, leeuwen enz. Deze versiersels en dakpannen worden in dit gebied gemaakt.

Maar er kan zoveel meer…….
Voor de zeegod? Een piepklein Shintohuisje aan zee.
Aan de haven.

We zijn inmiddels in Imabari aangekomen, een grote stad met een enorme haven.

Een gebouw in de vorm van een schip.

De secularisatie heeft hier duidelijk toegeslagen, toen ik de weg naar een tempel aan een jonge vrouw vroeg wist ze dit niet (hij bleek om de hoek), de osetta staat ook op een laag pitje en op dit tempelterrein kun je ook parkeren.

Tussen alle nieuwbouw stonden ook nog enkele oude huizen.

We slapen vandaag, maandag 25 november, in een tempel op een berg. Een prachtige tempel met een heerlijk gastenverblijf met 2 gasten: wij dus. Op face book wordt er gewaarschuwd dat ‘alles vol is’ en dat je minstens 2 dagen van te voren De slaapplaats moet reserveren, maar wij merken hier weinig van. Het verslag van vandaag volgt later want de internet verbinding is zwak. Op de tv (die voor ons werd aangezet) is het journaal met de paus, hij blijkt ook in Japan te zijn: met juichende mensen in een voetbalstadion (niet helemaal vol), en de paus die kussend en zwaaiend wordt rondgereden. Hij bezoekt nu de keizer. Hiervoor was er een kookprogramma. Het is allemaal op z’n Japans, maar verder zijn de tv programma’s zeer herkenbaar en net als bij ons. Alleen nemen de presentatoren als het journaal is afgelopen met een buiging afscheid. Dat zie ik ze bij ons nog niet doen.

Vegetarisch eten in de tempel.

We hebben weer zalig gegeten. Voor het eerst een vorm van bruine (en toch ook klevende) rijst. Het eten werd opgediend op dit beeldige lakwerk servies. Helaas heb ik er geen ruimte voor in de rugzak.

Inmiddels is ‘Met het oog op morgen’ gedownload (45!minuten) dus ik stop er voor vandaag mee. Morgen is er weer een dag. Wie weet met een snellere internetverbinding.

Hiroshima ’Peace tourism’

Vrijdag 22 november ‘Tegenover’ Matsuyama ligt Hiroshima. Het is vlakbij, dus vandaag zijn we er met de ferry naar toe gegaan.

Het Vredespark:

Uit: Japanse kronieken: Hiroshima, juni 1943. Alle gezonde mannen zijn aan het front en vele jonge vrouwen werken in de oorlogsindustrie van Nagayo of zelfs in de kolenmijnen van Kyushi. De stadsreiniging is dus in handen van oude vrouwen en soms zelfs van Boeddhistische nonnen, die uit hun kloosters zijn geplukt. De vrouwen die in juni de straten van Hiroshima vegen hebben misschien wel tussen het straatvuil het volgende blaadje gevonden:

‘Zolang het keizerlijke rescript de overtuiging zal onderschrijven dat Japan even oud is als de Hemel en de Aarde, zal Amerika tot de ondergang gedoemd zijn…………..’ (einde citaat)

We zijn eerst naar het herdenkingspark over de aanval met de atoombom gegaan. Op de folders van het toeristenbureau staat ‘Hiroshima Peace tourism’ en ik ben nog aan het denken wat ik daar van vind.

Klaar voor de foto, het is in ieder geval ‘tourism’.

De Dome van de foto hierboven is het enige gebouw dat na de atoombom is blijven ‘staan’ en dit is nu het krachtigste monument dat aan de aanval herinnert. In het park wordt op verschillende plaatsen herdacht, er zijn monumenten voor de kinderen, voor de burgerbevolking, voor de toen aanwezige buitenlanders enz. En er staat een eeuwige vlam, waar elk staatshoofd dat Japan bezoekt een krans legt. En er is een museum.

Een bezoek aan het complex is voor alle scholen verplicht.

Zo wachten ze hier tot ze naar binnen mogen.

In het museum is een groot overzicht van de aanval en de directe gevolgen te zien. Er hangen verschrikkelijke foto’s en ofschoon er bij de deur een bord hangt waarop de leraren wordt gevraagd de kinderen hierop voor te bereiden (in het Japans en Engels opgesteld) vind ik deze beelden veel te erg en veel te veel voor kinderen. Er was een soort speurtocht voor hen en in het museum bekeken ze alle foto’s vol belangstelling.

Het Museum en het park maakten weer erg veel indruk op me.

Zoals altijd zijn het de gewone mensen en de kinderen die In de oorlog het slachtoffer zijn.
Herdenkingshal voor de burgerbevolking.

In het museum bleef ik weer op zoek naar andere en meer informatie over de Tweede Wereldoorlog; de rol van Japan, die van de keizer (deze wordt nergens genoemd), de aanloop naar de oorlog, kortom hoe begon het en hoe liep het af.

De enige tekst over de Tweede Wereldoorlog.

Daarna, om alles te verwerken, zomaar een beetje door de stad gelopen.

Hiroshima is open, energieke stad.

We bekeken een (duur) warenhuis:

Hier hangt de kerstversiering al.
Hoezo bento-box?
Een straat met restaurants.

Bij de restaurants is vaak een soort etalage waarin het menu, in plastic uitgevoerd, te zien is. (Zodat je in ieder geval weet wat je bestelt). Het ‘nationale’ gerecht van Hiroshima is een, ik noem het maar ‘hartige pannenkoek’. De bodem is een zoete pannenkoek, met daarop: gekookte kool, een ei, tofu, vlees, iets onbekends enz. Alles naar keuze, bij voorkeur in laagjes. En tenslotte een flinke scheut soyasaus. Ik at er 1 de vorige keer, nu konden we zo’n restaurant niet vinden en hebben in een grillrestaurant gegeten. Dat gaf wat gedoe, ze eten hier enorm veel vlees (wat me de vorige keer totaal niet is opgevallen). Vleesloos kan, maar dan wel vis. En naast de vis lagen koolbladeren, plakjes ui, paddestoelen en paprika op de gril.

Typisch Japan, ze zijn gek op planten en bloemen. Ik heb onderweg nog nooit zoveel plantenwinkels gezien. Hier zijn jonge plantjes langs de Peace boulevard neergezet.

Bij een gokbureau (denken wij….het kan ook een ticketbureau’tje zijn)
De haven ‘s ochtends om half 9. We gaan weer terug naar Shikoku.

Matsuyama

Donderdag 21 november. Vandaag liepen we naar Matsuyama.

We naderen de stad, zelfs de Jizo beeldjes zien er hip uit.

Op het platteland staan vaak heel eenvoudige kraampjes met fruit of groente.

Vlak voor de stad is nog een enorme rettich te koop.

Nu lopen we weer op de stoep. Deze is hier altijd voor de fietsers en wandelaars samen. Tot nu toe hebben we nog niet 1 fietsbel gehoord als er bv iemand achter ons rijdt en ons wil inhalen. Er wordt dan vaart geminderd, langzamer gefietst. Soms merken we het dat er iemand achter ons rijdt en kunnen we aan de kant gaan. Soms merken we het niet en dan ‘wacht’ de fietser tot hij of zij ons kan passeren. En dan vaak ook nog met een buiging (wij buigen dan ‘terug’) of een goedendag. Maar bellen? Of iets roepen? Homaar.

Tempel 49: Jodoji staat langs een snelweg.
Zicht op de stad.

Ik was van plan wat ‘stadsfoto’s’ te maken, maar de steden zijn nog steeds niet echt mooi, dus dat is er weer bij ingeschoten. Ik zal mijn leven morgen beteren.

Een vajra bij tempel 51: Isheteji.

Een vajra beeldt zowel een bliksemschicht (‘als een bliksemschicht komt de verlichting’) als een diamant (het Boeddhisme is flonkerend, kostbaar). Deze lijkt van plastic, na inspectie blijkt het beschilderd hout.

Achter het hoofdgebouw was een lange, nauwe tunnel door de berg.

Met een lange rij Jizo beeldjes.
De tunnel leidt naar een ‘magere Boeddha’.

Ergens ‘achterin’ stonden beelden met gebeurtenissen uit het leven van de Boeddha. Toen ik ernaar vroeg bij de dame van de stempels bracht ze me naar nog een andere ruimte: een klein museum met Boeddhistische voorwerpen: een thank uit Tibet, beelden enz.

Dit beeld is m.i. niet in de Japanse stijl. Ik denk dat de stijl Indiaas is. En ze komen me zo bekend voor dat het wel eens kopieen van beelden uit Ajante kunnen zijn.

Pagode.

En waarom is Matsuyama bekend? Het badhuis en de warm water bronnen.

Dogo onsen.

Dit badhuis is 1 van de oudsten en mooisten (vooral de binnenkant) van Japan. Zo vertellen de toeristische folders. Dit kon ik weer niet checken. Vorige keer ben ik hier doorgelopen en nu wordt de binnenkant gerestaureerd. Maar de buitenkant vind ik ook mooi.

Langs de straat ook een bron met warm water.

Het is hier enorm toeristisch, veel dure winkels, souveniers, riksha’s en mensen, heel veel mensen.

En een klok!

Een klok waar op de hele uren poppen uit te voorschijn komen die dan de gang van zaken in het badhuis uitbeelden. Er stond een enorme menigte gewapend met een een telefoontje en vaak gekleed (want net schoongewassen) in kimono te wachten op klokslag 6 uur.

Afscheid van de bergen.

De duidelijkste richtingaanwijzer.

Dit is de meest duidelijke richtingaanwijzer; we kunnen het lezen en begrijpen. Er kan eigenlijk niets misgaan. Behalve dat hij de eerste weken erg vaak de weg wees (En dan ga je er toch op vertrouwen….) en dat deze pas weer de eerste in 3 dagen was die we zagen.

Woensdag 20 november Het was een frisse dag met prima wandelweer, de zon scheen en de wereld was weer zo mooi.

Kale akkers, klaar voor de winter.
Heel in de verte ligt Matsuyama.

We liepen, moesten nog 1 pas over en daarna zijn we morgen weer helemaal aan de kust. Vandaag zouden we 600 meter zakken. Het pad ging langzaam en lang naar beneden.

Na 2 uur verschenen de eerste huizen en tot onze verrassing stond daar ook een gebouwtje met een prachtige wc. Toen we hier ook even buiten gingen zitten verscheen dit oude vrouwtje dat een heel gesprek met ons voerde. (Zij voerde het gesprek)

Zij wilde maar wat graag op de foto.

Het toilet was door de plaatselijke bevolking voor de henro’s neergezet, zo hoorden we later want met deze vrouw vlotte het gesprek natuurlijk en jammer genoeg niet. Het blijft verbazingwekkend wat er allemaal voor ons gedaan wordt. 5 Minuten later kwamen we bij een hut met thee, koekjes informatie enz. Alles gebouwd en verzorgd door een man uit het dorp.

Enorme dalia’s langs het pad.

Ja, dan loop je nu even voor het laatst in de bergen. Wat hebben we het met de herfstkleuren en het weer getroffen. We liepen hier net in de mooiste periode van de herfst. Over ongeveer een week, dan zijn we weer terug in de bergen. Maar nu eerst Matsuyama, een grote stad die ook weer aan de oceaan ligt.

Tempel 46: Joruiji.

Onder in de kelder staat de schat van deze tempel:

Honderden beeldjes van Amida Boeddha.
Een boom van 1000 jaar oud.

En dit sprookje is tempel 47: Yasakaji.

De voeten van de Boeddha.

Als specialiteit heeft deze tempel ‘de voeten van de Boeddha’. Als je er met blote voeten op staat krijg je daarna geen pijn meer in de voeten.

Hippe pelgrim die toch maar het zekere voor het onzekere neemt.

We slapen deze nacht bij een tempel. We waren er al vroeg, om 3 uur en hebben zalig alles kunnen gewassen. De meeste slaap plaatsen (ryokans, minshiku’s, tempels en soms ook hotels) hebben wasmachines en drogers. Er is hier ook een enorm grote ofuro (bad), tevens bubbelbad, met water van 40 graden: heet maar nog net te doen. Als je erin ligt is het net of alle vermoeidheid uit je lichaam wordt getrokken. Bij het eten zaten we weer op de grond, dat is een extra moeilijkheid bij het eten met stokjes, zo dachten wij. Aan tafel zat een man (ook wandelende henro) en een groep van 5 buspelgrims. Zij spraken evenveel Engels als ik Japans. We kregen een heerlijk visje dat erg gaar was. Het viel uit elkaar als je het aanraakte. Ons geworstel met de stokjes en dit visje gaf veel hilariteit. ‘En het ei? Eten jullie dat echt gekookt?’ Werd ons gevraagd. Zij eten het bij het ontbijt rauw, door de rijst en met soya. Soms wordt het voor ons gekookt. De rauwe versie eet ik ook, of beter gezegd slurp ik ook uit de rijstkom naar binnen. ‘En natto?’ (kleine boontjes in een soort slijmerige, draderige substantie dat wordt vermengd met mosterd en azijn). Natto eten we ook. Het blijft jammer dat de communicatie hierbij blijft.

Ontbijt bij het altaar. (Het ei was gekookt)

Op naar Matsuyama!

Herfst! De bomen juichen, herfst!

Maandag 18 november. We vertrokken om half acht uit Ikadaya.

De herfstkleuren sprongen me tegemoet.

En dit bleef zo, het was vandaag een wandeling door bossen met onwaarschijnlijk mooie kleuren. Alsof er iemand met een pot verf langs was gegaan.

‘Ik had een hutje in het bos.’
In bewondering.

Het pad ging, hoe kan het ook anders weer omhoog naar een pas van 600 meter en daar in een henro hut lag een boek met een bericht van twee bekenden.

Ik zat met Laura en Ingrid op Japanse les.
Vlak voor de pas.
Een altaartje langs de weg.

Het pad ging weer door een bos.

En zo kwamen we uiteindelijk in Kuma Kogen aan, waar we in het hotel onze rugzak achterlieten en nog net voor het donker werd en de bui los zou barsten tempel 44: Daihoji wilden bezoeken. Maar toen we uit het hotel stapten regende het al hard. En zo kwamen we drijfnat bij de tempel aan. Daar was ook alles nat.

Ook in de regen is de kleuren-hemel boven de tempel prachtig.
Jizo.
Kannon Bosatsu.

Dinsdag 19 november werd het nog mooier. In totaal 29 km liepen we heen en terug naar tempel 45: Iwayaji. Heen liepen we weer over de bergen.

Het pad ging soms steil omhoog en dan weer omlaag. Het was vandaag droog en bewolkt. Dus was het wachten op de zon voor nog mooiere foto’s.

Tempel 45 ligt halverwege een bergwand. Kobo Daishi ‘kreeg’ deze tempel van een vrouwelijke kluizenaar. Hij maakte daarop twee beelden en door 1 hiervan in een grot te zetten maakte hij de hele berg heilig. (Dit lijkt me duidelijk een poging tot samenwerking met -, of overname van het Shintoisme, volgens dat geloof zijn bergen heilig)

Bij de grot staat een kleine tempel.

Maar wij moesten verder afdalen en tijdens de laatste en definitieve afdaling liepen we langs prachtige, enorme bomen.

Overal langs het pad stonden kleine beeldjes.
Uiteindelijk bereikten we de toegangspoort.

Ik heb, geloof ik, precies dezelfde foto 3 jaar geleden in de lente gemaakt en ik blijf die poort zoals hij daar ligt mooi vinden.

De tempel zelf schitterde in de herfstkleuren.

Terug naar Kuma Kogen zijn we langs de weg gegaan. Deze voert tussen hoge bergen die allemaal met prachtige kleuren bedekt waren.

Een klein stroompje.

Nou ja, ondanks dat de zon soms maar heel even scheen, zijn we telkens maar door gegaan met het nemen van foto’s, ik voelde me als Alice in Wonderland, het was prachtig.

En de oplossing is……

De vrucht doorgesneden.

Ook wij dachten eerst aan een kweepeer. Echter toen we de vrucht hadden doorgesneden leek hij op een appel en smaakte hij (vol sap) naar peer-en-appel.

We zijn gaan zoeken op het internet, het blijkt om een nashi peer te gaan:

Volgens Wikipedia komt hij steeds vaker voor op de Nederlandse markten (ik had hem nog nooit gezien). Maar, alle inzenders krijgen een nashipeer als ik hem tegenkom als dank voor het meedenken.

Technisch ongemak

Enkele maanden geleden is WordPress ge-up date-ed. Dit had enkele gevolgen: positieve en negatieve veranderingen. Daarna ben ik ook op een ‘ander menu’ overgestapt, hierbij zijn enkele pagina’s van India verdwenen.

De ‘reacties’ zijn het meest veranderd. Vroeger, ja vroeger toen alles beter was…., kreeg ik op het scherm van de ipad al een bericht: die en die heeft gereageerd. Dat was handig omdat ik reacties leuk vind en omdat ik ook altijd wil reageren. Dit bericht komt niet meer. In de app van wordpress staat natuurlijk ook ‘reacties’. Maar nu moet ik zoeken of er een nieuwe reactie is en kan ik deze: ‘beoordelen’ en als ik dit doe moet ik hem ‘toestaan’. Echter als ik dit laatste dan ook doe komt er ‘niet beoordeeld’. Daarnaast staan de nieuwe reacties soms bovenaan, soms helemaal onderaan. Daardoor is het voorgekomen dat sommige reacties niet beantwoord zijn terwijl andere wel 2 of 3 keer een antwoord kregen.

Zo dacht ik gisteren, laat ik alles weer eens ‘beoordelen’ en nu blijkt dat mijn reacties willekeurig rond zijn gestuurd.

Nou ja, om dit lange verhaal kort te maken, ik probeer elke reactie te lezen en hierop te reageren. Maar vraag me niet of dit lukt.

Ps ‘geef de schuld maar aan wordpress’…..daar zal het natuurlijk helemaal niet aan te liggen. En degene die zich hierin moet verdiepen?

Zij is alweer op stap.

Onderweg vervolg (deel 5)

1 Van de weinige woorden die ik kan lezen, hier staat ‘henro’.

Zondag 17 november liepen wij van Ozu, via Uchiko naar de ryokan Ikayda. Deze ligt op papier in Uchiko Town, maar ‘town’ en ‘city’ zijn hier rekbare begrippen want we liepen na Uchiko 15 km door een dal, langs een rivier met af en toe wat groepjes huizen en om dan nog steeds of weer in Uchiko te zijn………een verre buitenwijk misschien? Behalve een stuk of 5 huizen is er niets rond Ikayda.

Op de grens van Ozu ligt tempel 8: Toyogahashi. ‘Hashi’ betekent brug en dit was de brug waaronder Kukai een nacht heeft doorgebracht, beter gezegd geslapen. Daarom mogen wij, pelgrims niet met onze stok op de grond tikken, hij zou eens wakker worden. Kan het nog gekker? Jazeker, onder de brug ligt hij nog steeds te slapen. En hij wordt goed verzorgd.

Onder deze brug (?) heeft Kobo Daishi geslapen.
Hij wordt goed verzorgd.

De tempel die hierbij hoort is tijdens de overstroming van vorig jaar weggespoeld. Er is een noodtempel gebouwd en het stempelbureau is in een container gehuisvest.

Links de container.
Er wordt geld opgehaald voor een nieuw gebouw.

Hierna liepen we verder en kwamen in Uchiko bij een voorstelling terecht. En het was er zoals overal en altijd: vrolijke kinderen, een nerveuze leerkracht en het publiek gewapend met camera’s om net dat ene moment vast te leggen.

Nog even mijmerend over onze herinneringen aan soortgelijke optredens van weleer (geen heimwee) liepen we door naar het Uchiko Fresh Park Karani ………. een sprookje! Hier kleurt de Japanse esdoorn beeldschoon. En daar, onder die bloedrode hemel was een terras.

Zo dronk ik op deze zondagmorgen een kopje koffie.

Daarna voerde het pad weer een dal in langs een rivier. Ook hier herfsttinten.

We kregen deze wandeling ‘slechts’ 4 stuks fruit, maar wat voor fruit!

Twee enorme kaki-vruchten en twee onbekende vruchten (die ieder meer dan een pond wogen).

Daarom de de prijsvraag:

Wat is de naam van de vruchten links op de foto?

Doorlopend met de vruchten in de hand (te groot voor de tas) passeerden we nog meer herfstbomen en kwamen we in de ryokan van vandaag: Ikadaya terecht. Dit blijkt een groot, vrij nieuw complex te zijn. Glanzende vloeren en een prachtige eetzaal. Hier kregen we een mooie, heerlijke maaltijd.

Wat niet op de foto staat: een kom met udon, een bordje fruit en een glaasje sake.
Hulp bij de soya keuze, wat hoort waarbij?

Het eten werd op een zeer lage tafel geserveerd. Wij zaten, ‘lagen’ (op de grond) hierbij aan. Wij waanden ons in Romeinse tijden. Alleen het eten was anders. Omdat ik zo nogal ver van het eten zat (want waar laat je je benen?) hield ik mijn linkerhand onder de rechterhand met stokjes om het eten op te kunnen vangen als het op de glanzende grond of prachtige tafel dreigde te vallen. Ook bij het zitten wilde de dame helpen. Ze begon aan me te sjorren en duwen opdat ik maar dichterbij de tafel en het eten zou komen. Nou ja, uiteindelijk schoof ik 10 cm naar de tafel op en ging ze naar de keuken. Het eten was zalig!

Journey through the clouds

Dit was mijn kaart vandaag.

Ik ben vandaag naar tempel 7 Shussekiji geweest. Voor degenen die de tempels volgen: Het nummer klopt, deze tempel hoort bij een groep van 20 die ‘facultatief’ te bezoeken zijn. In het boekje stond wel de route, maar de eigenaar van de ryokan gaf me deze kaart en een mapje met foto’s van belangrijke punten in de route.

Het nummer correspondeert met het nummer op de kaart.

Zonder dit zou ik er nooit gekomen zijn. De tempel ligt boven op een berg op ruim 800 meter hoogte. Om bij de start van de klim te komen heb ik de trein van 10 voor 7 genomen en stapte na 2 haltes uit. Na een klein stukje over de weg ging er een paadje rechtsaf steil de berg op en dit ging zo 8 km door.

De eerste uren hing er mist.
Of waren het wolken?
Het was de ochtendnevel die in het dal hing.

Bij dit bord dacht ik dat er nog 1,1 km te gaan was. Jammer, fout gedacht. Het bord had heel ergens anders betrekking op en het henro’tje en pijltje waren er later bij gezet.

Een groep Jizo’s.

Onderweg stonden er verschillende groepen beeldjes in het bos, een teken dat ik de tempel naderde.

Kobo Daishi staat aan de voet van de trap.

Na 3,5 uur (en 8 km) bereikte ik de trap, de laatste lootjes en toen ik door de tempelpoort naar binnen ging stond daar een bankje (!) bij de drankenautomaat waar ook nog hete koffie in zat!

Was het nou een hert of een koe?

Deze tempel is gesticht op de plaats waar jagers zich tot het Boeddhisme bekeerden nadat ze een Boeddha uit de voet van een hert zagen verschijnen…… en dan ligt er ook een koe bij?? Verderop stond ook nog een beeld van een paard (niet op de foto). Dan maar alle dieren, om maar geen risico te lopen?

Toen ik weer enigszins hersteld was liep ik het tempelterrein op.

En daar stond dit boompje, te schitteren als het leven zelf.
Het uitzicht, met de oceaan in de verte. De oceaan is nooit ver weg.

Ik zat om 11 uur aan de udon, want er was een udonrestaurantje daar boven op de berg. Toen ik wegging kreeg ik een zakje snoepjes mee van de kok.

Na een laatste blik op het tempelterrein moest ik weer naar beneden.

Terug kon ook via de weg. Zo maakte ik een ‘rondwandeling’ (zie de kaart) en hoefde ik niet over het gladde steile pad naar beneden. Het was een smal weggetje waar ik in de 3 uur dat ik er liep 3 keer door een auto werd gepasseerd. En 3 keer stopte de auto en kreeg ik mandarijntjes.

Het uitzicht bleef verpletterend.

Het weggetje ging heel langzaam naar beneden, ergens zou ik ‘rechtsaf’ richting Ozu moeten gaan. Ik vermoed dat ik daar toch een fout heb gemaakt. Ik kwam een heel eind van de stad beneden. En ik had het wel gehad voor vandaag. Tot ik een spoorlijn over stak: daar was ik vanochtend met de trein over heen gereden, was er hier niet vlakbij een klein station? Na een half uur zat ik op het perron te wachten op het treintje dat na een kwartier kwam.

Rail away…..naar ‘huis’ voor vandaag.

Van de regen naar de zon (en het is echt herfst geworden)

Het handje bovenaan de steen geeft de richting aan.

Het is donderdag 14 november en ik toen ik vanochtend wakker werd was de lucht bewolkt. Er was voor vannacht en deze ochtend regen voorspeld en het had inderdaad vannacht geregend. Weer regen sinds 24 oktober, dat zijn 21 droge en vaak zonnige dagen! (Voor volgende week wordt er regen voorspeld)

Uwajima, om 6.40 uur.

Maar toen we op weg gingen was het al droog en in de loop van de morgen brak de zon door. De tocht ging eerst door een smal dal waarin de weg langzaam omhoog kroop. Na een pas kwamen we in een enorm wijd dal en daar stond tempel 41 Ryukoji.

Uitzicht vanaf de tempel.

Er stond een stevige wind in dit wijde dal en in die wind was het koud. We begrepen nu wel waarom er sinds vorige week bij de Lawson (naast de Kerstaanbiedingen) mutsen, dassen en handschoenen te koop lagen.

Tempel 42: Butsumokoji had weer een andere sfeer……hier stond op het tempelterrein naast de gebruikelijke gebouwen ook een kleine schrijn gewijd aan gestorven huisdieren. Bij het stempelbureau was een honden-vouwpakket te koop.

Hier stonden ook de ‘Zeven Geluksgoden’. Zij horen overal en nergens bij en staan overal, in restaurants, op Boeddhistische en Shintoistische tempelterreinen en op het huisaltaar.

De mandjes zijn voor donaties.

Ebisu: de enige van Japanse oorsprong. Hij heeft een hengel met een vis eraan en ‘helpt’ bij een goede vangst en veilige reizen.

Benzaiten Bishamon-ten en Daikoku-ten komen uit India. Benzaiten is de beschermster van de kunst (zij heeft een luit vast), Daigoku geeft kracht. Hij zorgt ook voor een goede oogst, naast hem staan twee balen rijst.

Jurojin, Fukurokuji en Hotei-son stammen uit China. Jurojin schenkt een lang leven, Fukurokuji staat voor welzijn en geluk en Hotei-son symboliseert de welvaart. Hij wordt ook wel de (dikke) lachende Boeddha genoemd.

Veel pret, maar geen Boeddha.

Daarna dachten wij……nog ruim 10 kilometer te moeten gaan. Echter het pad was afgesloten ivm landslights. Daarom moesten we over de weg die door de bergen in lange lussen omhoog richting alweer een pas kroop. Het werden zo veel meer dan de beloofde 10 km.

Maar wel weer een mooi uitzicht.

Gelukkig kregen we een lift van twee Japanse pelgrims in een auto, zodat we toch nog op een redelijke tijd in tempel 43 Meisekiji aankwamen.

En tempel 43 was een herfstplaatje!

Overal staan kerkhoven (urnen met as, vergezeld met takken of bloemen, een fles water voor de overledene en langwerpige houten amuletten). Ze staan lukraak langs de kant van de weg, naast een huis of in het rijstveld. Soms een enkele, soms een groot aantal. Waar mogelijk staan de urnen zo hoog mogelijk op een berg en naast een tempel.

Kerkhof naast de benzinepomp.

Vanaf tempel 43 is het 70 km naar nummer 44 en vrijdag 15 november liepen we daarom door naar het plaatsje Ozu, waar geen tempels uit de 88 serie staan, maar waar we wel kunnen slapen.

We besloten vandaag 1 keer het pad ‘over de tunnel’ te nemen.

En dan kun je opeens, dit zomaar zien.
Of een prachtige palmboom langs het pad.

Ozu, is een vriendelijk toeristisch plaatsje. Het is geen hoogseizoen meer.

De rivier ligt bijna droog, de toeristenbootjes liggen op de wal.

En wij hebben gegeten en gaan straks met een kruik naar bed. Zodra de zon weg is wordt het koud, dat is weer wennen dus.