Halverwege!

Henro richtingaanwijzer.

Het is een pad met heel veel verschillende richtingaanwijzers, soms staan ze bij elkaar, soms zien we ze vaak en soms lopen we uren tot we weer een teken zien. Gelukkig is er ook altijd het boekje, het chaotische boekje. Daar zou ik uren over kunnen vertellen. Ik verlang regelmatig naar de Lange Afstandspaden- of de GR boekjes. Vanaf nu begint elk blogbericht met een richtingaanwijzer. Als start 1 van de meest voorkomende en 1 die we kunnen begrijpen. (want ook dat is handig)

Maandag 11 november We zijn zojuist in tempel 40, Kanjizaji aangekomen en volgens het boekje zijn we nu op de helft van het aantal kilometers. De helft dus! (Nog 600 km te gaan……..)

Hier staan we bij Kannon Bosatsu.

Het was een rustige, mooie wandeling.

Onderweg kregen we weer osetta.

Osetta: dit zijn ‘kleine’ (volgens het boekje) geschenkjes van de plaatselijke bevolking aan de pelgrim. Maar soms zijn het dus ‘grote’ geschenken. Zo kreeg ik vandaag de wandelstok van een man die we op het bergpad tegenkwamen. ‘Ik ben bijna thuis’, zei hij. Ik heb hem sprakeloos nagekeken. We krijgen elke dag wel iets, vaak mandarijnen, heerlijk! Of snoepjes, de man op de foto kwam met twee potten snoepjes: ‘pak maar zoveel je wilt’. Alweer volgens het boekje: ‘Door deze zelf-loze daden van de plaatselijke bevolking voel je je nederig en zo ervaar je de werkelijke betekenis van ‘dankbaarheid’.

En, ja ik ben in een prachtige hut naar de wc geweest. Tussen alle knoppen (ook het doortrekken gaat hier elektrisch) kon ik het daarvoor bedoelde knopje niet vinden en dus probeerde ik ze allemaal. Helaas ook die van het alarm.

Hier probeer ik het alarm nummer te bellen om het alarm af te zetten.

De telefoon werd niet opgenomen (en hoe had ik het moeten uitleggen) en er kwam ook niemand. Gelukkig maar, dachten we, dat er niet iets echt was gebeurd.

Bij de gong in tempel 40.

Dinsdag 12 november

‘op een dorre tak
is een kraai nog blijven zitten
in de herfstavond’ (haiku van Basho)

Geen tempels vandaag, maar wel weer een zware klim over de Kashiwazakapas.

Met weer een prachtig uitzicht.

Volgens het verhaal……..raakten ooit de pelgrims boven op de pas bewusteloos door de dorst. Kobo Daishi verscheen en riep: ‘Graaf de wortels van de Shikimiboom (Japanse anijsboom) uit!’ Hierop verscheen puur water dat iedereen genas.

Geen water maar wel een Shintoschrijn (?) op de plaats van dit wonder.
In 1 van deze huizen hebben we vannacht geslapen.

Woensdag 13 november Op weg naar Uwajima, een grote stad.

Daar links van mij…..gaat het steil naar beneden.

Vandaag liepen we hoofdzakelijk langs ‘route 56’, een snelweg die ook het eiland rond gaat. Bij de tunnels is er vaak een pad voor de henro: ‘over de berg’, zodat je niet door de tunnel hoeft. Dit zijn vaak steile, moeilijk begaanbare paadjes. Omdat dit een relatief korte etappe was en omdat het een lange tunnel was (1750 meter) zijn we via dit pad gegaan.

Toen we beneden in een dorpje aankwamen kregen we van een mevrouw 2 mandarijnen en toen we daar zo met haar stonden kwam er een man naar ons toe rennen ‘wacht even’, hij had twee blikjes koffie voor ons.

En vanmiddag kwamen we in Uwajima aan. Uwajima heeft een kasteel op de berg (zoals elke stad hier) en de Tenshaen tuin. De tuin is in 1866 als vakantieverblijf (het huis is inmiddels weg) voor een plaatselijke edelman aangelegd. Nu is het ‘nationally designated scenic spot’. Er staan wel 11 soorten bamboe, maar wij vonden de bamboe die we ‘in het wild zien’ veel mooier. Maar de vijver met de begroeide brug: een plaatje toch?

‘de oude vijver
een kikker springt
geluid van water’ (haiku van Basho)

In Uwajima staat de Ryukoin tempel (nummer 6 van een groep andere tempels). Hier ligt ‘het heiligste’ van tempel 40 (wat meestal niet te zien is en dus ook hier niet).

Shinto schrijn en Boeddhistische tempel.

Links staat de (vaak rode) Shintoschrijn, bewaakt door twee vosjes. Zij bewaken de kami (god) van de rijst. En op de achtergrond de Boeddhistische tempel. Het was een stukje klimmen naar dit complex en ooit stond beneden aan de trap een grote rode tori. Maar dat zal teveel zijn geweest een tori die met zijn aanwezigheid het hele terrein Shinto maakt. Nu stond er niets, geen tori, geen toegangspoort.

Steen met een haiku van Basho.

Op het tempelterrein staat een steen met een haiku van Basho. De dame van het stempelbureau heeft de tekst voor me opgeschreven en stuurde een andere dame met me mee naar de steen. Nu dus nog uitzoeken wie het kan vertalen (en wat er staat). Maar de steen zo onder dat herfstboompje is ook mooi.

En tenslotte, we slapen in het Clementhotel. Beneden bij de receptie kun je allerlei spulletjes om te gebruiken mee nemen: o.a. toiletspullen, oordopjes en ook koffie. Hier zit de koffie in een soort theezakje, in een ‘drip coffee bag’.

Onderweg (vervolg, deel 4)

Vrijdag 8 november Het pad ging weer landinwaarts en een stukje terug langs de weg die we al gelopen hadden, maar gelukkig ging er aan de andere kant van de rivier ook een wandelpaadje. Daar passeerden we een tori met daarachter trappen naar een Shinto schrijn.

Hier staat Mariet onder de tori.

Ik ben nog even doorgeklommen naar de schrijn (die bij Shinto tempels altijd leeg is, maar toch…..).

Het dak van de schrijn.

Daarna kwamen we weer op de weg en bij de koffieshop, die enkele dagen geleden dicht was, maar nu open was! Dus dronken we in een vrij luxe omgeving (zeker voor Shikoku) een kopje koffie. (Dit keer geen ei bij de koffie maar een plakje cake). Bij het weggaan kregen we van de eigenaar osetta. Omdat ik het telkens vergeet van dit mooie gebaar een foto te maken bij deze dus.

Mariet met de osetta naast de eigenaar.

Daarna moesten we echt omhoog, het pad liep langs de plek ‘Shinnen An’. Shinnen was een man die in 1687 de henro tocht (volgens het boekje) 20 maal maakte en de eerste gids schreef. Tijdens zijn tochten heeft hij ontelbare hutten en pad-palen neergezet. Hij maakte de henro populair. Net als de vorige keer maakte deze plek veel indruk op me.

Het doet me erg denken aan de rijen gebedsstenen, die je in Tibet en Nepal langs de paden ziet.
En natuurlijk was het pad weer mooi.

Toen bleek het vandaag de dag van het paadje te zijn. Het boekje gaf een pad over de flank van een berg aan en er stond 1 pad-paal. (henro-richting aanwijzer) die omhoog wees. Dus zijn wij omhoog gegaan. Gaandeweg het lopen werd het pad steeds nauwer, raakte meer overgroeid en werd het steeds onbegaanbaarder.

Gelukkig stond er weinig water in deze stroom.

We vroegen ons tig keer af of dit a. wel een pad was en b. was dit wel het goede pad? Gelukkig liep het pad na de stroom verder onder langs een weg en was daar een opening in de vangrail. We zijn steil omhoog geklommen en verder langs de weg gegaan.

We sliepen in een prachtige ryokan. We moesten hier erg naar zoeken. Gelukkig wil echt iedereen helpen. Achter de oude man loopt een oude vrouw die ons helemaal naar de ryokan heeft vergezeld (ze heeft het laatste klompje gekregen). Maar de man wilde natuurlijk ook een stukje mee.

Op zoek naar de ryokan.

Helaas heb ik weinig foto’s van de ryokan gemaakt.

In onze ‘huiskamer’.
De tuin.

Er lag dit keer geen kimono klaar (die je na het bad aantrekt en die je dus aanhebt bij het avondeten) maar een soort piyama. Erbij lag ook een deken. De eigenaresse vroeg de hele tijd ‘atsui’ en ik wist natuurlijk weer niet of dit ‘warm’ of ‘koud’ (een toch wel essentieel verschil) was. Ondertussen werd het wel frisser. Om 6 uur kwam ze ons halen voor het avondeten. Dit werd in een ander gebouw geserveerd. Wij dus in piyama met deken in de donkerte op pad.

In piyama met deken aan de avonddis.

Het eten, hierboven aan het voorgerecht, was erg lekker en met veel zorg klaar gemaakt.

Zaterdag 9 november heeft de vrouw ons nog een stukje weggebracht en uitgezwaaid en waren wij met 12 km bij tempel 39: Enkoji.

Enkoji is de tempel van de schildpad.

Het verhaal gaat dat in 910 een schildpad met een bel op de rug uit de oceaan kwam en naar de tempel liep (die inmiddels door Kobo Daishi gebouwd was). Er staat een nog orginelere versie in het Nationaal Museum in Tokyo.

De bron.

Op het tempelterrein is ook een bron, waarvan men zegt dat het water oogziektes geneest. Wij konden dit niet verder onderzoeken het water was door enorme karpers in bezit genomen en met touwen hermetisch afgesloten.

We zouden eigenlijk in een minshuku bij de tempel slapen maar omdat ‘12 km toch wat weinig is…..’ zijn we doorgelopen naar Shukomo, 8 km verderop. Het werden uiteindelijk 24 km (het boekje klopt bijna nooit) en toen waren we toch weer blij dat de schoenen uit konden.

Zaterdag 10 november liepen we door een landelijk gebied met alweer steile steigingen, dito dalingen en prachtige uitzichten.

Langs het pad.
De oceaan bleek toch weer dichtbij.

Onderweg zagen we ook veel dieren. Een slang kroop ijlings voor me weg (te snel voor een foto) en dit is dachten we een sprinkhaan of een lopende tak.

Wij schatten zo 10 cm lang.
Uitzicht vanaf de Jizopas (300 meter, maar het leek veel hoger)

Beneden in het dal stond daar deze prachtige herfstboom, die vooral in de zon erg mooi was. De zon verdween echter achter een wolk en kwam niet meer terug.

Het gebouwtje links is een openbaar toilet. We ervaren het als een heerlijke luxe dat er overal toiletten zijn, bijna altijd schoon en altijd met papier, zeep enz.

De herfst komt

Dinsdag 5 november. Langzamerhand gaat de na-zomer over in de herfst. We merken het aan het begin van de dag en na 4 uur ‘s middags als de zon achter de bergen verdwijnt, dan is het fris. Overdag zijn we niet meer totaal doorweekt, maar is het nu wel ‘lekker wandelweer’.

En we merken het aan de bossen, de rijstvelden en de bamboebossen.

Heel langzaam verkleurt alles.

En het was vandaag de dag van lang, en dan bedoel ik niet lang qua wandelen (want dat is morgen pas). Bij het verlaten van Kuroshio liepen we langs de Shimantorivier, de langste rivier hier, er zijn geen dammen in aangelegd en hij stroomt dwars door Shikoku.

In de verte is de brug nog net te zien.

Via de Shimanto ohashi (brug) liepen we naar de andere kant, deze brug was ruim een kilometer lang. En als dessert hadden we een tunnel van 1620 meter. Ik heb geklokt, we namen deze horde in 22 minuten.

Door dat prachtige landschap wandelend kwamen we bij onze slaapplaats van vandaag, minshuku Anshyuku.

Woensdag 6 november liepen we naar tempel 38: Kongokofuji. Deze tempel staat op het uiterste puntje van de Ashizuri kaap. Ik vind het een prachtige tempel en ik voelde een golf van dankbaarheid voor het weer kunnen maken van deze tocht, op deze manier zo met Mariet en voor dit moment, toen ik na de lange en prachtige wandeling via de poort naar binnen ging.

De toegangspoort van tempel 38.

Onderweg hadden we weer prachtige uitzichten over de oceaan. Het is de pelgrimage ‘van de gele bloemen’, ze staan overal, soms hele velden voor.

Hier dronken we koffie. De koffie kwam met een ei (gekookt) en een halve banaan en toen de koffie op was kregen we nog een kopje groene thee. Bij het weggaan gaf 1 van de andere gasten ons nog een enorme mandarijn.

In het koffietentje langs de weg.

De Ashizuri kaap heeft een ook een bittere kant. Volgens een stroming van het Pure Land Boeddhisme is dit de plek waar ’aan de overkant’ dit Pure Land (het paradijs) ook werkelijk bestaat. Daarom is dit een plek waar veel zelfmoorden plaatsvonden. De kaap zelf is inmiddels hermetisch afgesloten. (Zelfmoord komt in Japan veel voor. Anno 2019 heerst er een enorme competieve sfeer en dat gecombineerd met een groot schaamtegevoel…….maar ook vroeger kwamen zelfmoorden veel voor. Misschien is het wel diep verankerd in de cultuur, iets om later ‘ns verder uit te zoeken dus).

Een ‘kaap omgaan’ is bijna net zoiets als een pas over.

We sliepen in minshuku Hatto en aten daar vis. Vis? Naast ‘de gebruikelijke’ onderdelen van de maaltijd: rijst, misosoep, tofu, een visje, zoetzuur, tempura, iets met ei, salade en groentetjes kregen we heerlijke shashimi.

Zo werd de shashimi geserveerd.

En zie ook de enorme klodder wasabi……..

Er bleef weinig van de vis over. De shashimi was vers en rauw ook van deze vis gesneden. Hij heet hier ‘Bonito’. (What’s in a name)
Tempel Kongofukuji (38) in de vroege ochtend.

Donderdag 7 november (vandaag) liepen we weer terug naar minshuku Anshuyku. En konden soms heerlijk over het strand lopen.

Surfer aan de zee.

Pelgrim uit Oranda aan de zee.

Het was dus allemaal weer heerlijk wandelen. Omdat het gisteren in tegenstelling tot ‘wat het boekje zei’ geen 20 maar ruim 31 (!) km was, zijn we vanochtend eerst een stuk met de bus gegaan. Japan is een sterk vergrijsde samenleving. In Japan en mn op Shikoku wonen er relatief veel oude mensen. Dat bleek wel in de bus.

Wandeltocht? We waanden ons even in een bejaardenuitstapje.

Morgen dus weer business as usual………….wandelen.

Mariet met Japanse henro.

Onderweg (vervolg, deel 3)

Gisteren, 3 november stond er een mooie wandeling langs de oceaan op het programma, maar al na 200 meter bleek het hele pad afgesloten want er was een stuk van het pad in de oceaan gezakt. Dus zijn we over de weg verder gegaan. (We zijn hier niet in de nacht gaan lopen, maar het is voor de telefoon moeilijk foto’s onder deze omstandigheden goed te belichten).

Vol goede moed op stap.

De weg ging diep het land in en hoog de heuvels op.

Zicht vanaf de pas, met in de verte de oceaan.

Het was een lange tocht naar Shimanto.

En weer door een mooi bos.

In Shimanto staat tempel 38, Iwamoto-ji.

En daar stond ook de ryokan waar we deze nacht sliepen. Het was een mooi ingerichte oude, houten ryokan. Het bleek echter moeilijk ‘een mooie foto’ van het interieur te maken, van de ofuro: het bad, dat lukte wel.

De heerlijke geuren staan ook op de foto.

Bij de receptie hangen alle naambriefjes van de pelgrims die hier geslapen hebben.

En hier hangt ook een naambriefje van ons bij.

Vandaag, 4 november, kwamen we na een uur lopen weer bij de oceaan.

Die elke keer weer anders en mooi is.
Ook hier was het pad regelmatig letterlijk weg gevallen.
Rijstvelden, vlakbij het zoute water.

Deze rijstvelden liggen een stuk hoger dan de oceaan en worden door een zware muur gestut. Zij worden bevloeid met zoet water dat uit de bergen komt.

In een henro hut.

Het is hier ‘walvissengebied’, overal staan borden met reclames voor boottochten naar de walvissen. (Daar is het nu niet het goede seizoen voor). En overal staat een walvis op. (Dus ook op het mapje van de eetstokjes).

Onderweg (vervolg)

Laat ik beginnen met nu, het is zaterdagmiddag 2 november, 4 uur en ik heb zojuist de was opgehangen.

De was heeft vandaag de kamer met het mooiste uitzicht.

Woensdag 30 oktober hebben we de tempels van Kochi bezocht.

Het pad naar tempel 29 is als een kathedraal.

De tempel heeft een prachtige tuin met haiku’s (die we niet konden lezen, maar toch mooi zijn) en er is een mostuin.

De mostuin.
Een Haiku.
Tempel 30 lig naast een enorm groot Shinto complex.
De schrijn is om een oude boom gebouwd, voor de boom-kami?

Donderdag 31 oktober vertrokken we uit Kochi.

Spitsuur.

Tempel 31 lag weer op een heuvel…..en het uitzicht was weer prachtig.

Precies op de goede plek stond daar een fotogenieke boom.

In het stempelbureau van de tempel kwam ons een bruidspaar tegemoet. Ze zouden gaan trouwen volgens (Shinto? Boeddhistische?) rituelen, want ze overhandigden een officieel uitziend papier aan de dame van het stempelbureau en wilden daarna natuurlijk voor ons poseren.

De pagode van Chikurin-ji (het is een belangrijke tempel)

Het lijkt heel voorzichtig herfst te worden. Dit merken we nog niet aan de temperatuur, het is al dagen rond de 25 graden in de zon wel te verstaan, ‘s ochtends als we om 8 uur vertrekken is het fris, maar zodra de zon schijnt wordt het warm, de zon heeft hier rond eind oktober nog veel kracht.

Na tempel 31 moesten we weer naar beneden en daar troffen we een groep kleuters aan die enthousiast allerlei spullen verzamelden. Dit begrepen we natuurlijk direct. Voor de herfsttafel! Het was weer een onmogelijk pad, maar de kleuters klommen over de stenen alsof ze op straat liepen.

De kleur van de petjes geeft de groep aan.

Na tempel 31 (ik blijf de nummers noemen omdat sommige volgers dit met een kaart van Shikoku doen waar de nummers op staan. Ik denk dat wordpress wel kan werken met een ‘interactieve’ kaart, maar ik kan het niet). Maar goed na 31 kwam 32 dus, en weer ging het pad door een bamboebos, en weer was dit zo mooi!

En de stammen zo lang!
Uitzicht met Kobo Daishi vanaf tempel 32.
En zowaar enkele bladeren in herfstkleuren.

Hierna liepen we door naar tempel 33.

Hier was het duidelijk: geduld is een schone zaak.

We sliepen in de ryokan tegenover de tempel, de ryokan waar ik 3 jaar geleden ook sliep. Ik stond nog in het boek!

Vrijdag 1 november. De volgende dag ontstond er wat gedoe over het vervolg. We moesten onze plannen wijzigen. De eerstvolgende slaapmogelijkheid bleek 30 km verderop te zijn en de eigenaar van de ryokan stelde daarom voor de eerste 8 km in een taxi af te leggen. De taxischauffeur was erg chagerijnig dus helaas, we hadden geen zin om een foto te maken. (De taxi’s zijn hier beeldig….smetteloos wit ingericht, met kanten kleedjes, soms heeft de chauffeur witte handschoenen aan, enz.)

Een groep buspelgrims om 8 uur in het mooie ochtendlicht bij tempel 34.

Enkele weken geleden alweer, ook als je ‘alleen maar loopt’ gaat de tijd snel, enkele weken geleden dus kwamen we een paar keer een Nederlandse vrouw van onze leeftijd op een fiets tegen. En dan spraken we wat met elkaar. Groot was onze verbazing toen we over een brug liepen en aan de overkant van de snelweg een fietser enthousiast naar ons zwaaide.

Onze schaduwen op de droge rivierbedding.
Verpletterend blauw!

Maar goed, de fietser. Zou dat haar zijn? Ze bleef maar zwaaien. Na de brug kwam een stad waar we koffie wilden drinken, leuk! kon ze mee, even bijpraten. En zo dachten we ook, ze schoot niet echt op, zo op de fiets.

Tja, oordeel niet te snel!

Het was een jonge man die even met ons mede-henro’s wilde praten en natuurlijk ook met ons op de foto wilde. We kregen een soort chocolade reep van hem. Ik gaf een mandarijntje terug. ( we hadden gisteren twee enorme zakken fruit van iemand gekregen, een zak mandarijntjes en een zak kaki-fruit. Van dit laatste kon ik nog net 2 stuks uithalen en de rest terug geven).

Tempel 35 lag weer op een berg.

Zandzakken langs de weg.

Ik denk dat deze zandzakken het water, dat bij zware regen onherroepelijk als een rivier van de berg af komt stromen, enigszins in banen moeten leiden.

Elke plaats heeft zo zijn eigen straatverlichting.

En tenslotte kwamen we bij een Lawson vanwaar we de man van de volgende slaapplaats moesten bellen, want hij zou ons komen ophalen. De slaapplaats was niet veel (maar dat is nu alweer geschiedenis). De man reed een beetje wild over de weg, hij haalde nog iemand op (bij een andere Lawson) en bracht ons toen naar de slaapplek. Daar lieten we de rugzak achter en bracht hij ons naar tempel 36! De service stond in schril contrast met de slaapplek.

Tja, dat pad bij tempel 36.

Vorige keer vroeg ik hier aan de dame van het stempelbureau naar het pad van mijn hotel (nu helaas gesloten). Ze wees naar achteren. Ik op pad. Het was op het einde van de dag en ik had het wel gehad voor die dag. Het pad werd steiler en steiler en ik durfde niet meer terug dus klom Ik maar door in de hoop op een breder pad of een weg uit te komen. Dat brede pad kwam en toen ik dat een kwartier had gevolgd kwam ik bij de weg: afgesloten met een groot hek. Ik weer terug de andere kant op, hoe kwam ik hier uit? Uiteindelijk bereikte ik een hek dat open stond en de weg waar een auto met een man stopte. Hij vroeg waar ik heen ging. Maar ik dacht, ‘ik ga niet bij een man alleen in een auto’ dus liep door. Een auto met een echtpaar stopte, en ik liet me in de auto vallen, doodop. Bij het hotel aangekomen stond daar de man van de eerste auto te wachten. Bezorgd!

En nu stond daar die behulpzame man van de slaapplek op ons te wachten om ons weer terug te brengen.

Foto van de opkomende zon (uit de rijdende auto genomen).

Vandaag, 2 november dus, bracht hij ons om half 7 naar de steiger van de ferry.

Wij moesten een uur varen naar de startplaats van die dag.

En vandaag hebben we alleen maar 1 van de ik noem het ‘tussentempels’ bezocht, bangai tempel 5.

Hier vraag ik de weg.
Uitzicht vanaf de tempel.

Hier zit Mariet onderaan de tempeltrap en ze bestudeert de route. Ze heeft een broodje gegeten en wat bleek, toen ik naar boven keek na het maken van de foto? Daar zat een aapje te kijken en te wachten ……….een broodje!

Hier rent het weer weg.

En toen waren we weer bij de oceaan.

En ik ga ‘ns kijken of de was al droog is.

O Henro

O Henro, of henro betekent zowel pelgrimstocht als pelgrim. Er zijn veel pelgrimstochten in Japan, de Japanners ‘zijn er dol op’. Het is voor hen een tocht door een ‘heilig landschap’ langs heilige plaatsen (bergen, watervallen, bomen, stenen), als de verblijfplaatsen van de kami (natuurgoden) en de Boeddha’s. Deze heilige plaatsen zijn ahw staties naar de verlichting. Door het maken van de tocht, het reciteren van de sutra’s, het branden van kaarsjes, wierook enz. verzamelt de pelgrim karmische ‘spaarzegels’. (Het Shintoisme en Boeddhisme zijn hier ahw geintegreerd)

En zo ziet de pelgrim eruit:

Zij draagt een Hakui (de hes).

Altijd als pelgrim herkenbaar.

Op de rug staat: Namu Daishi Henjo Kongo: ‘Eer aan de Redder Daishi, de verlichtende, onvergankelijke’.

De pelgrim draagt altijd een Kongozue (een stok). Hierop staat dezelfde tekst en vaak nog de Hartsutra (hierover later meer). De stok heeft een brocade hoesje waaraan een belletje zit dat tijdens het lopen continue rinkelt, om zo de aandacht telkens weer naar het heden, naar de werkelijkheid ‘terug’ te trekken.

Soms draagt de pelgrim niet alleen een stok, maar ook een regenpak.
De pelgrimstas.

(De foto is genomen ivm de beeldige telefoon). En dan draagt de pelgrim ook (nog) een zudabukuro (een tas). Op de tas staat dezelfde tekst als op het hes. En dit hoort erin:

  • Het stempelboek
  • Een sutra(gebeden)boekje (wij ‘doen’ alleen de hartsutra)
  • Naambriefje (een soort Boeddhistisch visitekaartje)
  • Kaarsjes
  • Wierook
  • Een gebedsketting
Het stempelboek met het stempel van tempel 31.

Het stempelboek bestaat uit telkens een bladzijde met een afbeelding van de tempel en daarnaast speciaal papier waarop 2 of 3 stempels worden gezet. Daarbij worden de datum en de naam van de hoofdheilige van die tempel gekaligrafeerd.

Het naambriefje.

Het naambriefje wordt ingevuld en in de daarvoor bestemde bus bij de tempel gegooid. Het dient dan ‘als bewijs’ van het bezoek. De kleur van dit briefje geeft het aantal keer aan dat de tocht is afgelegd. Wit is 1-4 keer, en dan loopt het via diverse kleuren op tot brokaat: 100+. (voor de echte doorlopers). Het briefje wordt ook gebruikt om naam en adres met anderen uit te wisselen, of het wordt aan mensen gegeven die osettai geven.

Links van mij de bus voor de naambriefjes.

Tenslotte draagt de pelgrim ook vaak een sugegasa (een hoed). Deze is erg mooi, maar draagt onhandig en is pijnlijk. Dus daarom maar niet.

En tenslotte………het gaat om de tocht, dus weg met al die uiterlijkheden…..lekker zo, op de fiets!

Achterop het kentekenbord staan twee kleine henro’tjes.

Even in the big city….

Op mijn zoektocht naar de volmaakte wandelschoen (voor mijn moeilijke voeten met knobbels) probeerde ik de afgelopen maanden zo’n beetje alle schoenen van Utrecht en Amsterdam en daarom meneer Carl Denig: dank voor al uw geduld en advies, met mijn voeten gaat het tot nu toe goed! En nu (misschien om toch maar ergens last van te hebben) heb ik al een paar dagen last van mijn knieen, het lopen gaat nog wel, maar ik zet steeds voorzichtiger mijn benen neer. En ik voel het als ik maar even een verkeerde beweging maak. Daarom zijn we voor 2 nachten in Kochi neergestreken. Rustig aan doen dus, om hopelijk erger te voorkomen.

Vannacht regende het weer voor het eerst sinds dagen en het regende hard. Maar gelukkig werd het in de loop van de ochtend minder.

Boeddha in de regen.

Na het bezoek aan tempel 28, waar het nog regende, zijn we met de trein en tram naar Kochi gegaan. En daar scheen de zon!

Bij het treinstation: welk perron? Hoe laat? En ook nog overstappen…..

Gelukkig wordt je overal uitgebreid geholpen.

In Kochi hangt deze uitleg op het perron.

Dit geldt voor de ‘conductorless train’. In de tram of bus is het de bestuurder die vaak direct bij het instappen wil weten waar we naar toe willen zodat hij weet waar hij moet stoppen.

Tenslotte is iedereen blij.

Deze man maakte het met de hulp wel erg bont. Naast de bestuurder hangt een apparaat waarin je bij het verlaten van de tram of bus je kaartje en het gepaste bedrag (hoe dat wordt berekend is weer een verhaal apart) moet gooien. Ernaast hangt een apparaat dat wisselt, want je moet gepast betalen. Deze man wilde ons direct na binnenkomst ‘begeleiden’ bij het wisselen zodat we dan al het gepaste geld zouden hebben. Hier is Mariet net klaar met wisselen. (Na ruim 2 weken Japan voelen we ons natuurlijk…..ervaren reizigsters die geen begeleiding nodig hebben bij het betalen van een tramritje……)

En nu zijn we dus in Kochi, de eerste grote stad waar we doorheen lopen.

Dit is de beroemde Harimababashi (brug), de grootste attractie van Kochi.

Om toch een beetje in beweging te blijven wandelden we wat door het centrum van Kochi, en dat was weer ‘eens wat anders’.

Hoezo ‘anders’?
Loop ik dus met koelkastmagneetjes van Nijntje, is hier een hele Nijntjewinkel.
Lost in translation in Mont Bell.

Tenslotte zijn we naar Mont Bell gegaan, de Japanse bergsportwinkel. Met weer allemaal mooie spullen, het werd een oefening in zelf beheersing.

Er zijn ook nog mooie, stille plekjes in Kochi.

En ja, die Lawson……dat is een winkel waar ik in Nederland niet snel naar toe zou gaan en die je hier zo enorm gaat waarderen. Er is van alles te koop: eten, pleisters, koffie (hotto!), schrijfwaren, paraplu’s, enz. en er zijn altijd w.c.’s. Als het regent is het daar heerlijk even schuilen. En altijd is het personeel vriendelijk en behulpzaam.

In de winkel van Sinkel………

Op het platteland is het een winkel van en voor iedereen.

En dit is de Lawson van Kochi.

Het is nu avond en we hebben ‘in de stad’ gegeten. Het kiezen en bestellen ging wat moeizaam, zo wilden we een lokale specialiteit proberen maar dit bleek een gerecht van/met kippenvel te zijn. Dan maar niet. Het werd sashimi: diverse soorten rauwe tonijn (op ijs geserveerd) en een heerlijke salade. De vis smolt in de mond, zalig. En de salade smaakte als vroeger en dat lag aan de slasaus, het was een salade zoals mijn moeder hem maakte.

Kochi by night.

Onderweg van gisteren naar vandaag (en nog een dag)

Eergisteren 26 oktober liepen we niet alleen langs de kust, maar ook vaak door dorpjes. 1 van die dorpjes heeft een ‘Antiek straat’, hier staan oude huizen, ik denk opnieuw gebouwd. Weer zoiets wat ik me af vraag: waarom is bijna alles nieuw hier? Is alles verwoest in de 2e Wereldoorlog? En was er toen een invasie door de VS? Werd er op de eilanden gevochten? Ik weet alleen dat er lang een bezettingsleger is geweest, er schijnt ergens nog een bataljon te zijn en er was een oorlogstribunaal en die keizer he, die voor het eerst tot het volk sprak. Maar eigenlijk weet ik dus niets over de recente geschiedenis.

En misschien zijn er ook zoveel nieuwe huizen omdat er bij al die overstromingen en typhoons zoveel verwoest wordt. Nou ja, eens verder uitzoeken als ik weer thuis ben.

Ook de vorige keer dat ik op Shikoku was Heb ik weinig ‘oude huizen’ gezien. Soms staat er nog een echt oud huis tussen de nieuwbouw. Soms is het nieuwe huis in oude stijl gebouwd. De dorpjes hebben weinig sfeer en in de grotere plaatsen is wel een soort centrum, maar ook dit is niet echt een kern, laat staan gezellig.

Dit zie je vaak, een dorpswinkeltje langs de kant van de weg. Met een klein assortiment, wat landbouwprodukten (zaden, jonge plantjes), en praktische artikelen: 3 broodjes, wat melk, rijst, snoep en vis. Links van het winkeltje staat het woonhuis van de eigenaresse.

We raakten met haar in ‘gesprek’ (voorzover je hiervan kunt spreken als je beide elkaars taal niet spreekt). Bij het afscheid gaf ik haar een klompje (jaaaa, ik weet het: hiermee bevestig ik een vooroordeel, maar ze zijn een groot succes Ook bij mij: licht in gewicht en klein van formaat). Als dank kregen wij weer een zak met koffiesnoepjes.

Rechts staat een ‘drankenautomaat’. Die staan werkelijk overal, soms enorm groot. Met thee, koffie, chocolade, (allen hotto of coldo), onduidelijke drankjes, water, papjes, enz.

Een huis in de ‘Antiek straat’.

In deze straat was ook een bakker. Alweer lekkere broodjes!

Verderop in de straat werd gewerkt. Het verkeer (auto’s, fietsen en wandelaars) wordt dan altijd door mannen met vlaggen geregeld.

Hij wilde maar wat graag op de foto.

Daarna kwamen we weer bij de oceaan en liepen een stuk op het doodstille strand.

Links loop ik.
De golfbrekers, het is soms net kunst.

In de loop van de middag kwamen we bij de minshuku waar we zouden slapen. Dit bleek ook een gaterings bedrijfje te zijn, gerund door 2 dames op hoge leeftijd.

De eigenaresse, ze is 78 jaar.
Let maar niet op de rommel.

Op het moment van de foto zitten we aan het ontbijt, de hulp loopt door de enorme keuken met de soep, altijd vaste prik bij het ontbijt.

27 oktober Na het ontbijt vroeg op stap en wat stond daar, na 10 minuten lopen?

Een beeldige tori, rechts is nog net de schrijn te zien.

Op het programma stond tempel 27. Het was 3.8 km steil klimmen, gelukkig konden we de rugzak in een garage beneden aan de voet van de heuvel achterlaten.

De uitzichten blijven mooi.
Het hoofdgebouw van de tempel.
Prachtig houtsnij werk onder het dak.
400 meter verder klimmen staat een oude Shinto schrijn.

De vorige keer dat ik hier was maakte dit alles veel indruk op me. Ook ‘ontdekte’ ik toen een ‘granaat’ of een ‘bom’ (?) bij de Shinto tempel. Wat betekende dit?

Hij lag er nog.

En ik heb me toen laten fotograferen bij de vijver met karpers.

Dus daar sta ik weer, drie jaar later, drie jaar ouder.

Beneden haalden we de rugzakken op en lieten als dank een klompje achter. En toen was het de hoogste tijd om even uit te rusten.

Het maakte toen even niet uit waar, als we maar konden zitten!

28 oktober We sliepen vannacht in Aki in Tamai H. Ik had bij het boeken de H niet gezien die voor hotel staat. En het was een heerlijk hotel, met bedden! en een goed matras! met zachte kussens! ipv de gebruikelijke kersenpittenkussens en we hadden een prachtig uitzicht over de oceaan bij het ontbijt, maar toen waren we de telefoons vergeten dus hiervan geen foto.

Het is 8 uur ‘s morgens, de dag begint in Aki.

We zijn vandaag naar Konan gelopen en het was een ‘gewone’ wandeldag (maar wat is gewoon?). Dus hierbij foto’s van onderweg, een zonnige ‘gewone’ wandeldag.

Doorkijkje naar de oceaan.

Het pad loopt vlak langs de oceaan, dus toch maar weer oceaanfoto’s, het blijft mooi. Soms liepen we langs route 55 (een snelweg, maar wel met Lawson voor de koffie) en vaker liepen we over een fietspad, waar nauwelijks fietsers op te bekennen waren.

Heel in de verte ligt Kochi, ons doel voor morgen.
En soms liepen we door een dorpje met zomaar een mooi huisje.

We zagen in de dorpjes ook veel armoedige huizen, klein en slecht onderhouden. En dan is het opnieuw weer jammer dat ik zo weinig over het land weet. Zijn er sociale voorzieningen? Is er veel werkeloosheid? Is er een Japanse AOW?

Het afval staat klaar.

Afval is voor ons een (klein) probleem. Er zijn namelijk nergens prullebakken of zo iets. Soms staat er bij de drankenmachines een bak, maar vaak sparen we het op om het bij de Lawson weg te gooien. Het afval wordt hier ook gescheiden opgehaald. Hier staat het klaar voor de vuilnisman ( hoop ik….. we zagen veel troep in de bosjes, komt de vuilnisman hier wel?)

Het recreatiegebied Geisei-nichi

We liepen ook een groot stuk door een recreatiegebied, met vakantiehuisjes, toiletten (overal staan toiletten in Japan en allemaal schoon), en kampeerplaatsen. Er zat nu nog een eenzame man te vissen en er stopte een auto waarvan de bestuurder naar de wc moest. Badplaats buiten het seizoen……gelukkig was het mooi weer.

Sunhouse!

En dit is Sunhouse! Opeens stonden we oog in oog met een modern gebouw van waaruit een prachtig uitzicht over de oceaan. We waren te vroeg voor een kopje koffie, het was nog niet open en trouwens we waren er ook niet echt op gekleed…..Sunhouse staat dan ook niet in ons wandelboekje. Maar er stonden stoelen buiten waarop we even konden uitrusten. Even later kwamen er juppen en zakenmannen (allemaal keurig in het pak) die vlak voor het moment van opening keurig voor de deur in de rij gingen staan.

Ter afwisseling liepen we door een tunnel.
De Tei Beweegbare Brug.

De Tei Brug (In het boekje staan ook hoofdletters) is dus beweegbaar. Hij is 32 meter lang en ligt aan de ingang van de baai. Hij staat omhoog om de schepen naar binnen te laten varen. Mensen en auto’s kunnen slechts 7 uur van de brug gebruik maken. Terwijl ik dit typ denk dat geldt toch voor veel bruggen….? Ze kunnen bijna allemaal open, maar misschien heeft deze Tei brug een verborgen bijzonderheid.

En toen sloeg het pad definitief rechts af en liepen we door Konan.

Het Ekingura museum.

Het museum was helaas gesloten op maandag.

Nog steeds onderweg.
Een viswinkel.
Bijna ‘thuis’ voor vandaag.

Hier loop ik met een zak mandarijntjes, die kregen we van een passerende vrouw die met een sprint uit een auto op ons afkwam. Ze wees ons ook nog de weg. Even later kwam ze terug, duizenden excuses, ze had ons de verkeerde weg gewezen. Dat gaf allemaal niets want ik zag het al: het volgende witte gebouw (met de letters) is de ryokan van vannacht. De mandarijntjes zijn inmiddels op.

De verdwenen, of is het de gemiste tori……

26 oktober Omdat ik bij de planning iets te voorbarig met de kilometers was geweest hebben we vandaag een stukje met de bus afgelegd. En natuurlijk reed de bus toen voorbij een prachtige tori. Volgens het Shintoisme bezielen onpersoonlijke krachten watervallen, bergen en bomen. Soms wordt er voor deze krachten: kami’s (een soort god) een schrijn gebouwd en bij de toegang staat een tori, als markering van het heilige gebied.

De tori is ahw de toegangspoort. Het is een zeer eenvoudig houten bouwwerk: een dwarsbalk die op twee staande balken steunt. Vaak is de kleur indringend rood, maar hij kan ook van bruin (van kaal hout) zijn of van cement. Door zijn vorm en ook door de kleur straalt hij kracht uit. Elke keer weer maakt het zien ervan indruk op me.

Tori langs het pad op weg naar de Fudo rotsen van 25 oktober.

De bus reed dus langs de oceaan en daar ‘dook’ een tori op. Krachtig rood, en prachtig afstekend tegen de blauwe oceaan.

Bij aankomst in Nahari, waar we vandaag slapen, zat het me toch een beetje dwars deze niet echt gezien te hebben; volgens het boekje was het ongeveer 5 km heen (en 5 km terug……) en omdat het nog vroeg was trok ik de schoenen weer aan en ging op pad. Voor de terugreis keek ik voor alle zekerheid toch nog even op de dienstregeling van de busdienst die aan een paal bij de halte hing. Pech, hij ging net te vroeg terug, als ik die wilde halen dan zou ik moeten rennen.

Het was een prachtige wandeling langs de oceaan, de zon scheen, het was zaterdag namiddag en de rust daalde langzaam neer.

En ik maar lopen, lopen…….geen tori te bekennen. Uiteindelijk zag ik een enorme steen en een klein gebouwtje. Nu was het zo dat hier ergens langs de kust Kobo Daishi in een poeltje zijn wasje had gedaan. We hadden het niet nodig gevonden voor een wasje extra kilometers te lopen, zelfs niet voor een wasje van Kobo.

Maar een tori op die plek….. dat was toch weer duidelijk een voorbeeld van de verstrengeling van Shinto en Boeddhisme, dacht ik. Daar wilde ik dus best 5, nee 10 km extra voor lopen.

Maar de tori stond er niet. Verdwenen! Gemist! Verkeerde plek? Maar ik stond bijna op de plek waar de weg een scherpe bocht maakt om een klif. En tijdens de busrit zagen we hem na die bocht.

De tori was en bleef verdwenen. Uiteindelijk heb ik een paar foto’s gemaakt van het gebouwtje, de steen, de oceaan en het uitzicht in de hoop dat dit het poeltje van het wasje is. Maar ook dit weet ik niet zeker. En toen ben ik die 5 km weer terug gegaan.

Waar was die tori gebleven? Of stond hij nog verder weg? En was dit de plaats van het wasje?

Het bleven raadsels, maar de tori had me een prachtige wandeling gebracht. (Heel vrij naar Kafavis).

Rechts is nog net de steen en de schrijn te zien.
De enorme steen.
Zicht in de schrijn, het koord met de gong(en).

Na regen komt …….

25 oktober Vanochtend bij het wakker worden beukte de oceaan nog op de kade, maar dat werd al snel minder. Toen we een kwartier later naar buiten keken zagen we dat de wolken weg trokken en er een blauwe baan ‘lucht’ ontstond.

De ryokan staat in de steigers, we denken als na- of voorzorg ivm een aardbeving.

En toen hebben we eerst alles bekeken waar we gisteren niet aan toe kwamen omdat we toen drijfnat waren en wegwaaiden. Als eerste de grot waar Kobo Daishi een verlichtingservaring had.

Anno 2019 moesten we een helm op, geen verlichting meer maar vallende stenen.
Er was ook een Shinto grot.
Het water druipt nog van de berg.

Daarna liepen we naar de liggende en slapende Boeddha. Hij ligt achter een enorm beeld van Kobo Daishi die over de oceaan kijkt.

En wat was de oceaan mooi!

Kaap Muroto.
Hoge golven sloegen tegen de rotsen.
Oude Jizo beelden.

Daarna liepen we naar tempel 25: de tempel voor de vissers. In de hoofdhal staan honderden Jizo beeldjes, ze houden allen een stuurwiel vast. (verboden te fotograferen en voor een snelle actie was het te donker)

Trappen, altijd, altijd trappen.
Even als een kind zo blij, in onze kamer van deze tempel stonden stoelen!

Tenslotte liepen we langs de oceaan naar tempel 26, deze tempel staat boven op een heuvel en daar slapen we deze dag! Een prachtige tempel met een kamer met uitzicht op de oceaan.

Draken bij de wasplaats (waar je je handen wast voor je het terrein opgaat).

Het eten in deze tempel was overvloedig: o.a. walvisvlees en walvis huid, (ondanks de pogingen de walvisvangst te stoppen gaat Japan hier nog steeds mee door en dan krijgen wij het nog te eten ook……..) en diverse soorten tonijn met bijpassende soja, een soort Japanse nassi (zo dachten wij) enz. Bij het ontbijt kwam dan tenslotte het rauwe ei met het gebakken visje. Maar veel en zalig gegeten in tempel 26.

Deze tempel is lange tijd verboden voor vrouwen geweest. De plek met de Fudo rotsen (jawel, weer naar beneden) aan de oceaan stond daarom bekend als ‘vrouwentempel’. De tempel stond in de steigers, maar de rotsen + lucht + oceaan…….schitterend!

De avond valt, ik was weer net voor donker terug.

Ps 2 dagen geen internet, wat een rust. Maar nu, 3 dagen na de dag met hevige regen en storm lezen we in de krant dat daarbij in het oosten van Japan minstens 10 mensen zijn gestorven en dat er weer veel huizen, wegen enz. verwoest zijn. We lopen tot nu toe ‘tussen de rampen door’, maar wat worden de mensen en dit land toch zo vaak door verschrikkelijk natuurgeweld getroffen. Daar worden we telkens weer aan herinnerd. Overal staan grote stellages om in te klimmen bij een tsunami, zijn deze er niet dan staan er borden met pijlen naar hoger gebied en op de kamer ligt altijd een zaklantaarn, ingeval de elektriciteit bij een aardbeving uitvalt. Wat is ons leven in Nederland in dit opzicht toch zonder zorgen.