Dwarka

‘Soms lijkt het oude India, het oude, eeuwige India, gewoon almaar voort te duren’. (V.S. Naipaul)

Dwarka ligt aan de Arabische zee, daar waar de rivier de Gomti de zee in stroomt. Het plaatsje wordt niet genoemd in de Lonely Planet, en the Blue Guide (die lijkt het wel, elke steen in India beschrijft) besteedt er slechts een derde pagina aan.

En Dwarka is de stad van Krishna.

Toen ik een foto van de Dwarkadheesh tempel zag, besloot ik definitief deze reis te maken en ook naar Dwarka te gaan.

Volgens het verhaal heeft Krishna hier gewoond en de Dwarkadheesh tempel is aan hem gewijd. Ik mag wel naar binnen, maar zonder fototoestel, schoenen en tas.

De tempel is al oud, en er staan restanten van fundamenten van een eerdere schrijn.

De tempel is ook van binnen prachtig. Een enorm complex met kleinere tempeltjes, allen gewijd aan Krishna, zijn vrouw of verwante goden en de muren zijn prachtig bewerkt. Er klinkt muziek, er klinken mantra’s.

Het hele plaatsje staat in het teken van krishna en de pelgrims. Winkeltjes met offergaven, afbeeldingen van de goden en veel toeristische prullaria.

Ik ben al een tijdje de enige ‘foreigner’ waar ik me verder niet van bewust ben, behalve bv in de wc. Papier gebruikt men hier niet en mijn papieren zakdoekjes zijn ook op. Een rol papier kan ik nergens vinden. Uiteindelijk wijst een man me naar een winkeltje verderop, daar kan ik een pak servetten kopen, ‘100’ zegt de man.

Het is heerlijk lopen langs de ghats (de plaats waar in de rivier gebaden kan worden), vooral tegen de avond. Ik loop onderlangs de tempel, er zijn hier veel kleine ruimtes waar saddhu’s wonen en ook weer kleine tempeltjes staan.

Voor de ladies zijn er badhokjes.

Als het pad een bocht omgaat zie ik in de verte een vuur branden. Ik nader de plaats van de lijkverbrandingen en er vindt er juist 1 plaats. Ondertussen flaneren de mensen gewoon door, lopen er koeien en honden rond en loopt enkele meters daarvoor een opgetuigde kameel met enkele kinderen op zijn rug. Naast de houtstapel staat een modern gebouw: een crematorium, met een enorm lange pijp, waar ook rook uitkomt. Op een bepaalde manier is het allemaal organisch, alles is deel van het leven, ook dit. Het leven is. Het is lang niet zo confronterend als de ghats in Varanassi, waar alles veel groter, nadrukkelijker is ( en veel viezer is).

Langs de hele promenade staan teksten uit de Bhagavad Gita.

‘Zoals een mens nieuwe kleren aantrekt, en daarmee de oude wegdoet, zo aanvaardt de ziel het nieuwe materiele lichaam en geeft het het oude en onbruikbare lichaam op.

De rotsen langs de zee zijn bedekt met resten: van as, gebroken potten, een draagbaar, wat lappen stof.

De groene hesjes in Jamnagar

Ik ben uiteindelijk goed in Jamnagar (aan)gekomen. Alleen de ‘staats-bussen’ staken, niet de ‘private companies’, die iets duurder maar veel sneller en veel comfortabeler zijn. Dus daar ben ik gisteren mee naar Jamnagar gegaan. Ik kon kiezen tussen een sleeper en een seat. Omdat de bus rond 9 uur ‘ s avonds zou aankomen vond ik een sleeper niet nodig. Ik ben dol op de nachttreinen en al het gedoe daarom heen (het compartiment, de thee, de medereizigers, ja zelfs het kaartje koester ik) en houd niet van de nachtbussen. Enkele reizen geleden had ik een busreis geboekt en niet goed naar de tijd gekeken. Daar stond ik om 9 uur ‘ s ochtends, bleek het 9.00 p.m. te zijn. Ik reisde toen dus ’s nachts, wat helemaal goed ging, maar toch, liever niet met de nachtbus.

Vandaag dacht ik heerlijk te gaan wandelen. Ik wil altijd wandelen in steden en de steden in India lenen zich daar echt niet voor. Maar toch doe ik het elke keer. En meestal loop ik verkeerd. Ook nu.

Als start liet ik me met een tuk tuk bij de Khambhaliya gate af zetten, een poort uit de 17e eeuw en na de aardbeving weer hersteld.

Daarna dacht ik dus goed naar de bazaar te lopen… de weg werd drukker, de huizen kleiner en alles werd nog rommeliger en stoffiger. Zo gaat het altijd.

Onderweg een winkel waar e-bikes te koop zijn! E-bikes in India? Ik moet er niet aan denken. Maar Pollution Free Drive!

Maar geen bazaar. Uiteindelijk kwam ik bij het meer, dat voor die middag op het programma stond. Ik heb er heerlijk de rest van de ochtend door gebracht. Romdom het meer is een prachtige promenade aangelegd, met een speciaal pad voor hardlopers, (zij liepen vandaag niet), een park met tropische bomen, een speeltuin en een soort terras, waar ik de krant van 3 dagen geleden las, want ik blijf achterlopen.

Ondertussen liep zij de hele tijd voorbij, heen met een schaal koeienmest, terug met een lege schaal. Ze hoorde bij een groep vrouwen die de promenade schoon hielden (en schoon was hij).

Dit is de hele ploeg. Ze gingen er maar ‘ns goed en prachtig voor staan.

Het was hun lunchpauze en nadat ze de foto hadden gezien boden ze me wat te eten aan. Ze eten hier een plaatselijk gerecht: een soort kadet met scherp gekruide bonenprut.

Ik maakte een compliment, wat wat alles mooi schoon. Zo op het oog maak je gemakkelijk kontakt, maar een woord wisselen? Een gesprek? Dat kan jammer genoeg niet.

En welk beeld hebben we van elkaar? Wat denken ze van mij? Ik ben tenslotte maar een rare buitenlander, een buitenstaander die maar wat doet zoals het haar goed lijkt, (want volgens de niet gekende Indiase normen, doe ik het toch niet goed). Maar zo, op dit soort momenten heb je toch, vind ik……. een vorm van contact.

En dan wat hebben ze eraan? Ik weer een mooie foto, maar wat hebben zij er aan?

Daarna heb ik me maar weer met een tuk tuk naar de bazaar laten brengen. (Even geen lopen dus). Het bleek natuurlijk de geheel andere kant op te zijn.

In de bazaar prachtige oude Jain tempels.

Allen omringd door juweliers, honderden juweliers hier in de bazaar van Jamnagar.

En tenslotte deze dag maar weer neergevallen in een restaurant waar ik een lassi bestelde en een soort saffraanijs milkshake kreeg. Hij was heerlijk. Mijn blik viel op het schilderij dat aan de muur tegenover me hing. De berg Kailas! De eigenaar was op bedevaart geweest. Hij wel!

Via de highway van Bhuj naar Mandvi.

Ik wilde eigenlijk in Mandvi een nacht blijven en de daaropvolgende dag (overmorgen) met de ferry naar Okha, vlakbij Dwarka. Maar gaat er wel een ferry? Echt uitsluitsel hierover kwam niet, behalve dat er veel meer ‘nee-zeggers’ waren dan ‘ja-zeggers’. Ik besloot dus via Jamnagar naar Dwarka te gaan en een dagtripje naar Mandvi te maken. En toen gingen vandaag de bussen ook nog staken. Terwijl ik gisteren nog wel zo blij was met het buskaartje voor morgen, naar Jamnagar. Op dit moment weet nog niemand of er morgen een bus gaat.

Ik zie wel.

Na de aanschaf van het buskaartje liep ik langs de resten van het Prag Mahal, 1 van de 3 paleizen van Bhuj. De stad, grotendeels verwoest tijdens een aardbeving in 2001, is inmiddels weer opgebouwd en aan het herstel van dit paleis wordt gewerkt.

Daarna kwam ik in de bazaar terecht. In Bhuj is nog een echte bazaar waar de mensen uit de omringende dorpen hun boodschappen komen doen.

Dit zijn de echte kleuren en patronen van de mensen hier. Het staat haar prachtig. Ik verviel natuurlijk veelvuldig in de wens ook zo’n doek om te mogen doen. (Als sjaal?) Dat gaf veel gezoek, want de meeste doeken komen ‘aan een sari’, een beetje te lang voor me.

Uiteindelijk heb ik gisteren…..1 sjaal gekocht. Met zo’n prachtige rand als boven. Hij had ook nog twee niet afgewerkte kanten. Daar moest ik maar mee naar een tailor gaan. (Hij is inmiddels afgewerkt).

Vandaag ben ik dus naar Mandvi gegaan. Omdat de bussen staakten met een soort four-wheel-taxi. Heen was hij snel vol, terug was het een klein uur wachten voor hij vertrok.

Mandvi ligt aan de kust en er worden prachtige grote houten boten gemaakt.

Ik was hier erg van onder de indruk, dus nog maar een foto.

Tijdens het zoeken naar een weg die naar de zee zou leiden zag ik deze prachtige vogels.

Uiteindelijk kon ik hier niet dichterbij de zee komen. Ik kon wel naar the beach, maar dat hoefde nou ook weer niet.

Terug in Bhuj, toch nog maar een keer door de bazaar lopen.

Ook typisch voor hier: de borsten krijgen dmv de kleding extra accent. En ik weet niet of deze vrolijke dames een bh kennen. (of willen dragen).

En banden, het liefst zoveel mogelijk, overal omheen waar het maar kan. Ik zag ook enkele dames met een band, (ter dikte van een armband) door de neus, maar die wilden beslist niet op de foto.

’s Middags ben ik naar een bedrijf, annex winkel geweest dat materialen levert aan het Tropenmuseum en wijlen Abai. Tja, toen viel ik definitief voor twee sjaals, 1 van katoen (met indigo….) en 1 van wol met plaatselijke motiefjes.

In de werkplaats kon ik de weverijen en het indigo verven bekijken.

Hier hangt nog meer katoen te wachten.

Er worden speciale textiel-reizen naar Gujarat georganiseerd. Zoveel aspecten: de mensen, De natuur, de cultuur, de religie, de politiek, het eten en de textiel. En dan zal ik ook nog wel iets vergeten zijn. Maar veel te veel om je overal goed in te verdiepen.

Morgen is er weer een dag.

Het zout der aarde

Na enig googlen bleek deze zin uit de bijbel te komen. Daar gaat het hier verder dus niet over. Maar ik ben in Kachchh (zonder spelfouten getypt). Volgens de reisgids is het India’s wilde westen en de ‘witte woestijn’ heet Rann. Dus ik dacht dat ik in een soort cowboygebied met ranches zou komen. Hoe snel kan een voor-oordeel ontstaan.

Kachchh is een platte vlakte en een tijdelijk, seizoensgebonden eiland. Tijdens de droge periode is Rann vaste grond van opgedroogde modder en zout. Tijdens de monsoon wordt het land eerst door de zee en daarna door de rivieren overstroomt. Door het zout (in die aarde) is het grotendeels onvruchtbaar. (Maar ik geloof niet dat de bijbel dit zo bedoelde……..)

Op de heuvels – boven zee niveau – groeit nog wat gras. In deze harde omstandigheden (de hitte is zomers ondragelijk) leven ook nog mensen. Het zijn stammen en ‘subkasten’ (geen idee wat men hier mee bedoeld) en ze maken prachtige stoffen en handwerk. Het is (gelukkig maar weer) niet mijn stijl. Maar mooi om te zien.

Dus ging ik gisterochtend na aankomst van de trein om half 8, direct naar mijn hotel (dat alweer een geluk, tegenover het station ligt), nam een douche, ging ontbijten en werd daarna opgehaald door Julie, die een excursie had geregeld. Ik heb haar ontmoet in Ahmedabad, ze komt uit Engeland, reist hier ook enkele weken en gaat dan naar een ashram. Ze heeft minder tijd dan ik dus is hier in Bhuj, de hoofdstad van Kachchh, maar 1,5 dag en had me geappt of ik mee wilde op excursie.

De bezochte dorpen waren toeristisch. Maar de mensen zagen er prachtig uit.

Deze dame is aan het handwerken.

Daarna zijn we naar het hoogste uitkijkpunt gegaan. Men zegt dat hier ook Pakistan te zien is. Maar volgens de kaarten kan dit niet. (Ze zijn hier een beetje Pakistan-fobisch).

Hier sta ik in mijn nieuwe kleren voor de zoutvlakte. Zowel de plaatselijke bevolking als ikzelf zijn erg blij met deze aankoop. De stof fladdert om je heen en dit is zalig in de hitte. En je bent altijd bedekt, het is heerlijk in en uitstappen (van een tuk tuk bv), je hoeft je geen zorgen over inkijk te maken en ik moet alleen nog iets bedenken mbt de achterflap bij het ter toilette gaan op het plaatselijk toilet. Maar tot nu toe ging ook dit goed.

Het werd een lange dag, want daarna zouden we de zonsondergang en opkomst van de volle maan in de woestijn gaan bekijken. Vooral de zonsondergang was prachtig.

Her en der staan tentenkampen in deze woestijn, het is onder Indiers erg populair hier een paar dagen in te slapen. (Een soort lokale center parcs). Ook zij gingen in grote getale naar de zonsondergang kijken. Om je te verplaatsen zijn kamelen-karren te huur (er stonden enorm veel kamelen) en ook is er een soort uitkijktoren geplaatst waar al enkele uren van te voren een grote groep mensen op stond.

Ik ben een heel stuk de woestijn ingelopen, ‘de zon achterna’, weg van het lawaai en de stilte in. Dit was heerlijk en prachtig.

Daarna hebben we ook nog de (volle!) maan gezien maar deze werd versluierd door enkele wolken. Dit was jammer, maar ik was ook een beetje blij, want Ik begon enigszins uitgeput te raken.

Ik was om 10 uur terug in het hotel en kon toen gelukkig nog gaan eten. vandaag heb ik rustig aan gedaan. Hiervan later meer.

Ook Ahmedabad

Met al dat moois en de tijd die weer zo snel gaat zou ik bijna een bericht van Ahmedabad vergeten. Maar ik doe rustig aan vandaag, vertrek vanavond met de nachttrein naar Bhuj en om 10 uur kan het museum gebeld worden. Het Calico textielmuseum heeft een prachtige collectie textiel. Er mogen maar 20 mensen per dag in en februari is volgeboekt. 11 Maart ben ik hier nog een keer dus ik probeer nu straks voor die datum een kaartje te reserveren. Dus nu even tijd voor het oude Ahmedabad.

De toegangspoorten naar de bazaar zijn nog intakt. Maar alles is in vervallen, slecht onderhouden staat.

Brommertjes, brommertjes het stikt weer van de brommers. En allemaal denken, nee zijn ze de baas hier in het verkeer.

De Jama Masjied moskee dateert uit 1423. Tja, hij is gebouwd met materiaal van ‘overwonnen’ Jain en Hindoe tempels. En gedeeltelijk verwoest door de natuur, de minaretten zijn ineengestort tijdens de aardbeving van 1812.

Het mooist vind ik de ‘levensbomen’ aan beide zijden van de ingang.

En werkelijk prachtige ‘levensbomen’ (het zijn palmbomen) waren op de muren van de Siddi Sayid moskee te zien:

En ook in Ahemdabad een step-well. De Nederlandse vertaling is ‘stap-put’. Zal wel kloppen, maar het klinkt weer zo…..

dus ik houd het op step-well, hier de Dapa hariki wav (what’s in a name).

7 verdiepingen diep! Een man zei ‘that keeps the ladies in a good condition’, je zal toch maar elke dag hier naar beneden moeten gaan om water te halen. Hij kon ook wel wat extra beweging gebruiken, maar laat maar.

En tenslotte mijn stamcafe voor de lassi (die is hier erg dik en wordt met een lepel geserveerd) en de thee: Lucky cafe. Ik ga nog proberen een foto naar lucky tv op te sturen. Want in Lucky cafe staan tombes, wel zo gezellig, de tafeltjes zijn er omheen gezet. Ik heb natuurlijk naar dit gevraagd, veel geglimlach enz. Maar geen uitleg. Die had ik trouwens toch niet verstaan.

Muren, vol met dansende goden

Een dag ‘cultuur’, dus veel mooie plaatjes en weinig tekst. Alhoewel, als je iets mooi vindt wil je het delen, vertellen, dus toch maar wat uitleg.

En weer werd ik door de pracht overvallen en liep ik als Alice in Wonderland hier rond.

Het waren de zonnetempel van Modhera en de ‘step-well van de koningin’ in Patan.

De zonnetempel van Modhera is gewijd aan de zonnegod Surya en is in 1027 gebouwd. Het complex bestaat uit twee gebouwen, die bijna geheel bedekt zijn met goden en mensen en er is een waterreservoir. Daarbij moet ook nog een step-well zijn geweest, maar die is verdwenen.

Dit is de zonnegod Surya, die trots rechtop staat terwijl hij door zeven paarden door de hemels wordt getrokken.

Ook binnen zijn de muren bedekt met alle mogelijke figuren, waarvan sommige erotisch. Hier slaat een vrouw haar handen voor haar ogen. Zou de beeldhouwer met dit beeldje zijn mening hebben willen geven?

En tenslotte, de prachtige ingang. Het was wonderschoon.

Daarna ben ik doorgegaan naar Patan. Daar staat een step-well (ik weet niet hoe dit goed te vertalen is), uit 1060.

Het is een enorm complex van 5 verdiepingen naar beneden, de grond in. Hier werd het regenwater tijdens de monsoon in opgevangen, en waarschijnlijk was hier ook een bron.

Hoe dieper je komt, hoe mooier het beeldhouwwerk.

Veel van de beelden stellen Vishnu voor, hier in zijn laatste ‘incarnatie’ als Kalki, rijdend op een paard. En rechts de godin Durga, die een demonen buffel doodt.

Dit is 1 van de mooiste ‘step-wells’ in India, tot 1980 (toen hij ontdekt werd) geheel bedekt met zand. Hierdoor is hij bewaard gebleven en ‘is niet beschadigd door mensen of het klimaat’, zoals het boek zo mooi zegt.

Ahmedabad

Dit is een stad waar je definitief met het stereotiep ‘lijdzaam wachtende Indier’ gaat, nee moet afrekenen. Het is een bruisende, levende stad aan de oevers van een brede rivier. Op de ene oever de oude stad, met de bazar, moskeeen, handel en veel oude huizen, op de andere oever de ‘nieuwe stad’, met de dure winkels, prachtige woonwijken en grote kantoren. (En ik vermoed dat op de ‘oude’ oever de moslims en op de ‘nieuwe’ oever de hindoes wonen).

Ik kwam aan met de bus (eergisteren alweer), die ‘uren’ door de stad reed naar zijn busstation. Ik kreeg direct al weer de kriebels, waar zou mijn hotel staan? Ver weg in een buitenwijk? Of in het centrum? In Surat stond het hotel op de ideale plek. Toen ik de trein was uitgestapt zei zelfs de tuktuk chauffeur dat ik er naar toe kon lopen. En wat zou het hier worden? Net toen ik dacht dat ik mijn manier-van-hotel-kiezen eens goed moest onderzoeken, kwam de tuktuk bij ‘mijn’ hotel aan en bleken de zorgen niet nodig, het staat aan de rand van de oude stad en alles is weer op loopafstand. Geluk!

En het hotel is nieuw, alles doet het, alles is schoon.

Behalve de toeristische uitstapjes had ik hier 2 ‘projektjes’: een nieuw hoesje voor de telefoon en iets nieuws laten maken, want er verschijnen spontaan scheuren in mijn o zo geliefde, maar erg oude reisbroek (zakken met ritsen, goede kleur, enz.) Hij kan dus echt niet meer en ik had mezelf hier in deze plaats een mooie kurta met bijpassende broek beloofd.

Dit is tenslotte de plaats van de katoen, van de prachtige stoffen, van ikat, van verschillende weef- en druktechnieken enz.

Ik dacht dat het hoesje het eenvoudigst zou zijn, maar dat bleek een vergissing. Ik wilde namelijk een ‘boekje’ zodat de telefoon helemaal ingepakt is. Ik heb half Surat hiervoor afgelopen, nergens te koop. Er zijn alleen maar ‘achterkanten’. ‘Wel zo handig zei de jongen uit de winkel, dan weet je direct wie er belt’. Of mijn uitgave was te oud, ‘that is an old one, mem’ kreeg ik op medelijdende toon te horen, daar hadden ze geen hoesjes meer voor. Maar hier in Ahmedabad, een tussenoplossing, ik kocht de allerlaatste, een boekje waarvan de voorkant doorzichtig is. ‘Kan ik direct zien wie er belt’.

Gisteren heb ik me op de kurta gestort. Een kurta is een jurk met lange spleten aan de zijkanten, je moet er dus een legging of broek onder dragen. En daarvan zijn hier ook nog allemaal tussenvormen te koop en in allerlei kleuren!

Ik ben naar een prachtige stoffenzaak in de bazar gegaan. En dat is natuurlijk een paradijs. De mannen golven de mooiste stoffen rond je heen en binnen de kortste tijd weet je echt niet meer wat je moet kiezen. Uiteindelijk werd het indigoblauw met een plaatselijk motief en zwarte stof voor een wijde driekwart broek. In mijn gedachten zou dit een mooie combinatie zijn.

De verkoper wist een kleermaker, ‘5 minuten verderop’ en ik op stap naar het adres. Ik had een kaartje, waar ik niets van kon lezen, maar dat hoeft ook niet, ik heb inmiddels een heel stel niet-leesbare kaartjes en kom telkens goed terecht.

De kleermaker werkte in een zijstraatje van een zijstraatje van een heel smal straatje en kon zonder me aan te raken de maten op nemen. Ik heb ook geprobeerd uit te beelden hoe lang en hoe wijd de broekspijpen moesten worden en ik dacht uiteindelijk ‘op hoop van zegen’, we gaan ervoor, maar waarvoor?

Vandaag kon ik rond 12 uur alles ophalen.

Echter……. gisteren was er een aanslag in Kasjmir op soldaten met vele doden en dit gaf tensions hier dit land en juist in deze stad. Er was een ‘strike’: alle winkels, restaurants, alles was dicht, behalve de paan-shops, want paan moet er tenslotte gekauwd en uitgespuugd worden.

De moslims in de bazar (ook met dichte winkeltjes) zaten er gelaten bij. Door de straat trok een kleine, doch luid schreeuwende betoging met Indiase vlaggen en ik ging dus mijn jurk halen.

Ik was al blij dat ik in 1 keer goed liep. Alle kamertjes van de kleermakers waren dicht, op slot. Behalve 1.

Bij deze ontzettend aardige man heb ik een half uur gezeten. Hij belde ‘mijn’ kleermaker, ‘just 5 minutes’, ik kreeg een kopje thee, er belde iemand, ‘just 5 minutes’, het buurmeisje kwam langs (5 jaar, was verlegen, en de man ging zo mooi met haar om), ‘5 minutes’ en nog een kopje thee. En toen kwam er weer een andere man met een sleutel, hij opende de andere kamer en daar kwamen mijn nieuwe kleren te voorschijn! ‘Now you must try’ iedereen verliet de ruimte want ik moest passen.

Het paste perfekt, precies zoals ik wilde. Ik heb voor alle aanwezigen geshowd en ook zij vonden het mooi. Een foto komt later, ik heb er wel 1, maar daar is het patroon niet op te zien.

En door die strike zit ik nu op mijn hotelkamer en had dus veel tijd om bovenstaande te schrijven. Vanavond na 6 uur zou alles weer over zijn, aldus de receptionist. Ik hoop dat Modi dat ook vind.

Sabarmati Ashram

Vandaag bezocht ik de ashram van Gandhi. Hoe meer ik over hem nadenk en de strijd die hij voerde en de manier waarop! Hoe meer ik hem bewonder. Ongelofelijk, wat moet deze man een ontzettend grote innerlijke kracht hebben gehad.

Hij woonde hier van 1917 tot 1930. Men zegt dat hij deze plaats koos omdat deze plek tussen een gevangenis en een kerkhof lag. ‘En iedereen die de geweldloze strijd tegen de Britten voerde zou uiteindelijk op 1 van beide terecht komen’. Gandhi startte hier de zoutmars naar Dandi. Vanaf dat moment wilde hij hier alleen nog naar terugkeren als India onafhankelijk zou zijn.

In zijn zeer eenvoudige kamer (hij predikte en leefde een spartaans leven) stond daar onder andere nog het spinnewiel.

Dit boek stond als eerste op mijn hier te kopen lijstje en ik heb het nu 3x in mijn handen gehad. Het is te groot, te zwaar. (De Indiase uitgave is nog groter dan die in Engeland) Als ik dit zo typ denk ik ‘wat een argument!’ Maar het past dus echt niet in de bagage.

Maar ik heb nog wel plaats voor zijn autobiografie (the story of my experiments with truth). Nu de tijd en rust nog.

www.nrc.nl/nieuws/2019/02/14/niemand-kende-india-zo-intiem-a3654084

The times they are a changing, maar sommige niet

12 februari

Ik ben vandaag met een supersnelle trein van Surat naar Varodara gegaan. Precies op tijd kwam hij aan op een speciaal perron – waar ik een kopje nescafe kon kopen, want ik was alweer te vroeg op het station. In de trein werd direct een literfles water uitgedeeld.

Daarna gevolgd door de thee: op een dienblaadje een bekertje, koekje, theezakje, suiker en kuipje melk. Erbij kreeg ieder een thermoskannetje heet water.

Mijn buurvrouw, duidelijk yup, had een waterzuiveringsapparaat bij zich en maakte daarmee een gezonde shake. De overbuurvrouw zat de hele tijd achter haar laptop en de vierde vrouw keek ons alle drie met verbazing aan, ze deelde tenslotte haar bananenchips uit.

Ik ben daarna direct van Varadora door gegaan naar Jambughoda waar ik twee nachten slaap in een oud Maharadja’paleis’ (dat wel enige renovatie kan gebruiken). Het ligt zalig in een natuurgebied. Overal vogels die zingen en overal groen (waar naar men zegt nog tijgers wonen) en stof als er een auto voorbij komt, alleen als ik mijn haar was, dan heb ik even de illusie dat het schoon is. En er is een zwembad. Nog een beetje fris water, maar wat is dat toch zalig, buiten tussen de palmen zwemmen.

Vanavond werd ik door de maharadja uitgenodigd ‘for a chat’: ‘Since you travel alone, maybe you like some company’. Gelukkig had ik mijn (enige) jurk aan dus om 7 uur werd ik door 1 van de bedienden gehaald en naar het andere gebouw gebracht. Ik bleek de vrouw al ontmoet te hebben.

Er is nml alleen in het kantoortje internet en toen ik daar zat om de krant te downloaden, viel de elektra en daarmee het wifi uit. Al snel kwam een dame naar binnen, zette alles uit en weer aan, verplaatste alles, schudde alles (eigenlijk deed ze alles wat ik thuis ook doe als ziggo weer ‘ns kuren krijgt) en toen was daar weer licht en wifi! ‘We shall meet you later this evening he?’ En ze verdween weer.

Het echtpaar zat buiten, rond een enorm opgestapeld houtvuur, dat gelukkig nog niet aan was. Net toen ik dacht, nu wordt de temperatuur aangenaam (het was 32 graden vandaag) werd het echtpaar een wollen deken en een warme muts gebracht. Alle sterke drank sloeg ik af, dus zij dronken een fresh lime and soda met me mee. We hebben een uur gezellig socialy gechat. Over Modi (ook zij zijn geen fan), het toerisme, de climate change (de maharadja teelt biologisch, tja, tja), de kinderen en natuurlijk mijn reisplannen.

13 februari

Het was weer warm vandaag. Hier vlakbij ligt een heilige berg: Pavagadh. En aan de voet hiervan, in de jungle verborgen, ligt Chapaner. Ik ben met de berg begonnen, 792 meter omhoog klimmen. Ik ben tot halverwege gekomen. Toen was alles nat, behalve mijn paspoort dat in een plastic zakje zit. Het was warm, drukkend en vochtig. En wat bleek: het laatste stuk kon per kabelbaan worden afgelegd. Na weer enkele veiligheidscontroles konden we met vier personen in de cabine.

Hier beneden beklimmen de pelgrims de berg. Mijn overbuurvrouw vond het maar eng en ik was ook blij toen ik er weer uit kon. Boven gingen de trappen door, helemaal tot aan de top waar een tempel van Kali is. Toen ik een foto van het uitzicht wilde maken, werd er bijna op me geschoten, het is verboden foto’s te maken, maar ja zo’n uitzicht.

Geen foto van Kali dus, maar wel van deze zeer heilige koe. Of ze echt blij is met haar rol? Ik weet het niet.

Ik ben met de mensen ‘door’ de tempel gegaan en toen weer via de trappen naar beneden, naar de kabelbaan om weer terug te gaan. Het laatste stuk heb ik weer gelopen.

Aan de voet van de berg ligt Champaner, verborgen in het ‘oerwoud’ (dat valt wel mee) liggen de resten van een Islamitische middeleeuwse stad van de Rajputs.

Ik heb hier de hele middag gelopen, op zoek naar alle gebouwen. Allen gebouwd van zandsteen en prachtig bewerkt.

En dit is een paviljoen, hier zou het uitzicht op de berg van vanochtend te zien moeten zijn, maar het was nevelig, dus er is niets te zien, behalve de prachtige vormen van dit gebouw. Het vrouwenpaviljoen? Om even weg te dromen.

En tenslotte de mihrab van de Jami Mashid moskee. Al dat gereis, laat me deze keer maar ‘ns oostwaarts eindigen.

De zoutmars

‘With this I am shaking the foundations of the British empire’.

‘Shaken’ dat kun je wel zeggen, het zou nooit meer rustig worden.

Vandaag ben ik naar Dandi geweest, het eindpunt van de zoutmars die Gandhi in 1930 ondernam uit protest tegen de zoutaccijnsen die de Indiers aan de Britten voor hun eigen zout moesten betalen.

Het was het grootste protest sinds de ongehoorzaameidsbeweging uit ’20-’22 en het is een belangrijk onderdeel uit de Indiase onafhankelijkheidsstrijd.

Om in Dandi te komen, moest ik eerst van Surat (waar ik slaap) naar Navsari, een uur met de bus. In de bus zit iedereen op haar of zijn telefoon te kijken. Soms is het enige bericht dat het geld op is, soms wordt er geskypt. Ook houdt men zowel in de trein als in de bus de tijden bij: op welke tijd zijn we bij de volgende halte. Ik wordt hier altijd van op de hoogte gehouden. En wat doe je dan met deze kennis?

In Navsari staat nog een vuurtempel van de Parsis. Langs de hele kust hier hebben Parsis zich gevestigd. In Mumbai woont de grootste Parsi gemeenschap, daar staan ook ‘De torens van Stilte’. (Hier worden de doden opgelegd, zodat ze door de gieren kunnen worden opgegeten, tja…..),

De tempel mag alleen door Parsis bezocht worden. Ik had in Navsari voor het complete programma aldaar een tuk tuk genomen, dus reden we snel door naar Dandi, aan de kust, 25 km verder.

Volgens mijn gids zou daar in het strand een kleine herinnerings plaquette zijn, maar daar was heer Modi weer: er werd nog aan gebouwd, maar in Dandi komt een enorm groot herinneringsmonument.

De gehele tocht is in 34 van dit soort beeldhouwwerken uitgebeeld. Er is een kitscherig ‘monument’, een gebouw waar iedereen zelf zout uit het water kan koken (maar dat was nog niet klaar) en het oorspronkelijke museum was verdwenen.

Dit is de tuktuk chauffeur voor 1 van de vele beelden. Hij was er ook nog nooit geweest en we hebben samen alles bekeken. Hij was duidelijk geen fan van Modi.

Daarna hebben we de zee, het daadwerkelijke eindpunt bezocht. En ik heb natuurlijk naar die plaquette gezocht, maar hij was er niet meer.

Terug in Surat bezocht ik jawel, het Nederlandse kerkhof.

Dit is de tombe van baron van Reede, de plaatselijke directeur van de Nederlandse Oost India Compagnie. Hij stief in 1691. Volgens dit bord moet er ook nog een Nederlandse tekst op de tombe staan, maar ook deze was onvindbaar.

Het kerkhof wordt nu voornamelijk gebruikt als ontmoetingsplaats voor de plaatselijke (mannelijke) jeugd en als cricketterrein. Heeft die baron toch nog iets goed gedaan.