‘Soms lijkt het oude India, het oude, eeuwige India, gewoon almaar voort te duren’. (V.S. Naipaul)
Dwarka ligt aan de Arabische zee, daar waar de rivier de Gomti de zee in stroomt. Het plaatsje wordt niet genoemd in de Lonely Planet, en the Blue Guide (die lijkt het wel, elke steen in India beschrijft) besteedt er slechts een derde pagina aan.
En Dwarka is de stad van Krishna.

Toen ik een foto van de Dwarkadheesh tempel zag, besloot ik definitief deze reis te maken en ook naar Dwarka te gaan.

Volgens het verhaal heeft Krishna hier gewoond en de Dwarkadheesh tempel is aan hem gewijd. Ik mag wel naar binnen, maar zonder fototoestel, schoenen en tas.
De tempel is al oud, en er staan restanten van fundamenten van een eerdere schrijn.

De tempel is ook van binnen prachtig. Een enorm complex met kleinere tempeltjes, allen gewijd aan Krishna, zijn vrouw of verwante goden en de muren zijn prachtig bewerkt. Er klinkt muziek, er klinken mantra’s.
Het hele plaatsje staat in het teken van krishna en de pelgrims. Winkeltjes met offergaven, afbeeldingen van de goden en veel toeristische prullaria.
Ik ben al een tijdje de enige ‘foreigner’ waar ik me verder niet van bewust ben, behalve bv in de wc. Papier gebruikt men hier niet en mijn papieren zakdoekjes zijn ook op. Een rol papier kan ik nergens vinden. Uiteindelijk wijst een man me naar een winkeltje verderop, daar kan ik een pak servetten kopen, ‘100’ zegt de man.
Het is heerlijk lopen langs de ghats (de plaats waar in de rivier gebaden kan worden), vooral tegen de avond. Ik loop onderlangs de tempel, er zijn hier veel kleine ruimtes waar saddhu’s wonen en ook weer kleine tempeltjes staan.
Voor de ladies zijn er badhokjes.

Als het pad een bocht omgaat zie ik in de verte een vuur branden. Ik nader de plaats van de lijkverbrandingen en er vindt er juist 1 plaats. Ondertussen flaneren de mensen gewoon door, lopen er koeien en honden rond en loopt enkele meters daarvoor een opgetuigde kameel met enkele kinderen op zijn rug. Naast de houtstapel staat een modern gebouw: een crematorium, met een enorm lange pijp, waar ook rook uitkomt. Op een bepaalde manier is het allemaal organisch, alles is deel van het leven, ook dit. Het leven is. Het is lang niet zo confronterend als de ghats in Varanassi, waar alles veel groter, nadrukkelijker is ( en veel viezer is).
Langs de hele promenade staan teksten uit de Bhagavad Gita.
‘Zoals een mens nieuwe kleren aantrekt, en daarmee de oude wegdoet, zo aanvaardt de ziel het nieuwe materiele lichaam en geeft het het oude en onbruikbare lichaam op.‘
De rotsen langs de zee zijn bedekt met resten: van as, gebroken potten, een draagbaar, wat lappen stof.























































