O Henro

O Henro, of henro betekent zowel pelgrimstocht als pelgrim. Er zijn veel pelgrimstochten in Japan, de Japanners ‘zijn er dol op’. Het is voor hen een tocht door een ‘heilig landschap’ langs heilige plaatsen (bergen, watervallen, bomen, stenen), als de verblijfplaatsen van de kami (natuurgoden) en de Boeddha’s. Deze heilige plaatsen zijn ahw staties naar de verlichting. Door het maken van de tocht, het reciteren van de sutra’s, het branden van kaarsjes, wierook enz. verzamelt de pelgrim karmische ‘spaarzegels’. (Het Shintoisme en Boeddhisme zijn hier ahw geintegreerd)

En zo ziet de pelgrim eruit:

Zij draagt een Hakui (de hes).

Altijd als pelgrim herkenbaar.

Op de rug staat: Namu Daishi Henjo Kongo: ‘Eer aan de Redder Daishi, de verlichtende, onvergankelijke’.

De pelgrim draagt altijd een Kongozue (een stok). Hierop staat dezelfde tekst en vaak nog de Hartsutra (hierover later meer). De stok heeft een brocade hoesje waaraan een belletje zit dat tijdens het lopen continue rinkelt, om zo de aandacht telkens weer naar het heden, naar de werkelijkheid ‘terug’ te trekken.

Soms draagt de pelgrim niet alleen een stok, maar ook een regenpak.
De pelgrimstas.

(De foto is genomen ivm de beeldige telefoon). En dan draagt de pelgrim ook (nog) een zudabukuro (een tas). Op de tas staat dezelfde tekst als op het hes. En dit hoort erin:

  • Het stempelboek
  • Een sutra(gebeden)boekje (wij ‘doen’ alleen de hartsutra)
  • Naambriefje (een soort Boeddhistisch visitekaartje)
  • Kaarsjes
  • Wierook
  • Een gebedsketting
Het stempelboek met het stempel van tempel 31.

Het stempelboek bestaat uit telkens een bladzijde met een afbeelding van de tempel en daarnaast speciaal papier waarop 2 of 3 stempels worden gezet. Daarbij worden de datum en de naam van de hoofdheilige van die tempel gekaligrafeerd.

Het naambriefje.

Het naambriefje wordt ingevuld en in de daarvoor bestemde bus bij de tempel gegooid. Het dient dan ‘als bewijs’ van het bezoek. De kleur van dit briefje geeft het aantal keer aan dat de tocht is afgelegd. Wit is 1-4 keer, en dan loopt het via diverse kleuren op tot brokaat: 100+. (voor de echte doorlopers). Het briefje wordt ook gebruikt om naam en adres met anderen uit te wisselen, of het wordt aan mensen gegeven die osettai geven.

Links van mij de bus voor de naambriefjes.

Tenslotte draagt de pelgrim ook vaak een sugegasa (een hoed). Deze is erg mooi, maar draagt onhandig en is pijnlijk. Dus daarom maar niet.

En tenslotte………het gaat om de tocht, dus weg met al die uiterlijkheden…..lekker zo, op de fiets!

Achterop het kentekenbord staan twee kleine henro’tjes.

Even in the big city….

Op mijn zoektocht naar de volmaakte wandelschoen (voor mijn moeilijke voeten met knobbels) probeerde ik de afgelopen maanden zo’n beetje alle schoenen van Utrecht en Amsterdam en daarom meneer Carl Denig: dank voor al uw geduld en advies, met mijn voeten gaat het tot nu toe goed! En nu (misschien om toch maar ergens last van te hebben) heb ik al een paar dagen last van mijn knieen, het lopen gaat nog wel, maar ik zet steeds voorzichtiger mijn benen neer. En ik voel het als ik maar even een verkeerde beweging maak. Daarom zijn we voor 2 nachten in Kochi neergestreken. Rustig aan doen dus, om hopelijk erger te voorkomen.

Vannacht regende het weer voor het eerst sinds dagen en het regende hard. Maar gelukkig werd het in de loop van de ochtend minder.

Boeddha in de regen.

Na het bezoek aan tempel 28, waar het nog regende, zijn we met de trein en tram naar Kochi gegaan. En daar scheen de zon!

Bij het treinstation: welk perron? Hoe laat? En ook nog overstappen…..

Gelukkig wordt je overal uitgebreid geholpen.

In Kochi hangt deze uitleg op het perron.

Dit geldt voor de ‘conductorless train’. In de tram of bus is het de bestuurder die vaak direct bij het instappen wil weten waar we naar toe willen zodat hij weet waar hij moet stoppen.

Tenslotte is iedereen blij.

Deze man maakte het met de hulp wel erg bont. Naast de bestuurder hangt een apparaat waarin je bij het verlaten van de tram of bus je kaartje en het gepaste bedrag (hoe dat wordt berekend is weer een verhaal apart) moet gooien. Ernaast hangt een apparaat dat wisselt, want je moet gepast betalen. Deze man wilde ons direct na binnenkomst ‘begeleiden’ bij het wisselen zodat we dan al het gepaste geld zouden hebben. Hier is Mariet net klaar met wisselen. (Na ruim 2 weken Japan voelen we ons natuurlijk…..ervaren reizigsters die geen begeleiding nodig hebben bij het betalen van een tramritje……)

En nu zijn we dus in Kochi, de eerste grote stad waar we doorheen lopen.

Dit is de beroemde Harimababashi (brug), de grootste attractie van Kochi.

Om toch een beetje in beweging te blijven wandelden we wat door het centrum van Kochi, en dat was weer ‘eens wat anders’.

Hoezo ‘anders’?
Loop ik dus met koelkastmagneetjes van Nijntje, is hier een hele Nijntjewinkel.
Lost in translation in Mont Bell.

Tenslotte zijn we naar Mont Bell gegaan, de Japanse bergsportwinkel. Met weer allemaal mooie spullen, het werd een oefening in zelf beheersing.

Er zijn ook nog mooie, stille plekjes in Kochi.

En ja, die Lawson……dat is een winkel waar ik in Nederland niet snel naar toe zou gaan en die je hier zo enorm gaat waarderen. Er is van alles te koop: eten, pleisters, koffie (hotto!), schrijfwaren, paraplu’s, enz. en er zijn altijd w.c.’s. Als het regent is het daar heerlijk even schuilen. En altijd is het personeel vriendelijk en behulpzaam.

In de winkel van Sinkel………

Op het platteland is het een winkel van en voor iedereen.

En dit is de Lawson van Kochi.

Het is nu avond en we hebben ‘in de stad’ gegeten. Het kiezen en bestellen ging wat moeizaam, zo wilden we een lokale specialiteit proberen maar dit bleek een gerecht van/met kippenvel te zijn. Dan maar niet. Het werd sashimi: diverse soorten rauwe tonijn (op ijs geserveerd) en een heerlijke salade. De vis smolt in de mond, zalig. En de salade smaakte als vroeger en dat lag aan de slasaus, het was een salade zoals mijn moeder hem maakte.

Kochi by night.

Onderweg van gisteren naar vandaag (en nog een dag)

Eergisteren 26 oktober liepen we niet alleen langs de kust, maar ook vaak door dorpjes. 1 van die dorpjes heeft een ‘Antiek straat’, hier staan oude huizen, ik denk opnieuw gebouwd. Weer zoiets wat ik me af vraag: waarom is bijna alles nieuw hier? Is alles verwoest in de 2e Wereldoorlog? En was er toen een invasie door de VS? Werd er op de eilanden gevochten? Ik weet alleen dat er lang een bezettingsleger is geweest, er schijnt ergens nog een bataljon te zijn en er was een oorlogstribunaal en die keizer he, die voor het eerst tot het volk sprak. Maar eigenlijk weet ik dus niets over de recente geschiedenis.

En misschien zijn er ook zoveel nieuwe huizen omdat er bij al die overstromingen en typhoons zoveel verwoest wordt. Nou ja, eens verder uitzoeken als ik weer thuis ben.

Ook de vorige keer dat ik op Shikoku was Heb ik weinig ‘oude huizen’ gezien. Soms staat er nog een echt oud huis tussen de nieuwbouw. Soms is het nieuwe huis in oude stijl gebouwd. De dorpjes hebben weinig sfeer en in de grotere plaatsen is wel een soort centrum, maar ook dit is niet echt een kern, laat staan gezellig.

Dit zie je vaak, een dorpswinkeltje langs de kant van de weg. Met een klein assortiment, wat landbouwprodukten (zaden, jonge plantjes), en praktische artikelen: 3 broodjes, wat melk, rijst, snoep en vis. Links van het winkeltje staat het woonhuis van de eigenaresse.

We raakten met haar in ‘gesprek’ (voorzover je hiervan kunt spreken als je beide elkaars taal niet spreekt). Bij het afscheid gaf ik haar een klompje (jaaaa, ik weet het: hiermee bevestig ik een vooroordeel, maar ze zijn een groot succes Ook bij mij: licht in gewicht en klein van formaat). Als dank kregen wij weer een zak met koffiesnoepjes.

Rechts staat een ‘drankenautomaat’. Die staan werkelijk overal, soms enorm groot. Met thee, koffie, chocolade, (allen hotto of coldo), onduidelijke drankjes, water, papjes, enz.

Een huis in de ‘Antiek straat’.

In deze straat was ook een bakker. Alweer lekkere broodjes!

Verderop in de straat werd gewerkt. Het verkeer (auto’s, fietsen en wandelaars) wordt dan altijd door mannen met vlaggen geregeld.

Hij wilde maar wat graag op de foto.

Daarna kwamen we weer bij de oceaan en liepen een stuk op het doodstille strand.

Links loop ik.
De golfbrekers, het is soms net kunst.

In de loop van de middag kwamen we bij de minshuku waar we zouden slapen. Dit bleek ook een gaterings bedrijfje te zijn, gerund door 2 dames op hoge leeftijd.

De eigenaresse, ze is 78 jaar.
Let maar niet op de rommel.

Op het moment van de foto zitten we aan het ontbijt, de hulp loopt door de enorme keuken met de soep, altijd vaste prik bij het ontbijt.

27 oktober Na het ontbijt vroeg op stap en wat stond daar, na 10 minuten lopen?

Een beeldige tori, rechts is nog net de schrijn te zien.

Op het programma stond tempel 27. Het was 3.8 km steil klimmen, gelukkig konden we de rugzak in een garage beneden aan de voet van de heuvel achterlaten.

De uitzichten blijven mooi.
Het hoofdgebouw van de tempel.
Prachtig houtsnij werk onder het dak.
400 meter verder klimmen staat een oude Shinto schrijn.

De vorige keer dat ik hier was maakte dit alles veel indruk op me. Ook ‘ontdekte’ ik toen een ‘granaat’ of een ‘bom’ (?) bij de Shinto tempel. Wat betekende dit?

Hij lag er nog.

En ik heb me toen laten fotograferen bij de vijver met karpers.

Dus daar sta ik weer, drie jaar later, drie jaar ouder.

Beneden haalden we de rugzakken op en lieten als dank een klompje achter. En toen was het de hoogste tijd om even uit te rusten.

Het maakte toen even niet uit waar, als we maar konden zitten!

28 oktober We sliepen vannacht in Aki in Tamai H. Ik had bij het boeken de H niet gezien die voor hotel staat. En het was een heerlijk hotel, met bedden! en een goed matras! met zachte kussens! ipv de gebruikelijke kersenpittenkussens en we hadden een prachtig uitzicht over de oceaan bij het ontbijt, maar toen waren we de telefoons vergeten dus hiervan geen foto.

Het is 8 uur ‘s morgens, de dag begint in Aki.

We zijn vandaag naar Konan gelopen en het was een ‘gewone’ wandeldag (maar wat is gewoon?). Dus hierbij foto’s van onderweg, een zonnige ‘gewone’ wandeldag.

Doorkijkje naar de oceaan.

Het pad loopt vlak langs de oceaan, dus toch maar weer oceaanfoto’s, het blijft mooi. Soms liepen we langs route 55 (een snelweg, maar wel met Lawson voor de koffie) en vaker liepen we over een fietspad, waar nauwelijks fietsers op te bekennen waren.

Heel in de verte ligt Kochi, ons doel voor morgen.
En soms liepen we door een dorpje met zomaar een mooi huisje.

We zagen in de dorpjes ook veel armoedige huizen, klein en slecht onderhouden. En dan is het opnieuw weer jammer dat ik zo weinig over het land weet. Zijn er sociale voorzieningen? Is er veel werkeloosheid? Is er een Japanse AOW?

Het afval staat klaar.

Afval is voor ons een (klein) probleem. Er zijn namelijk nergens prullebakken of zo iets. Soms staat er bij de drankenmachines een bak, maar vaak sparen we het op om het bij de Lawson weg te gooien. Het afval wordt hier ook gescheiden opgehaald. Hier staat het klaar voor de vuilnisman ( hoop ik….. we zagen veel troep in de bosjes, komt de vuilnisman hier wel?)

Het recreatiegebied Geisei-nichi

We liepen ook een groot stuk door een recreatiegebied, met vakantiehuisjes, toiletten (overal staan toiletten in Japan en allemaal schoon), en kampeerplaatsen. Er zat nu nog een eenzame man te vissen en er stopte een auto waarvan de bestuurder naar de wc moest. Badplaats buiten het seizoen……gelukkig was het mooi weer.

Sunhouse!

En dit is Sunhouse! Opeens stonden we oog in oog met een modern gebouw van waaruit een prachtig uitzicht over de oceaan. We waren te vroeg voor een kopje koffie, het was nog niet open en trouwens we waren er ook niet echt op gekleed…..Sunhouse staat dan ook niet in ons wandelboekje. Maar er stonden stoelen buiten waarop we even konden uitrusten. Even later kwamen er juppen en zakenmannen (allemaal keurig in het pak) die vlak voor het moment van opening keurig voor de deur in de rij gingen staan.

Ter afwisseling liepen we door een tunnel.
De Tei Beweegbare Brug.

De Tei Brug (In het boekje staan ook hoofdletters) is dus beweegbaar. Hij is 32 meter lang en ligt aan de ingang van de baai. Hij staat omhoog om de schepen naar binnen te laten varen. Mensen en auto’s kunnen slechts 7 uur van de brug gebruik maken. Terwijl ik dit typ denk dat geldt toch voor veel bruggen….? Ze kunnen bijna allemaal open, maar misschien heeft deze Tei brug een verborgen bijzonderheid.

En toen sloeg het pad definitief rechts af en liepen we door Konan.

Het Ekingura museum.

Het museum was helaas gesloten op maandag.

Nog steeds onderweg.
Een viswinkel.
Bijna ‘thuis’ voor vandaag.

Hier loop ik met een zak mandarijntjes, die kregen we van een passerende vrouw die met een sprint uit een auto op ons afkwam. Ze wees ons ook nog de weg. Even later kwam ze terug, duizenden excuses, ze had ons de verkeerde weg gewezen. Dat gaf allemaal niets want ik zag het al: het volgende witte gebouw (met de letters) is de ryokan van vannacht. De mandarijntjes zijn inmiddels op.

De verdwenen, of is het de gemiste tori……

26 oktober Omdat ik bij de planning iets te voorbarig met de kilometers was geweest hebben we vandaag een stukje met de bus afgelegd. En natuurlijk reed de bus toen voorbij een prachtige tori. Volgens het Shintoisme bezielen onpersoonlijke krachten watervallen, bergen en bomen. Soms wordt er voor deze krachten: kami’s (een soort god) een schrijn gebouwd en bij de toegang staat een tori, als markering van het heilige gebied.

De tori is ahw de toegangspoort. Het is een zeer eenvoudig houten bouwwerk: een dwarsbalk die op twee staande balken steunt. Vaak is de kleur indringend rood, maar hij kan ook van bruin (van kaal hout) zijn of van cement. Door zijn vorm en ook door de kleur straalt hij kracht uit. Elke keer weer maakt het zien ervan indruk op me.

Tori langs het pad op weg naar de Fudo rotsen van 25 oktober.

De bus reed dus langs de oceaan en daar ‘dook’ een tori op. Krachtig rood, en prachtig afstekend tegen de blauwe oceaan.

Bij aankomst in Nahari, waar we vandaag slapen, zat het me toch een beetje dwars deze niet echt gezien te hebben; volgens het boekje was het ongeveer 5 km heen (en 5 km terug……) en omdat het nog vroeg was trok ik de schoenen weer aan en ging op pad. Voor de terugreis keek ik voor alle zekerheid toch nog even op de dienstregeling van de busdienst die aan een paal bij de halte hing. Pech, hij ging net te vroeg terug, als ik die wilde halen dan zou ik moeten rennen.

Het was een prachtige wandeling langs de oceaan, de zon scheen, het was zaterdag namiddag en de rust daalde langzaam neer.

En ik maar lopen, lopen…….geen tori te bekennen. Uiteindelijk zag ik een enorme steen en een klein gebouwtje. Nu was het zo dat hier ergens langs de kust Kobo Daishi in een poeltje zijn wasje had gedaan. We hadden het niet nodig gevonden voor een wasje extra kilometers te lopen, zelfs niet voor een wasje van Kobo.

Maar een tori op die plek….. dat was toch weer duidelijk een voorbeeld van de verstrengeling van Shinto en Boeddhisme, dacht ik. Daar wilde ik dus best 5, nee 10 km extra voor lopen.

Maar de tori stond er niet. Verdwenen! Gemist! Verkeerde plek? Maar ik stond bijna op de plek waar de weg een scherpe bocht maakt om een klif. En tijdens de busrit zagen we hem na die bocht.

De tori was en bleef verdwenen. Uiteindelijk heb ik een paar foto’s gemaakt van het gebouwtje, de steen, de oceaan en het uitzicht in de hoop dat dit het poeltje van het wasje is. Maar ook dit weet ik niet zeker. En toen ben ik die 5 km weer terug gegaan.

Waar was die tori gebleven? Of stond hij nog verder weg? En was dit de plaats van het wasje?

Het bleven raadsels, maar de tori had me een prachtige wandeling gebracht. (Heel vrij naar Kafavis).

Rechts is nog net de steen en de schrijn te zien.
De enorme steen.
Zicht in de schrijn, het koord met de gong(en).

Na regen komt …….

25 oktober Vanochtend bij het wakker worden beukte de oceaan nog op de kade, maar dat werd al snel minder. Toen we een kwartier later naar buiten keken zagen we dat de wolken weg trokken en er een blauwe baan ‘lucht’ ontstond.

De ryokan staat in de steigers, we denken als na- of voorzorg ivm een aardbeving.

En toen hebben we eerst alles bekeken waar we gisteren niet aan toe kwamen omdat we toen drijfnat waren en wegwaaiden. Als eerste de grot waar Kobo Daishi een verlichtingservaring had.

Anno 2019 moesten we een helm op, geen verlichting meer maar vallende stenen.
Er was ook een Shinto grot.
Het water druipt nog van de berg.

Daarna liepen we naar de liggende en slapende Boeddha. Hij ligt achter een enorm beeld van Kobo Daishi die over de oceaan kijkt.

En wat was de oceaan mooi!

Kaap Muroto.
Hoge golven sloegen tegen de rotsen.
Oude Jizo beelden.

Daarna liepen we naar tempel 25: de tempel voor de vissers. In de hoofdhal staan honderden Jizo beeldjes, ze houden allen een stuurwiel vast. (verboden te fotograferen en voor een snelle actie was het te donker)

Trappen, altijd, altijd trappen.
Even als een kind zo blij, in onze kamer van deze tempel stonden stoelen!

Tenslotte liepen we langs de oceaan naar tempel 26, deze tempel staat boven op een heuvel en daar slapen we deze dag! Een prachtige tempel met een kamer met uitzicht op de oceaan.

Draken bij de wasplaats (waar je je handen wast voor je het terrein opgaat).

Het eten in deze tempel was overvloedig: o.a. walvisvlees en walvis huid, (ondanks de pogingen de walvisvangst te stoppen gaat Japan hier nog steeds mee door en dan krijgen wij het nog te eten ook……..) en diverse soorten tonijn met bijpassende soja, een soort Japanse nassi (zo dachten wij) enz. Bij het ontbijt kwam dan tenslotte het rauwe ei met het gebakken visje. Maar veel en zalig gegeten in tempel 26.

Deze tempel is lange tijd verboden voor vrouwen geweest. De plek met de Fudo rotsen (jawel, weer naar beneden) aan de oceaan stond daarom bekend als ‘vrouwentempel’. De tempel stond in de steigers, maar de rotsen + lucht + oceaan…….schitterend!

De avond valt, ik was weer net voor donker terug.

Ps 2 dagen geen internet, wat een rust. Maar nu, 3 dagen na de dag met hevige regen en storm lezen we in de krant dat daarbij in het oosten van Japan minstens 10 mensen zijn gestorven en dat er weer veel huizen, wegen enz. verwoest zijn. We lopen tot nu toe ‘tussen de rampen door’, maar wat worden de mensen en dit land toch zo vaak door verschrikkelijk natuurgeweld getroffen. Daar worden we telkens weer aan herinnerd. Overal staan grote stellages om in te klimmen bij een tsunami, zijn deze er niet dan staan er borden met pijlen naar hoger gebied en op de kamer ligt altijd een zaklantaarn, ingeval de elektriciteit bij een aardbeving uitvalt. Wat is ons leven in Nederland in dit opzicht toch zonder zorgen.

Het is bar en boos

Vannacht is het begonnen te regenen en daarbij ging het ook nog waaien, waaien? Nee……stormen! We besloten niet te gaan lopen maar met de bus direct naar Muroto te gaan. Uit de bus gestapt sloeg de storm direct toe. We dachten zo code oranje? Maar hier gaat alles zijn gewone gangetje. De eigenaar van de ryokan had een briefje gemaakt want we moesten ook (nog) overstappen. En zo stapten we voor het toeristen informatiecentrum uit. Hier druppelde, nee stroomde de regen naar binnen.

We konden de rugzak hier laten staan en besloten toch de klim naar tempel 24 (boven op de heuvel) te wagen.

Is dit de grot?

Nee, het is niet de grot, maar toch een grot met een verhaal. Ook de moeder van Kobo Daishi beklom deze heuvel en ook toen stormde en regende het. Kobo spleet toen de rots om een schuilplaats voor haar te maken. En waar was hij nu? Wij moesten en gingen op eigen kracht het glibberige pad omhoog.

De toegangspoort van tempel 24.

Gezien de weersomstandigheden hebben we hier een vlug bezoek aan gebracht.

Het uitzicht ’naar buiten’ vanuit de hoofdhal.
Het zicht ‘naar binnen’; het beeld van de Boeddha is nog net te zien.

Na het stempel moesten we weer naar beneden.

Hier wordt de naam van de tempel in mijn boek gekaligrafeerd.

Beneden besloten we toch nog even naar de oceaan te kijken. Want we zijn op ‘de Kaap van Muroto’, er is hier veel te zien: prachtige beelden, de grot van Kobo’s verlichting enz. Ik had speciaal een halve dag ingepland, ‘tijd voor nemen’ staat er in mijn aantekeningen. Daar hebben we dus niets van gezien. Maar wel het indrukwekkende natuurgeweld van de oceaan in de storm.

Bij de dames van het toeristenbureau was niets veranderd, het lekte er nog steeds. Maar wat waren ze aardig en behulpzaam. We kregen een kopje koffie met een stukje chocola. Daarna belden ze onze ryokan om te vragen of we eerder konden komen. En ze volgden op een scherm de bus en zouden een seintje geven wanneer wij naar de bushalte (10 meter verderop) konden gaan. Zo laat mogelijk!

Wij wachtten op de rechterbus.

Ook gaven ze een briefje mee voor de chauffeur waarop aangegeven wanneer we uit de bus moesten stappen.

En nu zitten we alweer rozig, warm en schoongeboend met droge, warme kleren in de ryokan van vandaag. De rugzak is uitgepakt, alles uit mijn pelgrimstas ligt te drogen, en de kleren zijn weer gewassen. Buiten raast de oceaan nog steeds. Code rood lijkt mij.

Onderweg

Na gisteren wilden we een rustige wandeldag en besloten naar het plaatsje Toyo, 22 km verderop richting de Kaap Muroto te wandelen.

De weg waarop we lopen gaat vlak langs de oceaan.
Herstellingswerk.

Dit gebied ligt in de gevarenzone van de tsunami en overal staan waarschuwingsborden en wordt het aantal meters boven de zeespiegel aangegeven.

Richtingaanwijzer naar het hoger gelegen verzamelpunt.

Shikoku is echt een landelijk eiland en soms lijkt het of de tijd heeft stilgestaan. Dit treintje rijdt (soms met 1 wagon) heen en weer over enkelspoor en wordt bestuurd door een machinist die tevens de betaling van je kaartje aanneemt.

Onze trein van gisteren.

Tot onze grote vreugde zag ik een winkel met op het uithangbord ‘pan’, brood! Ofschoon wij zowel bij het ontbijt als bij het avondeten rijst krijgen, eten de Japanners ook brood. Dit is een luxe produkt. In deze winkel lagen ook ‘gewone broden’, stokbroden enz. Alle andere broodjes waren zoet, of gevuld, met ‘an’ (linzen in een zoete creme), of met chocolade of slagroom.

We zochten een heerlijk broodje uit en kregen een kopje koffie van de zaak.

Tegenover de bakker stond een enorm bouwwerk, waar de mensen naar toe moeten vluchten ingeval van een tsunami.

Overal liggen golfbrekers.

Uitzicht over de oceaan.

Een ns-wandeling ook in Japan!

Dinsdag 22 oktober De henro route ging vandaag langs de weg en omdat het prachtig weer was (stralende zon, ver boven de 20 graden en een verkoelende wind van de oceaan) besloten we de ‘Shikoku no michi’ te wandelen. Dit is een lange afstandspad door de natuur op Shikoku. De route liep vandaag evenwijdig aan de henro-route die langs de snelweg liep. De wandeling ging van het station Hiwassa (in Miname, waar we sliepen) naar het station Yamagawachi, waar we op de trein wilden stappen om zo naar station Sabase te gaan dat bij de tempel ‘Saba Daishi’ ligt. Dit is de tempel die ter ere van het ‘wonder met de makreel’ uitgevoerd door Kobo Daishi, op de plaats van het wonder is gebouwd. Daar hadden we een slaapplaats gereserveerd.

Volgens de beschrijving zou de tocht hilly zijn met superb views en 4,5 uur duren.

Bij het vertrek uit Miname zien we de tempel in de verte, nu in de zon.
Het plaatsje is nog lang te zien.

Het was inderdaad hilly, we liepen geen 10 meter over vlak terrein, heuvel op en klif af en op de steile stukken waren traptreden aangelegd, altijd ongelijk van hoogte en diepte. Ik telde de treden soms en kwam tot 145 (!) treden op de hoogste helling. Ik kan wederom uit ervaring spreken dat het klimmen en dalen via deze treden slopend is en zeker weer tot afvallen zal leiden.

We hebben de Grote Oceaan bereikt.
Trappen, trappen, trappen.

Op de mooiste uitzichtspunten stonden gelukkig hutten of banken en de views waren schitterend.

En de tijd? We zijn om 8 uur gestart en kwamen om kwart over 4 op het bedoelde station aan. We hebben regelmatig kort gerust (uitgehijgd liever gezegd) dus daar kan het tijdsverschil niet door verklaard worden. We kwamen wel een joggende man tegen die ons vrolijk begroette, dus het kan zijn dat we over een jogging route liepen???

De volgende trein ging om 17.11. We hadden hadden begrepen dat we om 17.00 uur aanwezig moesten zijn om de dienst mee te maken. Toen we er dan eindelijk om 17.50 aanklopten (er was geen bel te vinden) was het hele complex donker en waren alle deuren dicht. Gelukkig hadden we via de telefoon contact met Jennifer die in kimono (zij was op tijd aangekomen, was in bad geweest en had al gegeten) aan de andere kant van de deur stond. Zij ontdekte de stok waarmee de schuifdeur dicht / klem was gezet. Ze bracht ons naar de eetzaal waar onze maaltijd nog stond te wachten. Er was nml geen dienst om 17.00 uur, dit was het tijdstip waarop de maaltijd werd geserveerd. Na enkele minuten kwam de monnik van dienst ons begroeten en de dame uit de keuken met warme rijst en soep. Zij verdwenen al snel weer. De maaltijd was heerlijk en daarna wilden we naar onze kamer. Na enig zoeken in het enorme complex troffen we de monnik weer die ons naar de kamer bracht.

We hebben dit keer een eigen bad, uit de kraam komt alleen koud water, maar dat maakt niets meer uit. Het wifi doet het ook niet. En wij, wij liggen uitgeteld op de grond (in Japan slaap je op een dunne matras op de tatami-mat op de grond).

Morgen op zoek naar die makreel……..

Daar is ‘ie dan!

De volgende ochtend ontdekte ik het knopje van het warme water, deed het wifi het plotseling en ‘vond’ ik de makreel.

Onderweg

Japan is een gewoon land, Shikoku is een gewoon eiland. Je kan worden natgespat door een voorbij rijdende auto, mensen kijken chagerijnig, klopt je wisselgeld wel? Zit ‘ie me nu uit te lachen? enz. Zoals overal kan dat je ook in Japan gebeuren. Niets menselijks is de Japanner vreemd.

Maar op Shikoku kan je nog meer gebeuren en dat is het krijgen van Osettai. Zomaar onderweg komt er een wildvreemde op je af om je iets te geven.

We sliepen vannacht in ‘Sazanka’, ik was hier 3 jaar geleden ook geweest en was toen getroffen door de enorme puinhoop in het algemene gedeelte (de slaapkamers zien er keurig uit) en door de enorme hartelijkheid van de eigenaresse.

Net klaar met het avondeten.

Er was niets, maar dan ook niets veranderd.

Bij het vertrek deze ochtend mochten we van de tafel meenemen wat we maar wilden. Osettai!

De osettai tafel.

Nadat we ongeveer 2 uur gelopen hadden werden we staande gehouden door een man met een bestelauto, hij wilde ons iets geven: een gekookt ei (in Japan kan het je overkomen dat je bij het ontbijt een rauw ei krijgt) met zout! Keurig apart verpakt, met een servetje. Hij deed ook nog wat snoepjes in het zakje.

Het landschap onderweg.

Daarna passeerden we een Shinto tempeltje, het staat op de plek waar Kukai ook een wonder heeft verricht: hij stampte met zijn staf op de grond en er ontstond spontaan een bron. (sindsdien? Water genoeg hier, het regent inmiddels weer pijpenstelen)

Toen we hierna de bocht omgingen en een pauze namen in een henro hut, zat daar de man weer met warme koffie!

Hij had alles bij zich, warm water, koffie, melk en thee.

De lucht werd alsmaar donkerder en ofschoon er pas voor vanmiddag regen was voorspeld, moest rond 12 uur de regenkleding aan.

Is altijd geworstel met de pijpen.

Vlak voor Minami, waar we vandaag slapen stond een tempeltje met Fudo Myoo, een angstwekkende god, die zo kwaad kijkt om al het boze te verjagen.

Na nog een kopje koffie bij de Lawson bereikten we tempel 23: Yakuoji. Er gaan 42 treden voor mannen en 33 voor vrouwen omhoog en de echt ware pelgrim legt hier muntjes op de traptrede als donatie aan de tempel.

Het regent inmiddels hard, het is hier al donker en nat.
Uitzicht vanaf de tempel.

Dit is het weer voor vandaag, we slapen in een beeldige authentiek oude ryokan, maar omdat we de rugzakken hebben uitgepakt is het niet mogelijk een foto te nemen zonder al ‘onze rommel’. Ik ben zojuist in bad geweest en we gaan over een uurtje eten. Zomaar een dag onderweg.

Natuur, natuur, natuur

Two roads diverged in a yellow wood,

And sorry I could not travel both

And be one traveler, long I stood

And looked down one as far as I could

To where it bent in the undergrowth;

Omdat we vandaag door alweer prachtige natuur liepen en dit morgen voorlopig beeindigd is, (want dan bereiken we de kust): een bladzijde vol met al het moois dat we vandaag zagen.

Het uitzicht vanaf tempel 22, met heel in de verte de oceaan.
De stammen van de ceders.
Heel voorzichtig begint de herfst.
Een zonne-? of een lotuspaddestoel?
Varens langs het pad.
Het pad dat weer door een bamboebos gaat.
De traptreden bij de tempel.
En zomaar een stam, zo mooi.

Two roads diverged in a yellow wood, and I –

I took the one less traveled by

And that has made all the difference.

(ingekort) door Robert Frost.