Dharavari in Mumbai

Vanochtend dus de wandeling door Dharavari. We werden bij het station opgewacht (4 jonge Amerikanen en ik) en reisden toen met de trein in een half uur naar Dharavari. De gids wilde de bewoners duidelijk niet als ‘zielige slachtoffers’ tonen, dat was mooi. Tegelijkertijd bleef het soms moeilijk een gesprek met hem te voeren, we stelden vaak vragen waar hij geen antwoord op had of hij zag het onderwerp niet als een probleem. Ook had ik de indruk dat hij e.e.a. rooskleuriger voorstelde dan het was, zo zou 80% van de kinderen naar school gaan. We zagen heel veel kinderen op straat (zonder schooluniform). Maar het waren geen ‘zielige kinderen’ met vliegen op de ogen, zonder kleren enz. (Ik denk dat we ook niet naar de aller ergste plekken zijn geweest)

De wijken zijn op werkplaats ingedeeld, we bezochten er vier: de plastic recyclers, (hier zouden de zakken met plastic dus naar toe kunnen gaan van de vuilnisbelt uit Ahmedabad) de leerlooiers, de papadmaaksters en de pottenbakkers. Zoals te verwachten zijn de werkomstandigheden zwaar: stank, rook, chemicalien en werken in donkere ruimtes. De mannen die hier werken slapen (leven dus) ook in deze ruimten.

Als we van de ene wijk naar de volgende liepen ging dat door smalle steegjes waar geen zonlicht komt, steegjes van 50 cm breed met een open riool. Af en toe kon ik een blik in de stenen huizen naar binnen werpen. Een paar vierkante meter, vaak leeg met wat doeken. Er wordt nog veel op hout gekookt.

De papadmaaksters zitten buiten: plok, plok en weer was een papad op een klein houten plankje met een stok uitgerold en klaar. Daarna worden ze op een omgekeerde mand in de zon te drogen gelegd.

De pottenbakkers bakken deze in enorme stenen ovens, als stookmateriaal worden. resten lappen stof gebruikt. Er stonden enorm veel prachtige potten klaar, dat gaf even een mooie aanblik, maar tijdens het bakken hing er dikke, vieze rook in de ingebouwde open werkplaatsen.

In de steegjes doemde soms een klein winkeltje op en ‘aan de buitenkant’ waar de weg breder is waren een groentemarkt en wat grotere winkels. ‘Een stad in de stad’. Sommige van de 20.000 bedrijfjes exporteren hun produkten naar de hele wereld. Er zat dus vaak weer een dikke man op een stoeltje niets te doen, temidden van de werkers (‘he is the boss’).

Wat mij het meeste opviel in de wijken waar gewerkt werd was de ontzettende smerigheid van bijna alles. Nergens iets schoons, laat staan iets ‘verzorgds’, een plantje of iets dergelijks. Grauw, vies, ingestorte huizen, enz. Iedereen werkt, ik denk dat dat al moeilijk genoeg is, er is geen tijd, energie, of aandacht voor iets meer dan dat.

In de woonwijken werd af en toe de straat aangeveegd. Maar ook daar zag je nauwelijks ‘iets persoonlijks’.

Het is me niet helemaal duidelijk geworden of sociaal stijgen kan, door hard werken elk jaar een beetje beter? Heeft een intelligent kind een kans verder te kunnen? Ik vrees van niet. Wat ik zag was allemaal net iets meer dan overleven. Dat laatste zag ik de afgelopen weken onderweg soms wel, mensen die alleen maar in een vieze kapotte tent leven met echt helemaal niets.

En dan de zon, ondanks dat ik hem soms niet zag, bij zonlicht ziet het er allemaal, mooi kun je niet zeggen, maar het heeft nog wel iets. Maar dan de tijd van de monsoon. Wat moet dat erg zijn hier: hevige regenbuien, malariamuggen en wat gebeurt er met de riolen?

Tenslotte bezochten we een school waar de organisatie Reality gives cursussen geeft. Een soort Brede school. De school had werkelijk niets, de buitenkant was vrolijk beschilderd, maar binnen in de lokalen hing een schoolbord en stonden lessenaars, waar de kinderen op zaten. Met een schrift en een pen. En dat was het.

De cursussen zijn kleine druppels op gloeiend hete platen.

Een indrukwekkend boek over het leven in de sloppen is (de Engelse titel is toch weer mooier) Behind the Beautiful Forevers:

Katherine Boo: Een beter bestaan. Overleven in de sloppen van Mumbai. Nieuw Amsterdam, 320 blz. € 19,95De inwoners van Annawadi, een nietig sloppenwijkje…
— Lees op www.nrc.nl/nieuws/2012/03/30/een-enkeling-eet-nog-rat-12280527-a427650

The big city

13 maart

Gisteren ben ik hier, in Mumbai, in 45 minuten vliegen met het vliegtuig aangekomen. Daarna was het nog 30 km naar het centrum, waar de taxi ruim 2 uur over deed omdat het verkeer uit 1 file bestond. Mumbai is enorm groot geworden, sinds ik hier 15 jaar geleden was.

Ik slaap in hetzelfde hotel als toen, ‘The Grand Hotel’. Een ouderwerts Indiaas hotel in het centrum. Aan de buitenkant van de kamerdeur zit een haakje, waar ’s ochtends het zakje met de krant aan wordt opgehangen. De lift heeft nog 2 deuren: een traliewerk dat moet worden opgeschoven en een deur. Er is weinig veranderd, behalve de receptie en de badkamers, deze zijn gerenoveerd: er is nu bv een ‘rain-shower’: een enorm oppervlak waar het water uitkomt.

Bij het ontbijtbuffet deze ochtend (4 obers: 1 bij het toastapparaat; 1 voor de bediening, buffet betekent hier dat je aanwijst wat je wilt hebben, het wordt daarna naar je toegebracht; 1 die de eieren ‘to order’ brengt en 1 die de andere 3 coordineert) brandde de toast aan. De ober van de toast kwam daarop met een luchtverfrisser spuitend langs. Hij spoot ook onder de tafels. In de krant lees ik dat gisteren de congrespartij in Ahmedabad de aftrap naar de nationale verkiezingen hield. (De stad hing vol met vlaggen). Dat is een sterke, Gujarat (en dus met Ahmedabad) is de thuisbasis van Modi.

Inmiddels is mijn was opgehaald en ga ik bedenken wat ik vandaag ga doen. En hoe. Er rijden hier geen riksha’s (de laatste fiets riksha’s zag ik in Allahabad) en geen tuktuks, alleen maar taxi’s en particuliere auto’s. De taxi’s passen dezelfde tactiek toe als de tuk tuks: ze snijden je vaak af of gaan plotsklaps voor je staan.

ik heb de halve dag gewandeld. Alles is dichtbij en ik had helemaal geen zin in een taxi.

Dit is het ‘VT’ het Victoria Terminus. Een prachtig gebouw in een stijl met Hindoe, Islamitische en Victoriaanse kenmerken. 34 Jaar nadat de eerste trein van deze plek vertrok was de bouw in 1887 voltooid.

Dit is de hal met de loketten. Hiermee vergeleken is de hal van het oude postkantoor aan het Neude in Utrecht er niets bij.

Vanaf dit station heb ik gewandeld, langs de universiteitsgebouwen (de Engelsen stichtten scholen en een universiteit voornamelijk om hiermee ‘het kader’ op te leiden dat voor hen moest werken). Toen ik dit veld over stak kreeg ik bijna een bal tegen mijn hoofd. Ik had niets in de gaten, gelukkig een ander wel.

Hiernaast staat een klokkentoren, gelijk de Big Ben. Hij klonk om 12 uur en – inderdaad – het zelfde.

Een klein beetje ‘Amsterdamse school’ in Mumbai. Dit gebouw stamt uit de dertiger jaren. Ik blijf me altijd verbazen over het feit dat de Engelsen de wil tot onafhankelijk totaal niet in de gaten hadden en over hoe snel de wereld kan veranderen.

Nog een icoon uit die tijd, de Regal bioscoop.

Morgen heb ik hier, bij Churchgate station, een afspraak met Reality Tours and Travel. Dan ga ik een wandeling maken door Dharavi slum. Een heel andere kant van Mumbai. Een soort ‘wijksafari’ maar dan zonder Adelheid Roosen. 60% van de bevolking van Mumbai leeft in de sloppenwijken. Het wordt geen ‘mensen kijken’ (maar dat is het natuurlijk toch wel ….) en 80% van de kosten gaan naar Reality Gives, een NGO die in de slums werkt. (Dus toch ook een klein doekje op mijn geweten). Hier de email met informatie. Hierin staan ook de kledingvoorschriften. Want ook hier in het moderne Mumbai zie je geen blote Indiase vrouwenbenen (een enkele man loopt in een sportbroekje) en bij hoge uitzondering een blote arm. Wel alweer een westerse touriste gezien in een afgeknipte spijkerbroek.

Terug in Ahmedabad

Zondag 10 maart, onderweg

‘Omdat de geslachten die gedoemd zijn tot honderd jaar eenzaamheid, geen tweede kans krijgen op aarde.’ (Het is ook vaak ‘Honderd jaar eenzaamheid’ in India, ik moest er onderweg vaak aan denken)

Het is erg warm vandaag en ik moet er niet aan denken hoe heet het hier zomers zal zijn. (Volgens de gids loopt het kwik in maart al richting de 40 graden – en het is maart, realiseer ik me, ik raak hier alle noties van tijd: dagen, maanden kwijt – ).

Met de bus in 4.30 uur van Bhavnagar hier in Ahmedabad weer aangekomen, het voelt toch een beetje als thuiskomen.

De bus reed grotendeels door een woestijngebied waar regelmatig heuvels met zout lagen. We passeerden een kamelen karavaan (erg mooi, donker geklede mensen, opgetuigde kamelen) en geiten- en schapenkuddes. Maar onze karavaan trok verder, het was niet mogelijk een foto te maken.

Halverwege stond een bus met panne. De passagiers stonden buiten en renden naar onze bus. Slechts enkelen werden toegelaten, tot groot ongenoegen van de anderen. Toen de bus eenmaal weer reed moest er van de conducteur toch nog iemand uit. En waarom? Geen idee. De bus stopte. Hij verliet de bus, de hitte in.

Ook reed de bus langs Lothal. Dit was 4500 jaar geleden 1 van de belangrijkste nederzettingen in de Indus-beschaving, die een gebied besloeg tot ver in Pakistan. Men veronderstelt dat er handel werd gedreven tot Mesopotamie, Egypte en Perzie. De gids zei: ‘You’ll need a strong imagination to make the ruins come to life’. Dus ik dacht laat maar.

In Kachchh is nog zo’n nederzetting opgegraven, Dholavira, dicht bij de Pakistaanse grens. Deze was alleen met veel extra permits te bereiken en het was een dag heen, en een dag terug reizen. (En er waren tensions)

Zo onderweg in de hitte dacht ik aan de lange busreizen door de woestijn in China, bijna 20 jaar geleden. Soms duurde zo’n reis 2 dagen en moesten we in the middle of nowhere overstappen. We leefden op water, koekjes en kebab. Ik vraag me af of ik dat nu nog zou kunnen.

Bij aankomst bij het hotel nog een ‘weerzien’. Voor het hotel trad deze koorddanseres op.

De foto is genomen op de Kumbh Mela, daar trad ze uren achter elkaar op. En nu dus hier in Ahmedabad. Hoe zou zij hier naar toe zijn gereisd? Onderweg optredend?

maandag 11 maart

Vanochtend keek ik uit het raam en zag dit. Even voor 1 keer een ander plaatje van India. De auto staat er altijd, dus op straat ruik je alleen maar dat hier een vuilnisbelt is. Er is een jongen aan het werk alles te sorteren (met een rood shirt) en op de achtergrond wordt een hond wakker. Maar wat me het meest intrigeert is de man op het stoeltje. Hij zit er ontspannen bij. Is hij hier aan het werk?

Het textiel museum

Vol bewondering heb ik hier rondgelopen. In India heb nog nooit zo’n mooi museum gezien. En verder, buiten India? Misschien het Jim Thompsonhouse in Bangkok? en in Nederland? (Ik noem Jim Thompson omdat de foto op de webside er een prachtige indruk van geeft van hoe mooi het daar is….)

Even wat praktische informatie:

Het museum is opgericht door een steenrijke familie en nu in een stichting ondergebracht. Er mogen 20 mensen per dag in en met een (verplichte) rondleiding mee en ook opgave van te voren is verplicht. (Naam, paspoortnummer, beroep, ze willen weer alles van je weten). De rondleiding is meestal al een maand van te voren volgeboekt, maar ik kwam hier in Ahmedabad terug…….. dus kon vandaag.

Bij de poort stonden twee beveiligers met een overzicht van de bezoekers van die dag. Daarna moest ik alle bagage en elektronica afgeven.

En mocht doorlopen naar de eigenlijke ontvangst. Deze was met thee, water en een koekje. De rondleiding duurde 2.30 uur, onderbroken door een korte thee stop.

En inhoudelijk?

Een enorme collectie alle soorten textiel uit Gujarat en India. Schitterend tentoongesteld in prachtige, enorme ruimtes. En bij alles kwam een verhaal: ‘a picture is an universal language’ of ‘by making it the weaver lifts the beauty he has inside up into the cloth’. Er hingen oude doeken met afbeeldingen van de goden, (de rondleiding begon bij het ontstaan van India) en de functie die de doeken toen hadden. Er hingen sari’s, ‘haram’doeken, doeken van de stammen, en ga zo maar door. En allemaal even mooi.

Het museum bestond uit twee gebouwen, met daar tussen een prachtige tropische tuin. Het tweede gebouw was helemaal als oorspronkelijke haveli hersteld met prachtig houtsnijwerk.

Het winkeltje viel (gelukkig, anders al weer aan de koop) tegen. En tenslotte kregen we nog een kopje thee met pinda’s.

En voor dit alles was de toegang gratis.

Rajkot – Palitana – Bhavnagar

Woensdag 6 maart

De wegen en het vervoer zijn hier veel beter dan wat de gids erover schrijft, dus ik kon enkele omwegen (Bv 2 keer naar Ahmedabad) schrappen. Ik ben driekwart dag in Rajkot geweest, hoofdzakelijk om het huis te bezoeken waar Ghandi in zijn jeugd heeft gewoond.

Omdat de menukaart ivm het festival de laatste dagen wat karig was, ben ik eerst lekker, uitgebreid gaan lunchen. Een restaurant was moeilijk te vinden. Een portier wenkte me. Ik moest een trap op en zou dan, en jawel ik stapte een modern restaurant voor jong publiek binnen. Ik kwam in een andere wereld terecht. Aan de muur nostalgische foto’s van de Beatles, Marilyn Monroe enz. en snelle jonge obers met een enorme kuif.

Ik bestelde het lunch menu. Bij de eerste gang: de soep ‘braken de vliezen’ en het stromen is niet meer over gegaan. Ik ben inmiddels aardig aan het scherp gekruide eten gewend. Kan bv in de pakoda’s (gefituurde groentes) rustig hele pepers eten. Maar dit sloeg alles. Ik geloof dat zelfs mijn ogen door het kijken ernaar pijn deden…… daarna kwamen ‘dumplins’ een soort aardappelbollen, gevolgd door gefrituurde groenten en daarna een salade (rauwe groenten, ik heb de uien laten liggen). Toen pas kwam het bord voor het hoofdgerecht. Dit bestond uit twee schalen met groente’prut’ en boter roti’s. Toen ik deze met veel moeite had opgegeten vroeg de ober of nu de rijst kon komen. Daar ben ik gestopt. Het toetje was gulab jamun, twee zoete, machtige balletjes in een mierzoete saus. Dat zoet is heerlijk na al die scherpte.

En wat dronk ze erbij?

Ik heb al het water dat op de tafel stond opgedronken, en het welkomstdrankje, een paarse zoete drank met ijs…..en bij het hoofdgerecht werd melk! geserveerd.

Ik had de rest van de dag nodig om deze maaltijd te verwerken.

Het huis van Gandhi was mooi en in tegensteling tot dat in Porpandar was er niemand. Er was weer een kleine tentoonstelling met hoofdzakelijk dezelfde foto’s.

Daarna nog op zoek naar het Willincdonmuseum. Willincdon was ooit de Engelse gouverneur hier. (en geen prettige) In het museum staat een standbeeld van Victoria waarvan de gids zegt ‘queen Victoria seems not amused’ dat wilde ik graag zien. Ik dacht dat ik de goede ingang gevonden had, maar kwam in een soort weeksluiting van een enorm grote school terecht. Zingende kinderen op het toneel, ontroerde moeders in de zaal en zenuwachtige leerkrachten. Voordat ze me konden benaderen ben ik snel weer weg gegaan. Dan maar geen Victoria.

Wel de school van de jeugdige Gandhi gezien. (Hij kwam uit een rijke familie, zijn vader was dewan, een soort minister president).

Donderdag 7 maart

Vanochtend met de bus naar Palitana. De bus reed door uitgestrekte katoen velden en ik dacht ‘wat een goede keuze van Gandhi om als symbool en wapen van (de strijd voor) onafhankelijkheid het spinnewiel en de katoen te kiezen’. In Engeland waren eind 19e eeuw tijdens de industriele revolutie enorme katoen fabrieken en weverijen gebouwd (Manchester, Leeds) waarvoor de grondstoffen uit India werden gehaald, de Indiers konden daarna wel weer de kant en klare katoen (tegen een hoge prijs) ‘terug’kopen. Terwijl ondertussen hierdoor hun economie in elkaar zakte.

Boycotten dus, die handel. Met Gandhi maakte en gebruikte India weer haar eigen katoen.

In Palitana veel gewandeld op zoek naar haar intrinsic motivation (als je op het punt komt dat je denkt: hier is niets aan, dan blijkt er toch wel weer iets in elke stad te zijn). Maar ik ben bang dat er hier sinds de onafhankelijkheid weinig veranderd is. Veel, heel veel jonge mannen op straat (dus veel werkeloosheid), bedelaars, kleine straathandel en vergane Willincdon glorie. Er stond nog een overdekte groentemarkthal en een bibliotheek van hem.

En het was warm. Ik ben tot aan de voet van de de heuvel (met tempels, ja, alweer tempels) gelopen. Die ga ik morgenochtend vroeg bekijken. Ik ben blij dat ik het enige hotel in deze plaats gekozen heb en niet het aanbevolen guesthouse van de gids, dat zag er griebusachtig uit. Tijdens deze middag heb ik van elke drinkmogelijkheid gebruik gemaakt, vruchtensappen, bamboesap en veel lassi’s. De enige echte koele drinkbare en zalige lassi hebben ze hier weer.

vrijdag 8 maart: de Jaintempels van Palitana

Ik kwam naar Palitana voor de Jaintempels in Shatrunjaya en wat waren ze mooi. Vandaag dus vroeg op stap om niet in de ergste hitte alweer een heuvel op te gaan. Het waren dit keer ‘slechts’ 3000 treden. Beneden bij de ingang kon je een ‘dhoti’ huren, voor 1000 rupees werd je door twee mannen naar boven gesjouwd. (zitplaats hangende aan een stok) Woog je meer dan 70 kg….. dan kon je op een echte stoel voor 2000 rupees, met vier mannen naar boven. Er stond een enorme weegschaal voor twijfelgevallen.

Soms ging alleen de bagage zo naar boven, zo zag ik ook een handtas die de heuvel op gedragen werd. De eigenaresse liep er puffend achteraan.

Dilemma’s…..ik, ‘stoere’ westerling wilde dit natuurlijk…….zelf lopen. Op het pad bedacht ik me dat ik daarmee tegelijkertijd hen geen werk gaf. En op zo’n stoel zitten is toch wel weer erg koloniaal.

Drank, voedsel, camera’s, leer, veel mocht niet naar de tempels. Daarom deed de dame van de veiligheidscontrole mijn fles water in de rugzak. Zo, die was uit het zicht.

Het is ten strengste verboden foto’s te nemen, hiervoor loopt een aparte bewakingsdienst rond. Het voordeel hiervan is dat hierdoor niemand met mij op de foto kon, geen ‘selfies’, wat een rust. Ik heb een uitgebreide rondleiding gekregen. De tempels liggen op twee heuvels en de kom daartussen is inmiddels ook volgebouwd.

In totaal staan er 600 tempels, 900 jaar geleden is met de bouw begonnen.

De belangrijkste en oudste tempel is de Adinath tempel. Adinath is de stichter van het Jainisme en in zijn tempel stond een beeld van hem met kristallen ogen en een gouden kroon. Naast de tempel staat een boom waaronder, zo gaat het verhaal, Adinath zelf nog gemediteerd heeft.

Ik was om half 2 weer beneden en de man bij de poort riep ‘breakfast!’ naar me. Het idee, dat je zonder iets in je maag hier omhoog zou moeten. De ware Jain doet het.

ik had deze dag als ontbijt sandwiches van wit brood (zonder korst, met boter) en curryaardappels met rijst gekregen.

Een tweede ontbijtje was dus zeer welkom.

Naar Bhavnagar

Na het eten heb ik mijn bagage in het hotel opgehaald en ben direct door gegaan naar Bhavnagar, 55 km verderop. Eerst was het plan de tempels vanuit deze stad te bezoeken, maar met de extra tijd heb ik nu morgen een dagje rust.

Zaterdag 9 maart

Ik slaap hier twee nachten in een oud paleis van een Maharadja. ‘De gasten mogen gebruik maken van het zwembad en de tennisbaan’. Op weg naar mijn kamer werd in door enorme gangen en zalen geleid en er liggen perzische tapijtjes op de vloer in mijn kamer.

Dit is een gedeelte van de zaal, waar mijn kamer aangrenst. In de boekenkast staan veel boeken over vogels en de verzamelde werken van Lenin.

Vanochtend heb ik eerst het vervoer naar Ahmedabad geregeld en heb daarna wat in de oude stad rondgelopen. En er was weer een Gandhimuseum (elke stad waar hij ooit geweest is heeft zo’n museum – en hij is in veel steden geweest) en een Bentonmuseum, maar dat was ook dicht. Maar: ik heb een reservering voor het Calico museum of Textiles maandag in Ahmedabad. Toen ik daar in februari (honderd levens geleden) aankwam was het voor die hele maand al volgeboekt, er mogen per dag nml maar 20 mensen in, en dan ook nog onder begeleiding. Dus ik kon en heb voor maandag in maart geboekt. Volgens beide gidsen heeft dit museum 1 van de mooiste collecties antieke en moderne Indiase textiel.

Ik heb even gedacht dat dit aardappeltjes zijn, ik kreeg ze vanochtend bij het ontbijt: het zijn verse dadels. Bij deze man heb ik dus meteen een pond gekocht.

in de oude stad stonden vreemde gebouwen. En welke stijl is dit?

En vanmiddag heb ik gezwommen en gelezen in de zon, aan de rand van het zwembad.

The day after

Hier is het gewone leven weer terug. Vanochtend werd ik gewekt door het geluid van een tuk tuk en ook de honden hoor je weer blaffen. En vanmiddag deed het creditcardapparaat het ook weer.

En in Junagadh is meer dan het festival. Er is nog een fort en een heilige berg met tempels. beide van harte aanbevolen door de gids. Ik koos voor de berg.

Dit is de het hoogtepunt van gisteren: de Bhavnath tempel met op de achtergrond het doel van vandaag: de berg Girnar, bezaaid met Jain – en Hindoetempels. (de zwarte plastic lingam met de witte strepen van Shiva, achter de tempel was vanmiddag ook al weer weg).

De berg is 1117 meter hoog en om de tempels te bezoeken zijn 7000 traptreden aangelegd. Als je niet wilt of kunt lopen kun je gedragen worden, in een stoel die aan een dikke stok hangt, die door twee mannen de berg op wordt gesjouwd. En ook wordt er een kabelbaan aangelegd, de materialen hiervoor worden ook de berg opgedragen. (Palen van 35 kg, gedragen door 1 man, 500 rupees (ruim €6.–) per week.)

Dat alles gaat dus de berg op en af (weer 7000 treden). Gelukkig staan er langs het pad kraampjes met drinken en eten.

Toen ik een flesje water kocht en dit 2x zo duur bleek te zijn, bemoeide een man: Gunvan, zich met het gesprek en daarna zijn we gedrieen (hij liep met zijn broer) verder gegaan. De broer had het er moeilijk mee dus we konden vaak stoppen om uit te rusten en iets te drinken. De mannen hebben de hele tocht bijna alles voor me betaald en als ik een rondje terug wilde doen braken ze in luid schaterlachen uit. Hoe kwam ik op het idee. (Het rondje is me met een snelle aktie uiteindelijk toch gelukt, maar ze vonden het maar niks). Gunvan sprak goed engels dus we konden veel bespreken: de koeien, de hoogte van het pensioen, -er is geen aow in India – welke groentes groeien er in Nederland, godsdiensten, sekten: zij hebben er veel en in Nederland maar 1. (Ik ben gekomen tot uitleg Katholiek – Protestant, de onderverdeling heb ik laten zitten)

Ik heb deze dag veel onduidelijks gegeten en gedronken.

Ze waren met hun vrouw (die geen zin in de beklimming hadden) naar het festival gekomen en nu bezochten ze de tempels boven op de berg.

Halverwege de berg staan Jaintempels, ik had er weer een kopie’tje over bij me en wilde deze natuurlijk zien. Jaintempels hadden ze nog nooit bezocht, maar ze gingen mee.

De tempels van bovenaf gezien, beneden aan de voet van de heuvel ligt het feestgebied, achter de heuvel ‘aan de overkant’ ligt Junagadh.

Uiteindelijk bereikten we de top, dacht ik, maar we moesten nog een keer dalen en dan weer stijgen naar de laatste en belangrijkste Hindoe tempel.

Hier sta ik met Gunvar en de broer. De voeten zijn express niet op de foto gezet, we stonden nml in een klein vuilnisbeltje. De voor de foto aangeschoten voorbijganger vermeldde dit nadrukkelijk. (Ik vind het pad ook wel iets van de Chinese muur weg hebben).

De laatste tempel was geheel ‘open’. Er stond alleen een beeldje van Shiva. Maar ook daar hebben we de schoenen uitgedaan en hebben zij gebeden.

De 7000 treden terug ging gemakkelijker en toen stelde Gunvar voor me aan zijn vrouw voor te stellen. Ze hadden deze dagen in een Dharmsala (een slaapmogelijkheid aan een tempel verbonden speciaal voor pelgrims) geslapen. Ik was naar beide benieuwd: de dharmsala en de vrouw.

De vrouw was erg verlegen, sprak alleen maar Gujarati en durfde me nauwelijks een vraag te stellen. De dharmsala was erg eenvoudig…….. een enorme zaal voor de mannen en een enorme zaal voor de vrouwen. Een stenen vloer waarop ze zelf meegebrachte doeken hadden neergelegd om op te slapen. Ik heb er een kwartiertje gezeten en een kopje thee gedronken. Ze hadden de parade vanaf het dak gezien. (In de verte dus). Ze wilden mijn foto’s en filmpjes bekijken dus dat hebben we gedaan.

Maar wat een wereld van verschil toch: deze levens en het mijne.

That was the night

Het liep vandaag weer heel anders dan bedacht. Eerst wilde ik uitzoeken waar de parade vanavond zou plaats vinden en op welke tijd. Dat klinkt eenvoudig, maar hier iemand vinden die Engels spreekt is niet zo simpel.

Langs de hoofdstraat die naar de tempel leidt stonden grote luxe tenten met banken en stoelen erin. Misschien waren dit betaalde zitplaatsen? Bij de derde tent zei een man die erin zat: ‘Please, sit down’. Hij ging zijn baas bellen. Ik kon hier vanavond komen kijken. Nu de tijd nog. Volgens de man begon alles rond 10 uur. Als ik er om 8 uur zou zijn, zou ik ruim op tijd zijn.

Inmiddels waren twee politieagenten met me in gesprek geraakt. Zij ook in de tent. Ik kreeg de familiefoto’s te zien en 1 bracht me naar de enige atm op het terrein, maar die bleek stuk. De creditcardmachine in het hotel doet het ook niet, ‘It’s the festival’, maar ik ben hier nog 2 nachten dus alle tijd.

Het was erg warm vandaag, er zaten al veel mensen in de brandende zon langs de route klaar voor vanavond en de saddhu’s lagen versuft in hun tent. Ik had in mijn hoofd dat ze vanavond een bad in de rivier zouden nemen, dus heb ik lang naar de rivier lopen zoeken. (Maar ze baadden in een kleine ‘tank’ in de tempel).

Rond 5 uur dacht ik een fles water te gaan kopen voor vannacht en eens te kijken hoe de stand van het feest was. Ik had dan nog tijd om in het hotel te gaan eten en zou dan ruim op tijd voor de parade zijn.

Alles bleek al te zijn af gegezet. Langs de hele route stonden hekken en politieagenten en het zat vol met mensen. Propvol. Met wat gepraat mocht ik elke keer onder een hek doorkruipen tot vlakbij de tent, even dacht ik daar vast te komen zitten tot 1 van de agenten van vanochtend me riep en me daarna weer verder hielp.

Ik zat dus om half 6 klaar voor de parade, waarvan het nog steeds niet duidelijk was hoe laat hij zou beginnen, tussen allemaal mensen met wie ik geen woord kon wisselen. Ik kreeg pinda’s, een kopje thee en er werden weer veel foto’s gemaakt.

Aan de andere kant van de straat stond een groot scherm opgesteld, waar de Indiase Jeroen Pauw gesprekken hield met verschillende mensen. Afgewisseld met beelden van saddhu’s die zenuwachtig stonden te wachten.

Om half 8 begon de parade: een explosie van energie. De stoet werd aangevoerd door de zgn ‘vechtsaddhu’s’ die met stokken een soort gevecht dansten. Ook enkele vrouwelijke saddhu’s deden hieraan mee.

Daarna kwamen de diverse sekten, ieder met hun eigen vlag.

Het ontaardde af en toe in een chaos, wat heb ik een bewondering voor de politieagenten hier, die bleven maar rustig staan in al het tumult.

Alles was om 10 uur klaar, maar toen moest ik weer terug. Er waren nog diverse activiteiten en het was enorm druk. Terwijl de naam van het hotel zichtbaar was, was het weer onmogelijk hier naar toe te kunnen gaan. Maar gelukkig kon ik ook nu weer onder hekken door kruipen, wist iemand weer een paadje enz.

Om half 11 zat ik aan de avondmaaltijd, (aangepast menu, ‘it’s the festival), uitgeput. Zo’n festival is niet iets wat je elke dag mee moet maken. De festiviteiten gingen nog door tot 2 uur (zo werd me verteld, ik sliep als een blok). De koningsnacht met de vrijmarkt (die ik sinds jaren weer ‘ns in Nederland ga meemaken) kan ik nu ook wel aan.

Junagadh en terug in de chaos

Ik ben vandaag in Junagadh aangekomen voor de festiviteiten rond De nacht vanShiva, men noemt het de kleine Mella, maar de drukte en chaos (en saddhu’s) is niet minder dan die in Allahabad.

De trishul (drietand) van Shiva.

Het is de Mahashivratri, en het echte grote moment is morgennacht bij volle maan. Dit is ‘De grote nacht van Shiva’. De grote nacht om Shiva te eren. De maan is hier het symbool van de geest. Het is tevens een markering van het einde van de winter. In de grote tempel hier staat een lingam, die spontaan ontstond. En Shiva en zijn vrouw Parvati hebben hier door de heuvels gewandeld, en lieten hun kleren in het landschap vallen. Allemaal redenen waarom dit stadje super heilig is, juist op deze nacht.

En dat gaan ze vieren!

Het wordt met name gevierd door duizenden Shiva – saddhu’s die hier weer allemaal een plekje hebben. De bezoekers lopen langs hen om te kijken, om een selfie te nemen (met de saddhu), om door hen gezegend te worden, om naar hen te luisteren enz.

Saddhu (?) met op de achtergrond een enorme lingam.

Ik stapte rustig om 2 uur hier uit de bus vanuit Diu op zoek naar een tuk tuk, die me naar het hotel kon brengen. Dat ging echter niet, ‘we are not allowed on the mella’ ik moest met 1 van de speciale bussen gaan. Dit was goed georganiseerd. Een enorme rij, die in 5 rijen uiteen ging en hiervoor kwamen telkens 5 bussen aan rijden. Sneller dan Shiphol! En iedereen bleef rustig op zijn plaats, dit keer geen gevecht om de bus in te komen.

Het hotel staat midden op het terrein. Als ik de deur uit stap sta ik in de mensenmassa. Ik liep deze middag enigszins verdoofd rond. (Het was weer even wennen dus).

Wat impressies van vanmiddag:

Deze saddhu zit (en gaat daarna liggen) op een bed met enorm scherpe doornen. ‘Jongen toch’. Het kwam spontaan uit mijn mond. Hij begreep het niet, niet alleen de taal was hem vreemd, ook de inhoud van mijn zin; hij ziet zich zelf geheel niet als iemand waar je zorgen om moet hebben.

Vrouwelijke saddhu.
De trommel, die de hartslag van het leven slaat.
En er werd weer veel gerookt.

Diu

Diu is een voormalig Portugees stadje en valt rechtstreeks onder het gezag van New Delhi. Daarom geldt het strenge alcohol verbod van Gujarat er niet. En zo gebeurde het dat ik rond 2 uur bijna uitgedroogd een restaurant binnen viel en direct de kaart met gin-wodka-rum enzovoorts onder mijn neus geduwd kreeg. Ik dacht als ik zo’n glaasje zie val ik om, ik heb het maar bij een glas fresh lime and soda gehouden.

Diu was tot 1961 Portugees ‘eigendom’ en na een gewapende overval kon India het pas bij zichzelf inlijven. (Daarom valt het nog onder het gezag van New Delhi) Het is een piepklein stadje met een enorm fort. Dit is het grootste van alle forten die de kolonialisators in Azie hebben achter gelaten. Bovendien was het dankzij dit fort dat de Portugezen ‘de slag om Diu’ wonnen (van de Arabieren) en hiermee de heerschappij over de Indische oceaan (en de handelsroutes), met alle koloniale gevolgen van dien, kregen.

Ik ben niet zo’n forten type, maar na bovenstaande moest ik er toch even kijken. Er is sinds 1961 nauwelijks iets met het fort gebeurd. Langzaam neemt de natuur het weer over.

Daarna heb ik lang lopen zoeken naar de kerken alhier. 1 Kerk is museum geworden, de andere kerk wordt nog gebruikt en de derde kerk werd ziekenhuis(?). Mao deed dit ook, zo hij maakte van geloofshuizen bv een fabriek, maar een ziekenhuis? Ook dit bleek anders: de kerk stond er nog en het aanpalende gebouw was nu een ziekenhuis.

Alle kerken hadden prachtig houtsnijwerk. (Dat soms wel een stofdoek kon gebruiken). Het was overal verboden foto’s te maken. Per kerk zat er 1 persoon om hier op te letten. Deze zat echter zo, dat hij niet kon zien wat er in de kerk gebeurde. Iedereen nam dus foto’s. En ik ook.

De preekstoel

Diu zou ook nog enige Portugese huizen hebben, ik weet echter niet hoe die er uit zien en heb geen echt mooi huis gezien.

Daarna ben ik dus 10 km terug naar het resort (eigenlijk een gewoon hotel, waar alles, behalve het wifi, werkt). Het ligt direct aan een mooi strandje en de zee. Tijdens de terugwandeling bleek dat dit 1 van de weinige en het mooiste strand is.

De kust wordt nml regelmatig onderbroken door rotsen, steile hellingen enz. Zo kon ik dus niet ‘langs het strand’ teruglopen, maar moest ik regelmatig langs de weg. En langs die weg is hier in Diu, een fietspad! Met de bekende verkeersborden die dit aangeven.

Verder geen fietser gezien, maar ik heb er heerlijk over gewandeld.

En zij ook!

Terug bij de zee

Om uit te rusten, bij te slapen, alles te (laten) wassen, de nieren weer goed te laten werken en meer van dat ben ik de komende 3 dagen in een beachresort bij Diu neergestreken. Vanmiddag heb ik zalig langs de vloedlijn gewandeld. Alleen maar dat, heerlijk dus.

Ik vond een schelp, met het diertje er nog in.

En ik zag een ijsvogel (denk ik, hij was in ieder geval prachtig)


Zo mooi, hier is hij nog een keer.

Dit was gisteren, net met die crisis in Kashmir valt het internet hier uit (of zou Modi er achter zitten?) en nu de wifi-stilte na een dag rust weer is opgeheven wil wordpress me een nieuwe uitvoering laten proberen. Dus ik heb maar ‘ns een onderschrift geprobeerd.

Somnath

In Somnath staat de zonnetempel en schijnen zal de zon!

Ik kwam hier gisteren aan en wilde deze plaats eigenlijk ‘onderweg even aandoen’, maar omdat ik de plannen een beetje veranderd heb en er daardoor wat meer ruimte is, besloot ik hier een nacht te slapen. Rustig aan doen dus.

Het enige door de gids aanbevolen hotel was vol, dus via booking com naar een ander. Dit bracht weer nieuwe belevenissen. Ten eerste kende de tuk tuk man het niet, hij bracht me naar een geheel onbekende plaats. (Soms is dit een truc, ik dacht deze keer niet). Na veel gedoe kwam ik tenslotte in hotel Dash. Het bleek aan een snelweg te staan en was nog in aanbouw. Er stond een enorme hoeveelheid jongens bij de balie die op zijn Indiaas mij direct lachend van feedback begonnen te voorzien. Somnath is de eerste plaats na bijna 5 weken waar weer veel toeristen komen en daardoor wekt het gedrag weer vaak, laten we zeggen wat irritaties op. Ik heb hiervoor de volgende strategie: ik vraag onmiddelijk naar de manager en vraag dan om ‘respect’, ‘I respect you too’ (of ‘also’). Ik mag hierbij (van mezelf, een oefening in zelfbeheersing) niet boos worden. Deze strategie helpt wonderbaarlijk. Bovendien vertrek ik direct uit restaurantjes als er gelachen wordt.

Maar goed het hotel, na dit welkom naar de kamer. Ik kreeg eerst een kamer aangeboden met een balkon (uitzicht op de snelweg) waar een gat in de vloer van het balkon zat, (nu al gebreken….en het is nog niet klaar) dus snel naar de volgende, dit balkon had geen gat, ik heb er verder overigens geen gebruik van gemaakt. Het restaurant was nog niet klaar, en aan de lift werd ook met veel lawaai gewerkt, maar de badkamer was wel klaar! De muren waren beeldig betegeld met dolfijnen die uit de golven sprongen. Er kwam ook warm water uit de kraan, echter niet uit de douchekop, maar dat gaf niet, er stond een emmer met mandie-bakje.

Daarna heb ik de tempel bezocht. Hij is beroemd, belangrijk en modern. Er hoort een heel verhaal bij, maar dat wordt te lang. Vlak na het nemen van de foto brak er paniek uit. Een hond was het tempelplein opgelopen. Met voedsel is hij weer weggelokt.

Het is een zgn ‘zeetempel’ en ik wilde hem graag zo tussen de golven op de foto zetten, maar erin kon alleen zonder schoenen, camera en bagage, en toen ik buitenom langs de hekken er omheen wilde lopen en zo op het strand terecht dacht te komen werd ik door de bewakingsdienst tegen gehouden.

Ik ben lopend terug naar het hotel gegaan, qua conditie, die hier hardlopend achteruit gaat. In het hotel was weinig veranderd.

Toen ik echter zo langs de snelweg liep, bleek daar een enorm groot en enorm duur hotel te staan, (stond niet in de gids, niet op booking enz.) dus daar ben ik ’s avonds gaan eten. Er was een buffet in een enorme eetzaal met 6 obers. Vanaf half 8 (erg vroeg voor Indiase begrippen) kon ik daar terecht, dus daar zat ik als enige gast, met dat buffet en die obers.

Het eten was zalig, ik heb alles geprobeerd. Elke schep die ik uit een schaal nam werd ondertiteld door een ober. Bij de ‘balletjes in manshoury saus’ proefde ik iets bekends, het smaakte naar China! ‘China’ zei ik tegen de ober en beide waren we blij dat ik dit herkende (en verder niet hoefde want ik ben tenslotte in India).

Als dessert was er o.a. buttermilk! Gujarat is officieel alcohol vrij, dus ook hier geen alcohol. Ik heb een heerlijk glaasje melk genomen.

Deze culinaire uitspatting kostte me 510 rupees, (€7,62).

Ik heb heerlijk geslapen en kon deze ochtend niet met de credit card betalen (de hotels van het reisbudget en de andere uitgaven van het huishoudgeld). Maar dat gaf allemaal niets, want ik ging weer verder.

In het plaatsje bij een wegrestaurantje heerlijk ontbeten, ik wil beschrijven hoe zo’n restaurantje in de ochtend tot leven komt, want dat is zo mooi. Maar het wordt teveel voor nu, dat komt een andere keer.

Ik zit nu in het busstation te wachten op de bus naar Diu. Opeens staat er iemand met een telefoon voor mijn neus, hup een foto! Nieuwe situatie, nieuwe strategie: ‘I always ask to make a photo’ en dan gaan ze achter een paal staan om het stiekum te doen.

Ondertussen is de canteen opgebouwd en is daar de thee klaar. Er schalt muziek uit de luidsprekers en ik ga een kopje thee kopen.