Even een ander Japan

De afgelopen tijd zag ik niet alleen maar tempels. We liepen door prachtige natuur en ik heb geloof ik elk mooi boompje en elk prachtig uitzicht op de foto gezet. Maar de steden zijn niet echt mooi. Wat opviel was de reclame voor de kappers. Alle reclames zijn in het Japans, behalve die van de kappers. En er zitten prachtige bij. We denken dat met de invasie van de Amerikanen in de 2e Wereldoorlog het kappen een grote vlucht nam. Veel ‘perm’ dus, ofschoon we nauwelijks een gepermanent hoofd hebben gezien.

‘Cut and perm of professional technick’
Hier brengt de kapper vrede.
Een gesuikerde jongen, kan ook bij de kapper.
En wat gedacht van oranje haar?
Hier kun je met je haar communiceren.
De prijzen, 10 yen is ongeveer 8 cent.
Of canvas haar?
Maar haar kan ook egoïstisch zijn.
Kort maar duidelijk!
Herboren! Met nieuwe nagels!
Knippen en daarna Parma ham?
Of barok?
Hier wordt je haar gemaakt.
Zonder woorden.

Tijdens het lopen keek ik ook wel eens naar de grond en zag daar prachtige putdeksels. Elke stad heeft haar eigen ontwerp deksel.

Hier begon ik met het fotograferen van de deksels, die prachtige vogel!

De weg vinden Wat de Amerikanen ook brachten (denk ik) is de nummering van de belangrijkste wegen. ‘Route 56’ is een begrip voor ons geworden. En alweer: dit kunnen we lezen en zo konden we de weg weer (terug) vinden.

De slippers In ryokans en minshuku’s moeten de schoenen direct uit in het halletje achter de voordeur. Daar liggen slippers klaar. Hierop loop je naar je kamer en als daar een tatami mat ligt, dan moeten de slippers weer uit, die laat je buiten bij de deur staan. Die slippers zijn trouwens levensgevaarlijk. Bij aankomst ben je moe, ze passen nooit en je hebt je sokken nog aan. En zo ga je op die slippers met je rugzak en je spullen weer een onbekende trap op. De berg op ging gemakkelijker.

En dan moet je naar de wc. Je slippers staan buiten op de gang en hiermee loop je naar de wc. Daar staan toiletslippers (op de slippers staat vaak ‘toilet’). Deze zijn dus voor in de wc.

Wil je nog een keer naar buiten? Bij de deur staan ‘buitenslippers’ klaar.

En dan kom je uiteindelijk weer op je kamer en ontdek je dat je met de verkeerde slippers toch weer op die tatami mat staat.

In Takamatsu sliepen we in een chique hotel. Op de slippers die we in de kamer vonden stond ‘for room use only’. Maar wij toch op deze slippers naar het ontbijt. Bij de ingang werden we tegen gehouden. We mochten niet op deze slippers naar binnen. ‘Maar wij hebben alleen grote (en ook vieze) wandelschoenen aan, die kunnen we toch niet hier dragen?’ De dame belde haar baas (via een telefoontje dat op haar blouse bevestigd was). Na beraad mochten we voor 1 keer op deze slippers ontbijten.

Het toilet Is een zaligheid: de bril is vaak verwarmd of er zit een stoffen hoesje om de bril. Soms klinkt het geluid van stromend water als je eenmaal zit, of het geluid van kwetterende vogeltjes. Ben je klaar dan heb je de keuze uit een bidet, een toiletshower of een derde mogelijkheid. Zowel de kracht als de temperatuur van deze drie zijn te regelen. Soms spoelt het toilet automatisch door na het opstaan.

Buigen Doet men als begroeting of als dank. Op de tv zagen wij hoe belangrijker hoe dieper beide partijen met het buigen gaan. En dan gaat het maar door, steeds dieper. Ik moet toegeven, ik ben gelukkig niet belangrijk en maak dus maar een kleine buiging. Maar het hangt nauw, de buiging.

Nog niet de laatste lootjes…….

Maar wel bij tempel 88.

Het allerlaatste teken van vandaag: nog 0,7 km te gaan.
Afscheid vanochtend vroeg.

We werden uitgezwaaid door de eigenaresse van ryokan Azumaya. Een heel lief oud vrouwtje. Ze is al op leeftijd, net als de ryokan die duidelijk een betere tijd heeft gekend, (En dan zal ik maar niet van de keuken spreken). Ze heeft een dochter die in Lelystad woont dus de Nederlandse Henro heeft een streepje voor. We kregen snoepjes, chocolade en een onduidelijk energiedrankje mee. Ik had haar gevraagd de slaapplek voor overmorgen te reserveren. Dus veel getelefoneer, deze ochtend plaatselijke tijd 7 uur (wij ontbijten hier uiterlijk om half 7). Opeens kreeg ik de telefoon in handen en hoorde een Nederlandse stem (Nederlandse tijd 11 uur ‘s avonds): de dochter die me uitlegde dat het reserveren niet lukte, maar dat haar moeder het een uur later zou proberen enz. enz. Zoveel zorg, het blijft hartverwarmend.

We liepen weer door prachtige bossen en tot mijn grote verrassing en verbazing stonden er weer bomen In een kleur die ik nog niet gezien had.

Kastanje bruine kerstbomen.

Onder aan de berg, lang voor we bij tempel 88 zouden aankomen ligt de ‘Henro salon’. Hier werden we ontvangen met thee en koekjes en kregen we een ‘officieel certificaat’ als bewijs van het afleggen van de Henro.

Bijgeschreven in de annalen van de Henro.

De salon is opgericht en ingericht door een groepje dat ook de Camino naar Santiago heeft afgelegd. En daar krijg je ook een certificaat. Dus zodoende. In de ruimte is een maquette van Shikoku met alle tempels en een overzicht van de geschiedenis. We kregen ook een dvd en een beeldig tasje.

En toen werd het echt menens en moesten we klimmen, naar tempel 88, Okuboji.

En als je er dan denkt te zijn is er altijd nog een trap.
Symbool van de tocht van Kobo Daishi.

Vaak hangen er enorm grote sandalen aan de poort. Want Kobo Daishi droeg tijdens zijn tocht over Shikoku sandalen van stro. En aan die sandalen aan de poort wordt dan weer van alles opgehangen.

Kobo Daishi als pelgrim staat vlak achter de poort.
Yes! We made it!

Het is voor sommige pelgrims gebruik de stok hier achter te laten. (a 1000 yen……)

Maar dan staan ze wel onder het wakend oog van Kannon Bosatsu.
Bato Bosatsu met het paardenhoofd.

Ik heb in elke tempel naar een beeld van Bato gevraagd en het stond nergens. Zelfs niet in de tempel waar hij de heilige van is. En nu hier, zo op het einde, daar staat een beeld van hem met een heel lief paardenhoofdje op zijn voorhoofd.

Tijdens ons bezoek aan de tempel kwam er een enorme groep buspelgrims aan. Van 1 van hen kregen we een prachtig naambriefje en toen kwam er nog een man die ons 1000 yen osetta gaf. We raakten er helemaal verlegen van. ik heb toen maar snel 2 naambriefjes beschreven en die aan hen gegeven. En van die 1000 yen zijn we later een lekkere kom udon gaan eten.

Over naambriefjes gesproken, de pelgrims gooien bij elke hal in elke tempel een naambriefje met een wens in de daarvoor bestemde doos. Eens in de zoveel tijd worden deze verbrand. (Ik dacht, toen ik dit ritueel vorige keer in tempel 6 meemaakte dat we hiervan moesten ‘leren’ niets meer te willen wensen. Een Boeddhistische gedachte nietwaar?) Maar nee, door de briefjes te verbranden worden de wensen naar de goden gestuurd.

De naambriefjes worden verbrand.
Onder leiding van een monnik reciteren de pelgrims de Hartsutra.
En natuurlijk wordt dit moment op de foto vastgelegd.
Toen heb ik ook maar een selfie gemaakt.

En is nu, aankomend bij tempel 88, de tocht nu beëindigd? Behalve dat deze tempel qua sfeer en schoonheid niet echt uitnodigt om iets te beëindigen, officieel gaat de tocht verder naar de tempel waar je gestart bent. Dan is de cirkel rond en kun je weer verder doorgaan met lopen. Want de Henro is het leven, het leven dat doorgaat als in een cirkel, als in een kringloop.

Wij gaan na tempel 1 naar Koyasan, waar Kobo Daishi begraven ligt. En daarna naar huis, waar hopelijk het leven ook weer verder doorgaat.

Ato nareba nukitsu nukaretsu henro michi

Eerst volg ik

Dan passeer ik

En wordt gepasseerd

Het pad van de pelgrim.

onderweg (deel 8)

Donderdag 5 december. We naderen Takamatsu, waar de hele vallei met ‘stad’ is gevuld.

Ik moet er weer erg aan wennen, de drukte, het verkeer, het gemis van natuur.

Met twee beeldjes in de hand.

Als we langs een huis lopen horen we geroep. Het is deze man. We krijgen van hem ieder een piepklein stenen Jizobeeldje. Het is hol van binnen en daar zit een opgerold papiertje in waarop de mantra van de volgende tempel is geschreven. Het blijft verbazingwekkend hoe sommige mensen thuis de henro’s zitten op te wachten om hen iets te kunnen geven.

Kannon beeldjes langs de straat.

Bij tempel 77, Doryu-ji staat in een hoekje een groep Kannon beeldjes in een soort vierkante kring om een groot Kannonbeeld. Ik vind dat (net als de vorige keer) een prachtig plekje. En ik krijg het weer niet mooi op de foto.

Bij tempel 78, Goshoji.
‘Alle goedbedoelde

die de trap opkomt’ (vrij naar Wim Sonneveld)

Ja, dit wordt er allemaal bij de beeldjes neergezet. De glazen potten zitten vol met amuletten.

Kerstmarkt in een winkelcentrum in Takamatsu.

Vrijdag 6 december Sinterklaas is onopgemerkt aan me voorbij gegaan. Hier gaat het al richting kerstmis. Ik heb geen idee, wordt dit wel gevierd? Hoe en wat? Of gaat het alleen om de commercie en de frutsels er om heen? In elke winkel klinkt kerstmuziek, bij sommige huizen hangen kerststukken en op de koffie bekertjes bij de Lawson staan kersttaferelen.

Wij hebben vandaag een lange, zware dag. We lopen eerst langs tempel 81, Shiromineji en klimmen dan het Goshikidai plateau op naar tempel 82, Negoroji. Daarna gaat het klimmend en dalend over het plateau naar tempel 83, Ichinomijaji. Het lukte me niet een slaapplaats op het plateau te vinden dus moeten we aan het einde van de dag nog naar beneden. De stempelmonnik van 83 heeft een geplastificeerd overzicht van de route naar de bushalte een uur verder naar beneden. We rennen bijna de berg af. Ondertussen zijn de uitzichten weer prachtig. Nou ja dus, we komen net te laat bij de bushalte aan. En waarom is een bus niet net te laat als jij ook te laat bent? Het is al bijna donker en koud en we zijn moe en hebben geen puf meer om op de volgende bus te wachten. We nemen een taxi naar het hotel.

Een oude lantaarn op het plateau.

Zaterdag 7 december. We zijn in Takamatsu, hier staat tempel 19 van de 20-serie en hier is het Ritsurin park. We gaan eerst naar tempel 19 Kozaiji. En dan wandelen we door het park. Dit is 1 van de mooiste parken van Japan en ook hier staan de bomen in herfstkleuren.

Het is allemaal mooi, natuurlijk. Maar toch……. die bomen in de vrije natuur vind ik veel mooier. We zijn zo verwend de laatste weken met zoveel moois, dat het aangelegde park met de gecultiveerde bomen (het lijkt wel of er geen takje verkeerd zit) mooi is, maar me in eerste instantie weinig deed.

En toch….is het mooi.

Zondag 8 december……A temple too far ik wilde vandaag van de 20 serie naar tempel 20 (de laatste….) en van diverse kanten had ik al gehoord dat dit moeilijk, lang en zwaar zou zijn. Ik ben met de eerste trein naar de bushalte voor de eerste bus gegaan en kwam toen op de plek waar het pad omhoog (het kortste, maar ook het steilste…) zou beginnen. Ik heb een half uur gezocht en realiseerde me toen al dat dit verder niet zou lukken. Het pad bleek onvindbaar. Heen en weer stond er totaal 7 uur voor en met dit half uur had ik nog maar 6 uur voor deze tocht. Daarbij opgeteld dat het hier altijd verder, langer en zwaarder is dan wat wordt voorspeld….

Daarboven moet ergens de tempel staan.

Ik besloot een stuk over de weg te gaan tot de dam, vanwaar ook een pad over een smalle weg richting tempel ging. Ik ben 2.30 uur gaan lopen en daarna weer 2.30 uur terug om zo weer net de bus terug naar het station te kunnen halen, want de bus ging eens in de 3 uur.

Het stuwmeer bij de dam.

Maandag 9 december Van tempel 83, Ichinomiyaji naar tempel 85, Yakuriji, leek ons een ontspannen dagje te worden, ware het niet dat tempel 84, Yashima-ji weer hoog op het plateau stond en we op weg er naar toe de weg kwijt raakten zodat we ‘over de weg’ naar boven gingen dus met een enorme omweg. Gelukkig stond onze ryokan aan de voet van de kabelbaan naar 85, die hebben we tot de volgende dag bewaard. En gelukkig stond er een heerlijk restaurant naast de ryokan, die al bij het reserveren had gezegd geen avondeten te serveren (wat ons enige zorgen had gebaard). Zo klopten we pas om 6 uur bij de ryokan aan.

We konden meteen in bad en daarna iets later, sliepen we ook meteen.

In tempel 83 staat deze constructie. Als je hoofd erin past, bouw je goed karma op, past het niet….dan loopt het slecht met je af. Toen ik de rechter steen wat stevig vast pakte bleek deze los te zitten, door hem open te klappen werd de opening ahw wat groter. Veel goed karma dus!

Mijn hoofd past!
Het uitzicht op weg naar tempel 84.
En dan sta je ineens in de toegangspoort.
De avond valt.

En vandaag, 10 december zijn we met de kabelbaan naar boven gegaan, naar tempel 85 Yakuriji.

Tempel 85 is weer een sprookje.

Het was een rustige, ontspannen wandeling naar tempel 86, Shido-ji, waar de tuinman ons naar een ‘Japanse tuin’ wees. Dit bleek een zentuin te zijn.

De pagode van tempel 86.

En toen was het nog 7 kilometer naar tempel 87, Nagao-ji.

We slapen hier vlak achter, zodat we morgen direct kunnen beginnen met de tocht naar tempel 88. En nee, dan zijn we nog niet klaar, want het is gebruik te eindigen op de plaats waar je begonnen bent, want dan is de cirkel pas rond.

Maar die 88……. is toch een mijlpaal.

Wie is wie in Boeddhistisch Japan?

Incarnaties? Manifestaties? Avatars? Symbolen? Uitstraling?

Door de integratie met het Shintoisme zijn er ‘veel Boeddha’s’ in Japan. Toen het Boeddhisme naar Japan kwam werd het aanvankelijk als een variant van de kami cultus gezien. Kukai (Kobo Daishi) bracht hier verandering in, maar de twee godsdiensten zijn nog steeds nauw met elkaar verweven. Zo wordt Dainichi Nyorai beschouwd als een ‘uitstraling’ van de kami Amaterasu (godin van de zon).

Er zijn vier Nyoria’s. De hoogste heiligen. Zij hebben de verlichting bereikt en als een teken hiervan worden ze zonder bezittingen of juwelen afgebeeld.

De belangrijkste Nyorai is Dainichi: de grote Boeddha van de levenskracht die alles verlicht. Dainichi is overal en is alles. bv Ook de lucht die we inademen. Alle andere Boeddha’s en bodhisattva’s zijn uitstralingen van hem.

Dainichi Nyorai.

Shaka Nyorai is de historische Boeddha.

Boeddha Gautama is gestorven, op weg naar het paradijs.

Amida Nyorai de Boeddha van het oneindige leven.

Amida Nyorai.

Yakushi Nyorai: heeft helende krachten en heeft daarom een medicijnflesje vast.

Yakushi Nyorai.

Dit is een poging ‘wat licht’ op de enorme hoeveelheid verschillende beelden te werpen. Soms dragen ze elkaars attributen. bv bij dit beeld:

Het Kannonbeeld van tempel 80, Kokubunji

Dit Kannonbeeld is een combinatie van Juichimen en Senju aspecten. Het heeft 11 hoofden en 42 armen.

Er zijn 8 bosatsu’s. ‘De ideale Boeddhist’. Zij hebben de (laatste) stap naar de verlichting uitgesteld om de mensen te helpen, c.q. te redden. Om dit te laten zien hebben ze verschillende voorwerpen in hun handen die de wensen van de mensen kunnen vervullen.

De belangrijkste en meest aanbeden is Kannon Bosatsu, de Bosatsu van het mededogen. (Avalokiteshvara) Van origine een man, maar wordt ook vaak als vrouw afgebeeld.

Kannon Bosatsu.

Kannon kan op Shikoku op 8 manieren verschijnen:

Sho Kannon

Sho Kannon draagt een kroon met daarop een kleine afbeelding van de Boeddha.

Senju bosatsu

Senju Bosatsu heeft duizend armen om de mensen te redden.

Juichimen Kannon Bosatsu

Juichimen Bosatsu heeft 11 hoofden, 10 om mee de wereld in te kijken en 1 om diep in zichzelf te zien.

Bato Bosatsu

Bato heeft een paardenhoofd op zijn hoofd en is beschermer van de dieren.

Monju Bosatsu.

In de rechterhand een zwaard en in de linker een lotus.

Miroku Bosatsu

Boeddha van de toekomst.

Jizo Bosatsu, is de enige die als monnik wordt afgebeeld. Het is de beschermheilige van de kinderen, moeders en reizigers. Hij beschermt op de kruispunten (waar het kwade vaak voorkomt) en op de passen (op weg naar een onbekend, gevaarlijk gebied). Langs de kant van de weg staan vaak Jizobeeldjes (in dat geval zijn het voorouder beschermgeesten). Jizo staat ook op kerkhoven, daar is hij de redder van de lijdenden. Een recente uitbreiding van zijn taken is Jizo als beschermer van de geesten van jong gestorven kinderen. Dan draagt hij kleertjes en slabbetjes.

Myoo: vertegenwoordiger van Dainichi. Fudo Myoo: een woedende heilige. Standvasig en onbeweeglijk kan hij het kwaad blokkeren. Met een zwaard (van wijsheid) in de ene en een touw (waarmee hij het kwade vastbindt) in de andere hand.

Fudo Myoo.

Devabeelden, dit zijn oorspronkelijk oude, Indiase Brahmaanse heiligen die nu de poortwachters van het Boeddhisme zijn.

Benzaiten.

Benzaiten komt voort uit de Indiase godin Saraswati, de godin van kennis, muziek en leren. In Japan is ze de godin van alles dat stroomt: water, tijd, woorden, muziek en kennis. En ook weer in combinatie met de kami van het water.

En dan zijn er ook nog:

Binzuru.

Binzuru ziet er altijd oud en verweerd uit. Hij was een leerling van de Boeddha maar kon de drank niet laten staan. Daarom moest hij op de aarde blijven om de mensen te genezen, (want dat is zijn gave). Het beeld staat altijd buiten op de veranda van de hoofdhal en de meeste pelgrims strijken er even overheen.

De vijf Boeddha’s.

De vijf Tathagata’s: Boeddha’s van de wijsheid Zij geven de vijf kwaliteiten van de Boeddha weer: de wijsheid van compassie, van de zelfkennis, de gelijkmoedigheid, het onderscheidend vermogen en de wijsheid van ‘niets meer te willen’.

De 500 Arahants.

De 500 discipelen van de Boeddha.

Nio.

In elke toegangspoort staan aan weerskanten 2 Nio beelden. Zij symboliseren alpha & omega (leven en dood). Zij bewaken de toegang tot de tempel. Om het kwaad buiten het tempelterrein te houden zien ze er vreeswekkend uit.

En tenslotte, Bosatsu’s komen en gaan. Zo is er nu een Bosatsu die er voor kan zorgen dementie te voorkomen…….

Pelgrimeren langs tempels (deel 2)

De tempel: alle tempels zijn ‘open’ d.w.z. Je kunt altijd door de poort naar het terrein en tussen 9 en 5 uur is er minimaal 1 persoon (soms leek, soms monnik) die stempelt en de gebouwen ‘opent’ om dat wat gezien mag worden te tonen. Soms komt deze persoon ‘s ochtends met een auto aanrijden (ik ben om 5 uur ook al eens met hem mee terug gelift), soms woont deze met zijn gezin in een huis bij de tempel. Er zijn ook tempels met gastenverblijven. Deze zijn voor de groepen (buspelgrims), en als zij er slapen en als er plaats is kun je er ook als individu slapen. In dat geval is er een grote keuken en huishoudelijk personeel. Vaak is er dan ‘ s ochtends een dienst, men verwacht dan dat je deze bijwoont.

De ochtend dienst in Senyuji, tempel 58

In tempel Senyuji woont de priester met zijn gezin, een oude vrouw die voor de keuken zorgt en 5 jonge mensen, waaronder een Franse jonge man die er een jaar wilde blijven.

De priester. Bijna alle tempels staan vlakbij of naast een kerkhof, de priester vervult een belangrijke taak bij het sterven door de uitvoer van rituelen voor de gestorvene. (Men zegt wel eens dat de Japanners Shintoïstisch zijn bij hun geboorte, Christelijk als ze trouwen, en Boeddhistisch zijn als ze sterven.)

Onderweg liepen we langs een tempel waar juist het goma ritueel werd uitgevoerd.

Dit ritueel wordt in heel Azië bij alle godsdiensten ((Boeddhisme, Hindoeïsme, Jainisme) uitgevoerd. Het is al 5000 jaar oud en stamt uit India, waar het in het Vedische tijdperk door de priester werd uitgevoerd om de god Agni te vereren en zo wensen in vervulling te laten gaan.

Kukai bracht het ritueel uit China mee. (In het kort): het vuur in het Boeddhistische goma ritueel wordt ‘het vuur van de Grote Wijsheid’ genoemd. Het verwijdert de duisternis van de onwetendheid en brengt via dit ritueel het licht van de verlichting.

Priesters begeleiden groepen zoals de buspelgrims en zijn ‘te huur’ voor individuen.

Deze priester blies voordat zijn groep kwam op een soort doedelzak, ik denk ook als een vorm van een gebed. Ik wilde dit ook proberen en kreeg er natuurlijk…. geen geluid uit.

Traditioneel geklede priester (met moderne schoenen)
En hier is hij in gebed.

De pelgrim

Het is voor veel mensen belangrijk ten minste 1 keer in hun leven een pelgrimage af te leggen. Dit voor zichzelf of voor hun gestorven voorouders.

‘Buspelgrims’ bij tempel 71

Door tijdens de pelgrimage de pelgrimsattributen te dragen vervul je ‘1 van de 3 mysteries’ (daden, woorden en gedachten). Dit is een onderdeel van de ascetische training.

De stok!

En wat zijn dan die attributen?

De stok is heel belangrijk voor de pelgrim. Hij is de belichaming van Kobo Daishi die de pelgrim leidt. Er wordt dus goed voor de stok gezorgd. Zo is er soms een alkoof in de slaapkamer van een ryokan waar de stok kan staan en ook hebben we het meegemaakt dat deze bij aankomst met water wordt schoongemaakt. Op de stok staat vaak de Hartsutra en de bovenkant wordt door een lapje brokaat beschermd. (Soms zien we hierover ook een plastic hoesje voor als het regent)

Op de rand van de hoed staat de naam Kukai in het Sanskriet en de vier waarheden over het inzicht in het lijden en over de weg naar verlichting.

De witte hes stelt puurheid en onschuld voor, ook hier staat de naam Kukai in het Sanskriet op.

De pelgrimstas hier dragen we ons boek, het gidsje, de wierookjes, kaarsjes, naambriefjes, eten voor onderweg enz. in mee.

Met deze attributen zijn we herkenbaar als pelgrim. En dat is wel zo handig! De meeste dingen worden bij tempel aangeschaft en onderweg is er bij veel tempels een winkeltje waar de voorraad kan worden aangevuld.

De winkel bij tempel 1.

Rituelen bij de tempel

Bij elke tempel wordt het pelgrimboek ‘gestempeld’: de naam van de tempel en de datum worden gekalligrafeerd en er worden diverse stempels bij gezet. (er wordt veel gestempeld in Japan, ieder heeft zijn of haar eigen stempeltje. Zo wordt bv ook de rekening in een restaurant bestempeld)

Het kalligraferen.
3 Wierookstaafjes

Het is gebruikelijk 3 staafjes wierook te branden, een verklaring is: voor het verleden, het heden en de toekomst. Een andere verklaring is: voor de Boeddha, de leer en de gemeenschap (‘de drie juwelen’)

‘De drie Juwelen’ vormen 1 geheel.

Er wordt een kaarsje aangestoken.

En de pelgrims zeggen sutra’s (gebeden) op. Dit is altijd de Hartsutra en daarbij een gebed voor de heilige van de tempel en een gebed voor Kobo Daishi.

Op het osame fuda (naambriefje) wordt een wens geschreven en de naam en de datum en dit wordt in de daarvoor bestemde bus gegooid.

En wat is er nog meer te zien en te doen?

Iedere tempel heeft een ‘specialiteit’, genezing van ziektes, zorgen voor vruchtbaarheid, een lang leven, rijkdom enz.

Amuletten.
Houten wensplankjes.

De kleuren corresponderen met succes op het werk, in huis, een goede gezondheid, en nog zo iets. Met de stift kun je een wens of vraag op het plankje schrijven, deze worden daarna geofferd. (En dit kan ook door het verbranden ervan tijdens het goma ritueel). Er ligt een tekst met voorbeelden bij.

Een heel rek met wensplankjes.
Een enorme gebedsketting die je kunt rond trekken..
Moderne gebedsmolen met de Hartsutra.
Een ruimte met beeldjes.

We hebben nu al diverse keren ruimtes (onder of boven de grond) met beeldjes gezien. Rijen, wanden met beeldjes. Geschonken?

Op de beeldjes van een ander gedeelte van deze wand waren allemaal kindermutsjes, sokjes e.d. gezet. Ook lag er bij alle beeldjes iets (meegegeven?) snoep, blikjes drank, speelgoed enz.

En dit laatste zagen we vandaag in tempel 79 Goshoji.

Ik ben weer ‘helemaal bij’.

En ik? Wat doe ik in de tempels? We luiden de bel, branden een kaarsje, steken de wierookjes aan en zeggen de Hartsutra.

En ik? Ik realiseer me weer hoe mooi, onbegrijpelijk, sterk en kwetsbaar het leven is. En ik ben dankbaar.

En dan wordt je opeens geraakt

We zijn in Zentsju de plaats waar Kobo Daishi geboren is. Het is duidelijk een belangrijke plaats hier op het eiland en op de 88 henro. Ik heb vorige keer alles uitgebreid bekeken en ga daarom vandaag naar 3 bekkaku tempels. En ik ga met de trein. Een raar idee, met de trein ‘op tocht’ naar de tempels. Maar ze liggen zo ver uit elkaar dat je er soms dagen voor moet omlopen. Dus dan maar met de trein.

2 Liggen op het zelfde traject, ik moet er alleen halverwege voor overstappen van een trein op een 1-car trein (die trein bestaat uit 1 wagon) en deze gaat eens in de drie uur. Van mijn plan met de verste te beginnen en vanaf de dichtst bijzijnde terug te lopen komt dus niets terecht. Het is een dag geworden van wachtkamers, treinen, tempels en ook nog een kabelbaan.

Wachten in de wachtkamer.

Als eerste ga ik naar tempel Kaiganji nr 18. Deze wordt net als de hoofdtempel Zentsuji, als plaats genoemd waar hij geboren is. Deze ligt aan zee (de andere staat 12 km verderop in de stad).

In de verte ligt de haven van Takamatsu.

Dan volgt tempel 17, Kannonji.

De trein zit vol scholieren, die allemaal op hun telefoon kijken.

Hiervoor moet ik een half uur lopen vanaf het stationnetje.

Een wandeling langs prachtige herfstbossen.

Tempel 17 is heel eenvoudig. Als ik het terrein oploop is de vrouw van de stempels juist de toiletten aan het schoonmaken. Ze loopt met me mee en ik mag het allerheiligste zien. Dan vraagt ze mijn stempelboek en gebaart me ondertussen naar een kleine heuvel waar een beeld van Kobo Daishi opstaat.

Het altaar.

De tempel ligt aan een prachtig meer. Dit is een groot waterreservoir, gebouwd op instructies van Kukai. (hij dacht werkelijk aan alles…) Als dank hiervoor liet de toenmalige keizer deze tempel bouwen. Omdat mijn trein pas over 2 uur vertrekt heb ik nog tijd om hier langs te lopen.

Terug in de trein zit ik er, op een man na, lange tijd alleen in. De reis gaat nu door lange tunnels en steil omhoog. Hiervoor rijdt de trein ‘heen en weer’. Een stukje heen, de machinist sluit zijn cabine af en loopt door de trein naar achteren, gaat daar zitten en rijdt langs een andere rails een stuk omhoog. En loopt dan weer naar het andere eind van de trein. Ondertussen is een groepje wandelaars ingestapt.

Daar loopt de machinist. De passagiers staan klaar om foto’s van dit traject te nemen.

En tenslotte tempel 15, Hashkurasi. Vertaald is dit de tempel van de eetstokjes…. Het is ook het allerheiligste van de Konpira schrijn. (De belangrijkste Shinto schrijn hier op het eiland) Hier heeft de Konpira kami aan Kukai gezworen dat alle mensen gered zullen worden. Een duidelijk teken van de Shinto ‘overgave’ aan het Boeddhisme. Deze tempel ligt boven op een berg. Omdat er nog maar 1 trein over 3 uur (weliswaar) terug gaat, ga ik niet lopend naar boven en weer terug maar neem de kabelbaan. Stel dat ik verdwaal daar op die berg en de trein mis.

De poort gezien vanuit de kabelbaan.
De tempel is een sprookje.

‘En dan wordt je geraakt.’ Het hele complex is van hout en ligt tussen de herfstbomen boven op de berg in het gouden licht van de na-middagzon. Het is er prachtig!

Een paneel met dierenfiguren.
De Daishido – hal.
Kannon Bosatsu.
De trap (224 treden) naar de Shinto schrijn.

In het donker vertrekt het wagonnetje weer voor de terugreis met weer dezelfde machinist die weer heen en weer moet lopen en weer dezelfde man. Later stapt er weer een groep wandelaars in.

Dit keer bejaarden, zij hebben een plaatselijke ns wandeling gemaakt.

Ik Kotohira stap ik over op een ‘gewone trein’. Ik lever mijn kaartje in bij de uitgang van het station. Op dit kaartje, dat je bij het instappen uit de automaat trekt, staat het nummer van de plaats waar je bent in gestapt, zo weet de controleur hoeveel je moet betalen. Daarna heb ik nog tijd voor een beker koffie van de Seven Eleven (mijn tweede pas die dag), ik koop nu een kaartje voor de volgende trein en als ik zoekend rondkijk naar een bord waarop het perron staat, steekt de kaartjes controleur alweer lachend 3 vingers omhoog: perron 3 dus.

Om 6 uur loop ik door een donker (en koud) Zentsuji naar het hotel.

Van zon naar regen.

Vandaag, 3 december is het weer droog.

Zondag 1 december zijn we met de rope-way naar de top van de berg Unpenji vertrokken waar de gelijknamige tempel (Nr 66) staat.

Liep ik er vorige keer in de mist, nu was het fantastisch weer en bescheen de ochtendzon de beelden. Er staan heel veel beelden rond de tempel, ik heb ze niet geteld, maar het moeten de 500 arhats (discipelen van de Boeddha) voorstellen. (En mooi vind ik ze ook niet)

Jizo Bosatsu.
Levensgrote beelden, ook met de rope way naar boven gekomen?

Unpenji ligt op 997 meter hoogte, het was een lange tocht over enorm veel traptreden naar beneden.

Beneden kwamen we bij ‘het schuurtje’ waar ik 3 jaar geleden bijna ‘kapot’ op een bankje neer viel.

3 jaar later. (Het bankje staat er nog)

1 december en het land is hier nog groen.

Beneden in Kanonji aangekomen werd het al donker en haalden we het net nog naar Kanonji (68) en Jinne-in (69).

Me ook weer niet gerealiseerd: in dit jaargetijde worden de dagen steeds korter.

In de hoofdstraat van Kanonji City.
De Saitarivier.

‘s Nachts begon het enorm te regenen en dit ging de volgende dag gewoon door, alleen maar afgewisseld met periodes waarin het nog hard regende.

De binnentuin van ryokan Bansui.

Maandag 2 december ‘moesten’ we naar tempel 16 van de bekkaku serie Hagiwaraji. Het boekje raadde de ‘comunity bus’ aan en dit bleek een Japanse buurtbus te zijn. Hij ging 1x in de 3 uur maar door een speling van het lot waren we 10 minuten te vroeg voor de bus van kwart voor 9. Voor de prijs van 100 yen (80 cent) deed deze bus elke buurt, elke straat minstens 2x aan en na drie kwartier (toen ik al begon te vrezen dat de chauffeur ons vergeten was) stopte de bus op een landelijk weggetje en seinde de chauffeur dat we er uit moesten.

Na enig zoeken en vragen in een auto spuiterij kwamen we bij de tempel.

Ook in de regen.

En hoe nu terug te gaan? Waar is de bushalte en hoe laat komt er weer een bus? Ik vroeg het aan de dame van het stempelbureau (de enige aanwezige).

Hier is ze net klaar met mijn boek.

Ze heeft wel 10 minuten op haar telefoon naar de dienstregeling gekeken en zei toen ‘ik breng jullie.’ En ze belde haar man (de stempelmonnik?) haar te komen vervangen in het kantoortje. Inmiddels was er een andere pelgrim het gebouwtje binnengekomen en hij ging ook mee, allemaal in de auto. Ze heeft ons keurig bij het station afgezet en gelukkig had ik als dank nog een koelkast magneetje van Nijntje om haar dit (‘voor de kinderen’) te geven.

We waren dus opeens, weer veel te vroeg terug. En het regende nog steeds, een goede gelegenheid voor een kopje koffie en we vroegen de andere pelgrim mee. Hij bleek 20 jaar in Engeland te hebben gewerkt dus eindelijk….. iemand aan wie we al onze vragen konden stellen.

De haiku van Basho.

Dus ook naar de vertaling van de haiku van Basho. ( de stempeldame had de Japanse tekst voor me op een blaadje gezet).

De haiku luidt:

‘Een fazant die schreeuwt.

Naar Vader en Moeder

die dood zijn

verlang ik.’

Twee henro’s in de Seven Eleven.

Daarna scheidden onze wegen en gingen wij op zoek naar een bakker. Deze vonden we niet maar wel, zo rond 12 uur een bento shop! (Een winkel waar verse sushi’s worden gemaakt die dan in een bento = doos vervoerd worden). We verlangden wel vaker naar sushi’s, maar de winkels zagen we altijd op onmogelijke tijden, of ze waren dicht. We hebben nu deze schade ingehaald. de sushi’s waren vers, de box van plastic.

‘s Middags bezochten we nog tempel 70: Motoyama waar het ook regende.

Dit is de enigste tempel waar Bato Bosatsu de hoofdheilige is. Deze Bato wordt afgebeeld met of als een paard. Voor mijn overzicht ‘wie is wie in Boeddhistisch Japan’ heb ik op zoek naar een beeld van hem werkelijk elke verzameling beelden op elk tempelterrein afgezocht en het bij elk stempelbureau gevraagd.

Dus nu zou in ieder geval de monnik van dit stempelbureau iets moeten weten. Er bleek een beeld te zijn, maar (natuurlijk) was dit niet te zien.

Maar er stonden wel 2 beelden van paarden.

Tegenover de tempel was onze ryokan en we waren benieuwd, konden we hier al om twee uur terecht? (Gebruikelijk is dat je na 4 uur welkom bent) En dan waren we (de regenkleding en de schoenen) ook nog drijfnat. We werden binnen gelaten door een oud dametje, ‘alles is goed’, die direct thee bracht en de verwarming aan zette.

Een mooie oude ryokan, met veel hout.
En ‘s avonds kregen we weer een heerlijke maaltijd.

Zomaar wat gedachten.

Zaterdag 30 november De dag begon zoals bijna alle dagen: we gingen op pad, naar tempel 65 Sankakuji. Het was stralend weer en de wereld lag er prachtig bij.

Dit is wel een heel groot teken.

Het pad ging weer gestaag omhoog.

Voor morgen wordt er regen voorspeld.
Hier is het herfst en lente tegelijk.
En ook Jizo heeft zich aan de herfstkleuren aangepast.

Na deze tempel wilde ik doorlopen naar bekkaku tempel 13 Senruji. De stempelmonnik wees me de weg en zei dat het ongeveer 2 uur lopen was, of langs een heel moeilijk pad met veel klimmen of langs een iets gemakkelijker pad. Maar er stonden ‘signs’. Ik ging vrolijk op pad langs het gemakkelijkste pad. Na 1.30 uur bleek ik op hetzelfde punt aan te komen waar ik een kwartier eerder ook al was. Dus nogmaals het pad …… de tekens hielden op. Weer terug. Er ging een goed pad naar beneden maar dit was met een touw afgesloten. Dus onder het touw door naar beneden. Dit was een heel goed pad, maar ook hier geen tekens. Nou ja dus ik ben 3x op en neer gegaan, zal ik verder gaan? Is dit wel het goede pad? Toch maar wel, en toch maar weer terug. want stel je loopt het verkeerde dal in….. Uiteindelijk ben ik naar het weggetje terug gegaan in de hoop dat er een auto of een henro zou passeren die ik om raad zou kunnen vragen. Na 10 minuten stopte er inderdaad een autootje (zo’n auto waar 2 mensen in kunnen zitten met een open laadbak van achteren, ze worden veel op het platteland gebruikt). Na mijn vraag ‘De tempel, welke kant moet ik op?’ (Dit doe ik met het boekje: ik wijs de naam in het Japans aan en zeg twee woorden Japans) ‘Dwong’ de vrouw me bijna naar binnen, gaf me haar stoel, klom tussen de stoelen en de laadruimte, vouwde zich op en daar reden we al weg. Langs de weg duurde het enorm lang voor we bij de tempel waren en ik werd er keurig bij afgezet.

Senruji

De waterval voor de ascetische training.

Dit is een bijzondere tempel. Het eigenlijke ‘heilige’ is in een grot, natuurlijk niet te zien. Voor de hoofdhal en de Daishido moet je naar binnen, en daarvoor moeten de schoenen uit natuurlijk.

Het altaar.

Na een kleine tocht kwam ik bij het ‘loket’ van de stempelmonnik, die zich a.h.w. tussen beide hallen had genesteld.

Na het stempel vroeg ik de weg naar de bushalte: ‘bij de tunnel’, zoals er in het boekje stond, het sprak van 5 km. Weer terug langs die ellenlange weg en dan de berg op zag ik even niet zitten. Hij antwoordde dat er inderdaad een bus ging maar dat er niet zoveel bussen reden…… Inmiddels had zich een henro echtpaar met auto voor een stempel gemeld. De monnik vroeg of ze me naar de bushalte wilden brengen, ‘natuurlijk’ was het antwoord. En ik dacht wel zo fijn.

De grot?

Na een snelle foto van de grot (?) reden we weg, op naar de tunnel. Ook deze bleek, zo dacht ik onderweg, veel verder dan de door het boekje voorspelde 5 km te zijn (vooral bij de bekkaku tempels kloppen de afstanden niet en het is nooit korter) en in het zicht van de bushalte zei de man tegen me dat hij me bij een afslag veel dichter bij het hotel zou afzetten. En ja toen we daar reden, reed hij door naar het hotel en werd ik hier wederom keurig afgezet.

Laatste blik richting de tempel.

En nu ik hier weer onder de kerstmuziek van sky radio zit, overdenk ik al die vriendelijkheid. We worden zo heel vaak zo mooi behandeld, geholpen, al die osetta, enz. Tegelijkertijd heeft Japan nauwelijks immigranten, gekleurd of niet gekleurd ‘je komt er niet in’. De tijdelijke gastarbeiders die er zijn worden slecht behandeld. We waren gisteren in een hut met een complete inrichting t/m bedden, een oven en een plant. ‘Er staat frisdrank in de koelkast’ stond er op een briefje. ‘Zouden de daklozen uit Tokyo dit weten?’ Zo vroegen we onszelf af.

En dan al die overvloedige consumptie. Een heleboel zaken zijn zo ‘typisch westers’. En tegelijkertijd al die pelgrims met de rituelen in de tempels. Het heilige water, het beeld van Kukai dat je een hand kan geven. De pot van Jakushi die je geneest als je biddend erover heen strijkt.

De hand (links) met de vaas.

De dame van de receptie komt me twee mandarijntjes brengen en ik zeg haar dat ik ‘bedjitarian’ ben. ‘Maar ik eet wel sakana’ (vis) zo vervolgde ik, geen neko (ik denk, hoop dat dit woord vlees betekent, maar het kan ook hond zijn, en wat denkt ze dan in vredesnaam van mij… ) Maar daar kwam ze alweer aan met een vertaal app op haar telefoon: eet u wel vis-vlees? Talen, woorden en hun betekenis…….

Over een uurtje gaan we eten, ik ben benieuwd.

En over het eten gesproken, dit hotel was voor ons door de eigenaresse van de vorige slaapplaats gereserveerd. Bij het inchecken vroegen we of het restaurant open was. ‘Nee’ was het antwoord. Alleen het ontbijt wordt geserveerd. Rond 6 uur gingen we naar beneden en wat schetst onze verbazing, de eetzaal zat vol etende gasten. We vroegen weer of we konden eten, ‘Nee, echt niet.’ Na nog wat heen en weer gepraat bleek dat je voor de maaltijd ruim van te voren moest reserveren en wie weet was ons dit bij het inchecken ook verteld maar hadden we dit niet begrepen. We hebben maar meteen voor de volgende dag gereserveerd en zijn naar een eethuisje ‘om de hoek’ gegaan, alwaar we heerlijk aten.

Dus nu, echt benieuwd naar het eten……..

Onderweg vervolg (deel 7)

Dinsdag 26 november vertrokken we ‘s morgens vroeg vanaf de berg weer naar beneden.

En nog steeds zijn er herfstkleuren.

Zicht op Imabari.

We liepen naar bekkaku tempel 11 Koryuji. In het boekje stond dat dit gebied bekend staat om de herfstkleuren en dat bleek…. we hadden nog nooit zo’n drukte bij een tempel gezien, de hele parkeerplaats stond vol.

Met een henro van 90 jaar!

Ik was de enige buitenlandse henro en iedereen wilde met me op de foto of me op de foto zetten. Deze dame maakte de tocht met haar zoon in een auto.

Met deze kleurenpracht heeft de camera haar grens bereikt.

Het was nog een lange tocht naar Saijo, de plaats waar we zouden overnachten. Onderweg voelde je dat de winter nadert, het is, net als bij het wandelen in de lente, weer zo bijzonder te kunnen ervaren hoe het seizoen en daarmee het landschap verandert. Nu wordt de natuur stil, alles keert zich naar binnen.

De naderende winter.

We sliepen 2 nachten in Komatsu Ryokan, een ryokan die hoort bij een slagerij. Ze zijn verhuist naar een nieuw gebouw en de enige concurrent van de overkant is er niet meer.

Vegetarische fondue voor mij.
Een toast op de Henro.

Het kostte wat moeite uit de enthousiaste kreten van mijn buurman ‘Anton Geesink’ te herkennen. En ja, bij het avondeten zit iedereen, na een bad in de ofuro, schoongewassen in kimono aan tafel. Het bruine geval dat de buurman draagt hoort erbij, maar wordt niet altijd gedragen.

Woensdag 27 november We sliepen hier 2 nachten omdat we naar tempel 60 Yokomineji wilden en deze tempel ligt op 750 meter hoogte op een heuvel. Het kost ongeveer 3 uur om de ruim 9 km af te leggen, en we moesten eerst een stuk door het dorp wandelen om bij het begin van het pad te komen. Dat konden we eerst niet vinden en onderweg was het ook niet altijd goed aangegeven. Boven op de berg was het mistig en koud. Op de berg begint het pad naar de top van de berg Ishizuchi-san, dat ‘san’ staat erbij omdat de berg heilig is, er woont een ‘kami’ op. Ishizuchi is de hoogste berg op Shikoku, met een hoogte van bijna 2000 meter.

Shinto tori’s onderweg.
Het was er koud en mistig.
En altijd mooi.

We hebben een stempel gehaald, de Hartsutra gezegd, een blikje warme (!) koffie gedronken en zijn toen direct weer naar beneden gegaan. Zodra je wat gezakt was werd het weer wat warmer. Terug namen we een ander pad om een waterval te kunnen zien waar de ware asceet aan ‘watervaltraing’ doet. Maar ja, doen ze dat in de late herfst of is dit een activiteit voor de zomer? We hebben de waterval gehoord, zagen een pad dat er naar toe ging (maar het was afgesloten) en heel in de verte een Boeddhabeeld, maar geen mensen in witte kleding (zoals te zien was bij Pauline Cornelisse) en helemaal niet staande onder een waterval.

Hier nog een stroompje en nog niet geschikt voor een ‘watervaltraining’.

Donderdag 28 november Vandaag regende het bijna de hele dag, soms hard en na half 2 niet meer. We wandelden bijna de hele dag langs een snelweg, ook dat nog! De regen kwam niet alleen van boven maar spatte ook van opzij. Zelfs de monnik van tempel 62 had medelijden met ons, we kregen ‘s morgens vroeg een kopje koffie van hem.

Hoju-ji in de regen.

Daarna heb ik een poos geen foto’s gemaakt om de telefoon droog te houden. En wat ben ik blij met mijn goede regenbroek…..

Toen het in de loop van de middag opklaarde verscheen daar in de verte Ishizuchi, bedekt met sneeuw!

Het is nauwelijks te zien, maar er ligt sneeuw.

We sliepen gisteren in een ‘Henro-house’, een soort Vrienden van de fiets organisatie.

Hier maakt Fuku-san een heerlijke vegetarische curry voor ons.
Hulp bij het plannen van de komende dagen.

Vrijdag 29 november Een dag met slechts 1 tempel, veel weg en een stralend heldere blauwe lucht.

In de verte Ishizuchi-san met sneeuw.

We zijn nu in Shikoku-chuo en slapen 2 nachten in een hotel, want morgen wacht ons tempel 65: Sankakuji. We zijn zojuist uit eten geweest: een zalige gegrilde makreel, sashimi, groene- en Tofu salade en een miso soepje. Met salade zijn ze karig hier in dit land maar nu even niet. Ik zit opdat het wifi goed werkt beneden in de lobby en hier komt de achtergrondmuziek van Sky radio uit Oranda!! De Jumbo, black friday, Soldaat van Oranje, het schalt uit de lucht. Met Google translate heb ik nu 3x gevraagd: ‘waarom, deze muziek uit Oranda.’ Maar die vraag begrijpen ze niet. En nu weer multi vlaai. Hier krijg ik dus geen heimwee van. En dan komt er ook nog een jongen bij me staan om te kijken naar wat ik doe. En dan ontstaat er een gesprek. (Hij spreekt evenveel Engels als ik Japans). En hij gaat maar door.

Hier praat hij even met de dame van de receptie.

De hoogste tijd om te stoppen dus en naar bed te gaan.

Pelgrimeren langs tempels.

‘Het lichaam voelt wat de geest weet, en de geest weet wat het lichaam voelt.’

In het Boeddhisme zijn het lichaam en de geest beide belangrijk, ze ‘weten’ van elkaar en zijn a.h.w. 1. Door te pelgrimeren ga je a.h.w. door de wereld van de goden: langs tempels, heilige stenen, bergen, en watervallen, en door deze lichamelijke inspanning ontwikkelt het spirituele zich. (En de spieren niet te vergeten ook). De lichamelijke inspanning krijgt een extra zetje omdat de meeste heiligdommen op een heuvel of berg liggen en je via vele steile trappen naar de tempel gaat (want je moet er wel wat voor doen). ‘Verlichting’ is zo een voortgaand proces dat door verschillende stadia van inzicht voert. Een proces dat niet eindigt. En ofschoon die inspanning wel eens ‘lijden’ wordt, is dat niet de bedoeling. De pelgrimage is ook geen boetedoening. ‘Lijden’ is een centraal begrip in het Boeddhisme, maar dat is weer een ander verhaal.

De pelgrimages gaan als een cirkel rond langs de heiligdommen. Een eiland als Shikoku leent zich daar dus goed voor. De tocht eindigt waar bij begonnen is (dan is de cirkel rond en kan zo weer door gaan).

In het Japanse landschap zijn honderden van deze cirkels uitgezet. Het landschap wordt beschouwd als een ‘kosmische werkelijkheid’ en wordt weergegeven als een mandala waarin elke god haar/zijn eigen plaats heeft. Het landschap als paradijs.

Mandala in tempel 60: Yokomineji.

De tempel en het tempelterrein zijn heilig, je gaat er via een poort naar binnen. De poort wordt bewaakt door 2 woest kijkende Nio beelden. Onder de poort maakt de pelgrim een buiging.

Hierna worden de handen en de mond gewassen.

En ook weer afgedroogd.

En wordt de grote tempelgong geluid.

Het belangrijkste gebouw is de hondo, waar het beeld van de hoofdgod wordt bewaard. (En dat bijna nooit te zien is)

Senju Kannon Bosatsu, in tempel 58, Senyuji.

Een ander belangrijk gebouw is de Daishido, de hal ter ere van Kobo Daishi.

De beide hallen van tempel 38: Kongofukuji.

Daarna wordt een kaarsje aangestoken en wierook gebrand. Er staat een bak voor de osame fuda, de naambriefjes. Hierop schrijft de pelgrim zijn/haar naam, de datum en een eventuele wens of vraag. Het briefje is allereerst bedoeld als bewijs van eerbied voor het/de heilige. De bakken liggen vol met briefjes, waarop van alles geschreven is. De briefjes geef je ook als je osettai krijgt of als dank aan de ryokan waar je die nacht geslapen hebt.

Een naambriefje van brokaat.

De kleur van de naambriefjes geeft het aantal keer aan dat je de henro loopt. (Zo zal ik eeuwig in ‘het wit’ blijven: 1-5 keer). Van een passerend echtpaar in een camper (dat kan ook) kreeg ik mandarijntjes, cakejes en deze brokaten osame fuda……… zij hadden al meer dan 100 keer (weliswaar rijdend, maar toch), de henro gemaakt. Ik schatte ze rond de 60, begonnen op hun 20ste dat is toch ongeveer 3 keer per jaar ‘dit rondje’. Het is een keuze.

Voor beide hallen hangt een gong, daarmee meld je je aanwezigheid. (In India maak je zo ‘de god’ wakker, maar ik geloof niet dat dat hier ook zo bedoeld wordt).

Elke slag op de gong creëert het nu. Het moment waarop de stilte verandert in zo’n enorm en levend geluid dat het voelt alsof je de hemel en de wolken inademt. En je hart de regen en de donder wordt. (Thich Nhat Hanh)

Zowel voor de tempel, de hondo en voor de Daishido zijn gebeden die de pelgrim opzegt. En natuurlijk ook de Hartsutra. Alleen deze laatste zeggen wij op, maar wel in elke tempel.

Op de doeken die voor de tempel hangen staan cirkels, ook een centraal begrip.

En dan ben ik de stok haast vergeten. En nog veel meer…. Wordt vervolgd.